Sommige familienamen zijn overduidelijk en refereren aan het beroep van een voorouder of een geografische plek. Anderen hebben klanken die doen dromen van een verre adellijke oorsprong, van hypothetische Spaanse, Duitse of Franse voorouders of onwettige descendenten van koningen en keizers. Maar de grote meerderheid van de familienamen heeft een lokale en volkse oorsprong (zie Droom versus realiteit).
...

Sommige familienamen zijn overduidelijk en refereren aan het beroep van een voorouder of een geografische plek. Anderen hebben klanken die doen dromen van een verre adellijke oorsprong, van hypothetische Spaanse, Duitse of Franse voorouders of onwettige descendenten van koningen en keizers. Maar de grote meerderheid van de familienamen heeft een lokale en volkse oorsprong (zie Droom versus realiteit). "In feite is de familienaam zoals wij die nu kennen een zeer recent fenomeen", legt Jean Germain uit. Deze linguïst en oud-professor van de UCL, is medeauteur van een familienamenwoordenboek. "Strikt genomen bestaat de familienaam maar sinds de invoering van de burgerlijke staat, tijdens de Franse overheersing rond 1795, en kreeg hij dan pas een officiële waarde." Voorheen waren familienamen slechts bijnamen om twee personen met eenzelfde doopnaam (de voorloper van de voornaam) van elkaar te onderscheiden. De meeste van die namen duiken voor het eerst op in de 17de en 18de eeuw, wanneer de stedelijke ontwikkeling in volle bloei is en individuen samenkomen in steeds dichter bevolkte steden. In die tijd was het aantal doopnamen namelijk zeer beperkt. Bijna allemaal verwezen ze naar de namen van de apostelen of populaire heiligen. De Jannen, Pieten en Jacobussen waren niet meer te tellen. Men moest Paulus die bij de brug woont kunnen onderscheiden van Paulus aan de overkant van de straat, en dit gebeurde door middel van een bijnaam. "Dat wil niet zeggen dat vanaf dan alles vastligt", voegt de linguïst eraan toe. "Tot het einde van de 18de eeuw kon men probleemloos compleet van naam veranderen of hem vertalen. Eén van de bekendste voorbeelden is de Doornikse schilder Roger de la Pasture die, om in Vlaanderen carrière te maken, zijn naam veranderde in Rogier Van Der Weyden. Er bestaan ook namen die onvolledig vertaald werden of die mettertijd eenvoudigweg verfranst of vervlaamst werden: zo werd de naam Dedecker uit het Gentse uiteindelijk Ledeck in de streek van Nijvel. Eenzelfde naam werd ook vaak op verschillende manieren gespeld, wat hedendaagse genealogen grijze haren bezorgt. Pas vanaf het tweede deel van de 16de eeuw, met de geleidelijke introductie van doopregisters, krijgt die spelling min of meer vorm. Maar slechts gedeeltelijk, want later en zelfs na het verschijnen van de registers van de burgerlijke staat, worden sommige lokale namen nog vertaald. Bovendien geven talrijke schrijf- en drukfouten (een letter die ontbreekt, of een accent, letters die worden omgewisseld, een t in plaats van een d) aanleiding tot varianten van eenzelfde naam. Dit alles zorgt ervoor dat we vandaag zo'n 200.000 namen tellen in België, waarvan 187.000 inheemse, verbonden aan een regio. Al deze namen kunnen we in drie grote groepen indelen: de familienamen stricto sensu, de familienamen die voortkomen uit een bijnaam die op een bepaalde eigenschap duidt en familienamen die naar een plaats verwijzen. De grote meerderheid van de Belgische familienamen zijn patroniemen in de strikte zin van het woord: ze refereren aan de naam van een voorvader, meestal van vaderskant. "In veel talen, en vooral in die van Germaanse oorsprong, is de naam van die voorvader verbonden met een achtervoegsel dat 'zoon van' betekent", vervolgt Jean Germain. "Zoals -son in Jackson, -ovitch in Ivanovitch, of dichter bij huis, -sens in Janssens. Wanneer een Vlaamse familienaam op een -s eindigt, zoals Peeters, gaat het gewoon om een afstammingsgenitief en betekent hij dus eigenlijk 'zoon van Peter'. In het Frans bestaan die achtervoegsels niet. Daarom geven Franstalige patroniemen gewoon de naam van de voorvader weer (Gérard, Martin). Namen kunnen doorheen de eeuwen natuurlijk veranderen en onherkenbaar worden. "Er doen zich daarbij twee tegengestelde fenomenen voor. Er worden achtervoegsels toegevoegd als een uiting van affectie (Woutertje, Jeannot) terwijl men voor woorden die in de gesproken taal te lang uitvallen naar woorden met maximum twee lettergrepen grijpt. De liefde moet het afleggen tegen de luiheid en daarom schrapt men het begin van het woord." Zo komt Claes van Niklaas en Maes van Thomaes. Of Robert kan veranderen in Robinet om uiteindelijk Binet te worden. Een familienaam kan ook ontstaan uit een bijnaam die refereert aan een eigenschap van een voorvader. Zo'n bijnaam verstart dan in de tijd, in zijn dialectvorm of in een moderne versie, en wordt uiteindelijk op de nakomelingen overgedragen. "Het principe daarbij is dat men die bijnaam niet zelf kiest, hij wordt altijd door iemand anders gegeven", merkt de oud-professor op. "En als mensen een bijnaam bedenken, is dat eerder om kwaad dan om goed over iemand te spreken. De oorsprong van een bijnaam is dus zelden flatterend." Vandaar namen als Cappoen (wat verwijst naar impotentie), Dekerf (bijnaam voor iemand met een litteken), Loens (een scheeloog). Of nog: Crompez en Brognaux (Waals voor idioot en zeurpiet) of Couchard (een man die buitenshuis slaapt). Laat u ook niet misleiden door ronkende bijnamen als Dekoning, Dekeyzer, Cardinaels, Lepape of Leroy, want die zijn niet altijd als een compliment bedoeld. "Iemand kan bijvoorbeeld 'de koning van de jagers' worden genoemd en daar zijn bijnaam aan danken, maar meestal gaf men zo'n naam aan iemand die zich uitgaf voor wat hij niet was. Anders gezegd: het ging wellicht om een kwezel, iemand die vol van zichzelf was of een betweter! Toch blijft het zeer moeilijk om een bijnaam te interpreteren: de motivatie van de naamgever is nooit exact te achterhalen, er zijn tal van interpretaties mogelijk." Gelukkig bestaan er ook neutrale bijnamen, die verwijzen naar een beroep (Debacker/Boulanger, Dedecker/Couvreur, Smets/Forgeron....), een banaal uiterlijk kenmerk (Debruyne/Lebrun) of naar een volgorde in de familie (Dejonghe, Lejeune). Hier is de bijnaam veel meer bedoeld om te duiden dan om de spot met iemand te drijven. Dan zijn er nog de familienamen die naar een plaats verwijzen. Daarin onderscheiden we twee soorten. Namen die refereren aan een topografische plaats (een bos, een brug, een kerk/kapel, een kasteel/burcht) duiden op voorouders die voornamelijk in een gesloten wereld leefden. De elementen van hun naam hadden enkel betekenis voor de dorpsgemeenschap waarin ze leefden. Onnodig te verduidelijken over welke kerk, brug of bos het gaat: de dorpsgenoten kenden de plek. Namen die daarentegen expliciet naar een regio, stad of dorp verwijzen, geven aan dat de voorouders verhuisd zijn. "Als u in Grimbergen of Spontin woont, is er geen reden u Van Grimbergen of Despontin te noemen. Maar als u 20 km verderop gaat wonen wel. Als algemene regel geldt dan dat als uw naam naar een onbekend dorp verwijst, uw voorouders waarschijnlijk niet erg ver zijn uitgeweken, in een straal van 5 tot 10 km van het dorp. Verwijst uw naam daarentegen naar een belangrijkere entiteit (Van Ghent, Liégeois, Dardenne) dan is de kans groot dat uw voorouders een grotere afstand hebben afgelegd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste mensen met de naam Vanantwerpen in Oost-Vlaanderen en Brabant wonen." Nicolas Evrard