Onlangs repte ik me op een avond naar een lezing waarop ik was uitgenodigd. Bij aankomst vinkt een jonge dame mijn naam af op een lijst, waarna ze me de rij aanwijst waar ik kan aanschuiven voor een glas. Ik heb geen dorst, maar ga toch voor het glas water waarop met enige fierheid een muntblaadje drijft, kwestie van mezelf een houding te geven. Want in dit hippe, trendy gezelschap van Stan Smith-adepten versus Nikeaanhangers, ken ik geen kat. Op dat moment heb ik er nog altijd het raden naar hoe de mensen die me hebben uitgenodigd er dan wel uitzien. Mensen die nocht...