Gij hebt mij helemaal niet geholpen! Hoe meer hij roept, hoe meer ik me voel verstijven. Daar sta ik dan, in een onbekende living met een razende patiënt die me de uitweg blokkeert. Als arts krijgen we wel vaker te maken met agressie, maar vandaag voel ik me voor het eerst ook fysiek onveilig. Het is moeilijk om zelf kalm te blijven wanneer iemand voor je neus staat te tieren. Had ik deze woede-uitbarsting kunnen voorkomen?
...

Gij hebt mij helemaal niet geholpen! Hoe meer hij roept, hoe meer ik me voel verstijven. Daar sta ik dan, in een onbekende living met een razende patiënt die me de uitweg blokkeert. Als arts krijgen we wel vaker te maken met agressie, maar vandaag voel ik me voor het eerst ook fysiek onveilig. Het is moeilijk om zelf kalm te blijven wanneer iemand voor je neus staat te tieren. Had ik deze woede-uitbarsting kunnen voorkomen? Ik voelde de bui al hangen toen ik deze 55-jarige heer vanochtend aan de lijn had. Aangezien ik tijdens zijn verhaal van acuut opgekomen diarree geen alarmsymptomen kon weerhouden, probeerde ik hem verder te helpen met telefonisch advies. Zoals steeds polste ik of hij voldoende gerustgesteld was. Kwam hij misschien liever op consultatie bij de wachtpost om zich nog te laten onderzoeken? "Hoe durft u te vragen of ik langs kan komen, u hoort toch gewoon op huisbezoek te komen?", kreeg ik als luide reactie. Ik probeerde te kaderen dat huisbezoeken natuurlijk altijd mogelijk zijn, maar dat we deze proberen voor te behouden voor patiënten die om medische redenen onmogelijk op de wachtpost geraken. Op deze manier kunnen we meer mensen verder helpen, legde ik uit. De heer hield voet bij stuk: hij diende een arts over de vloer te krijgen. Dat was zijn goed recht. Ik waarschuwde hem dat er al een aantal huisbezoeken op de agenda stonden met hogere urgentie. Het kan dus eventjes duren voor ik er ben, kaderde ik nog wanneer hij ophing. Toch moppert de man wanneer hij twee uur later de voordeur opendoet. De moed zakt me al wat in de schoenen wanneer ik achter hem aan de living in stap. Zou de man erg ongerust zijn en zich daarom zo nors gedragen? Wanneer ik opnieuw vaststel dat er geen alarmsymptomen zijn en de man probeer gerust te stellen, start de scheldtirade. Hij voelt zich niet geholpen. Ik begrijp niet goed waarom. Wat had u dan nog meer verwacht, probeer ik te vragen? "Medicatie, natuurlijk!" Ik sta er nog steeds een beetje perplex bij, starend naar mijn voorschrift op tafel. Die heb ik toch voorgeschreven? Hij snauwt me toe dat hij niets is met een papiertje. "Dan moet ik nog naar de apotheek, terwijl u me de medicatie toch ook gewoon zo kan geven!" Nu wordt het me duidelijk waarom hij zo nodig een arts wou zien, hij had verwacht dat ik meteen medicatie kon toedienen. Als huisarts (van wacht) heb ik, afgezien van wat noodmedicatie, echter niets op zak: daarvoor hoor je bij de apotheker aan te kloppen. Gelukkig zag ik onderweg naar dit huisbezoek al dat de apotheker op de hoek ook van wacht is op deze feestdag. Ver moet hij dus niet gaan, stel ik hem opnieuw gerust. Ook met deze nieuwe informatie is hij niet tevreden. Daar eindigen mijn mogelijkheden. In onze menselijkheid en beroepsbeperkingen kunnen we niet altijd aan elke verwachting voldoen. Wederzijds begrip maakt dat dit vaak ook geen probleem is. En dus zijn huisbezoeken waarbij ik de deur moet uit snellen met scheldwoorden die me achterna hollen gelukkig een uitzondering.