Kan ik zo'n grote boot besturen zonder ooit gevaren te hebben?" Andries Zwaenepoel van Connoisseur Belgium, een verhuurbedrijf van boten zonder vaarbrevet en zonder stuurman, stelt me gerust: "De besturing is echt niet moeilijker dan deze van een auto. En sneller dan 20 km kunt u toch niet varen. We geven iedereen vóór het vertrek bovendien een initiatie en een proefvaart in onze basis in Nieuwpoort."
...

Kan ik zo'n grote boot besturen zonder ooit gevaren te hebben?" Andries Zwaenepoel van Connoisseur Belgium, een verhuurbedrijf van boten zonder vaarbrevet en zonder stuurman, stelt me gerust: "De besturing is echt niet moeilijker dan deze van een auto. En sneller dan 20 km kunt u toch niet varen. We geven iedereen vóór het vertrek bovendien een initiatie en een proefvaart in onze basis in Nieuwpoort." Onze boot is voorzien van alle comfort, inclusief een keukenhoek met oven en magnetron, twee koelkasten en een safe. Benedendeks telt hij vier slaapkajuiten voor twee personen, drie douches en drie wc's. Bij mooi weer kan de boot van op het zonnedek worden bestuurd. Ons gezelschap bestaat uit vier bevriende koppels. Zo'n kostendelende formule blijkt populair te zijn om de forse huurprijs betaalbaar te houden. "Behalve groepen vrienden zien we vaak drie generaties van één familie die samen een weekje gaan varen", vertelt onze manager. "Vreemd genoeg komt 85 % van onze klanten uit het buitenland. De Belgen kennen de mogelijkheden in eigen land nog niet. Ons netwerk van bevaarbare waterlopen is nochtans zeer fijnmazig. Pleziervaarders kunnen dus interessante lussen varen en hoeven nooit tientallen kilometers lang op dezelfde waterloop te blijven."We beschikken over drie dagen en besluiten een lus door de Westhoek te maken. Eerst van Nieuwpoort over het kanaal naar Duinkerke tot in Veurne, dan het Lokanaal volgen tot op de IJzer in Fintele en ten slotte de IJzer afvaren tot het vertrekpunt in Nieuwpoort. Wie echter een week uittrekt, kan vanuit Nieuwpoort de Westhoek makkelijk combineren met Brugge. Eén van de koppels in ons gezelschap heeft ervaring met een vaarvakantie op het Canal du Midi, anderen hebben al gezeild op de Friese meren. Ik laat het graag aan hen over om ons door het sluizencomplex van Nieuwpoort te loodsen. Een deel van de installaties is niet veranderd sinds de herfst van 1914 toen koning Albert I besloot de sluizen te openen. Het monument voor de vorst werpt schaduwen op onze boot wanneer we van de ene sluis naar de andere varen. Het vergt een vol uur om door twee sluizen te geraken. Op het water leert een mens al snel de inhoud van het begrip onthaasting. In de tweede sluis bedraagt het verval 2 meter. De techniek om een scheepstouw over een haak in de sluiswand te werpen en vervolgens te vieren of aan te halen naargelang het water stijgt of zakt, blijkt gemakkelijker dan ik dacht. Het vrij smalle kanaal richting Duinkerke loopt vrijwel recht door de polders achter de kust. Het weer is helaas zwaar bewolkt, nevelig en fris en dus moeten we benedendeks blijven. Een roer beweeg je het liefst zo weinig mogelijk, ervaar ik wanneer het mijn beurt wordt om te sturen. Het reageert trager dan een autostuur, maar eens het reageert kan je het niet meer tegenhouden. Al snel begint onze boot te zigzaggen over het kanaal. Onder het hilarische gehoon van mijn reisgenoten moet ik de motor in neutraal leggen en het roer overlaten. Even vóór het dorp Wulpen wordt het stil aan boord wanneer we een Belgisch soldatenkerkhof van '14-'18 voorbijvaren. De Grote Oorlog is in de Westhoek nog steeds een tastbare realiteit. Een klein anderhalf uur na ons vertrek leggen we aan in Veurne. De steiger en de directe omgeving ogen allesbehalve schoon en vrolijk. Inzake infrastructuur moet er nog een en ander verbeteren, wil het riviertoerisme bij ons een grote vlucht nemen. Het mooie stadje zelf maakt veel goed. Kasseistraatjes met bakstenen trapgevels leiden naar het historische marktplein, dat nog steeds de grandeur van de Spaanse tijd ademt. Het is de eerste week na Pasen en we worden verwelkomd door beiaardklanken. Ze zijn afkomstig van de Sint-Niklaastoren die ook een beiaardmuseum herbergt. Dat Veurne een levendige plaats is, merken we aan de druk beklante terrassen en restaurants. De volgende ochtend komt een sluiswachter ons slecht nieuws melden. Die week blijkt het Lokanaal gesloten wegens allerhande werkzaamheden. Onze lusroute mogen we vergeten en daarom besluiten we naar Nieuwpoort terug te keren en de IJzer op te stomen. In Nieuwpoort moeten we bijna twee uur wachten tot het tij het sluizencomplex toegankelijk maakt, maar de zon begint door te breken en dat maakt alles anders. We kunnen nu op het zonnedek aperitieven. En wanneer we in de vroege namiddag de IJzer opvaren via de waterplas van de Bloso-zeilschool, voelen we ons tussen al die kleine zeilbootjes als miljonairs op een luxejacht. De IJzer kronkelt zich rustig een weg tussen rietkragen en hoevetjes met voorjaarsbloemen. Van op de oever kijkt een reiger ons majestueus aan. Door het lekkere weer kunnen we bovendeks sturen en dat is echt genieten. We zijn alleen op het water en kronkel na kronkel ontvouwt zich een nieuw uitzicht op de polders. Na de zoveelste bocht haalt de geschiedenis ons weer in. Op de oever zien we het toegangsgebouwtje tot de loopgraven van de Dodengang opdoemen en wat verder het silhouet van de IJzertoren. Diksmuide wacht. De hoofdstad van het poldergebied heeft de jongste jaren een facelift gekregen met de aanleg van een grachtenwandeling langs de Kleine Dijk en de renovatie van stemmige pleintjes. De neogotische trapgevels doen aan Brugge denken. Diksmuide staat bekend om zijn boterkoeken en dus slaan we een voorraadje in, voor het ontbijt. Op de derde dag maakt het gekletter van de regen op het bovendek ons wakker. Zoveel is duidelijk: voor zo'n vaartocht kiest u best een periode waarin mooi weer wordt voorspeld. Na een uur klaart het wat op en worden we beloond met een alleen-op-de-wereldgevoel. Stroomopwaarts voorbij Diksmuide zien we geen enkele boot meer. De IJzer wordt smaller, de rietkragen dikker, het landschap eenzamer. De polders maken plaats voor waterrijke weiden, doorsneden door lange sloten. De enkele huizen langs het water dragen namen als Zwijnenstal en Rattenkot. Naarmate de menselijke aanwezigheid beperkter wordt, neemt het aantal aalscholvers en andere watervogels merkbaar toe. Ze verraden het nabije natuurreservaat De Blankaart. Voorbij de Knokkebrug, waar het Boezingekanaal naar Ieper aftakt, doemen de trotse kerktorens van Lo en Reninge in de nevel op, en nog wat verder de zendmast van Oost-Vleteren. Een kwartier later bereiken we het gehucht Fintele. Vanaf hier is scheepvaart op de rivier niet meer mogelijk. Wie een lus vaart, kan hier echter het Lokanaal opvaren en zo terugkeren naar Veurne en Nieuwpoort. Fintele heeft zowat alles van een prettig einde van de wereld. Een handvol huizen, een goede aanlegsteiger, een café, een taverne, een kunstgalerij en vooral herberg 'De Hooipiete' die palinggerechten serveert in een groen decor. Wie tijd heeft om hier langer te pleisteren, kan een bewegwijzerde wandel- of fietsroute volgen. Wij varen stroomafwaarts terug naar Nieuwpoort. Net aan een brug komt een groot jacht ons in volle snelheid tegemoet. Veiligheidshalve wenden we het roer vlug naar de kant. Ook op het water blijft een mens niet gespaard van m'as-tu-vu's en snelheidsmaniakken... Ludo Hugaerts