Wanneer ik over ruwe (maar berijdbare) wegen bergop fiets, word ik gepasseerd door een luxe SUV. De drie mannen aan boord - gekleed in een traditionele dishasha (enkellang wit kleed) en een kumah (geborduurd hoedje) - lachen me hoogst verbaasd toe. Wie is die gek om bergop te fietsen wanneer je comfortabel in een auto met airconditioning kunt reizen? Zeker als die auto en de brandstof maar een schijntje kosten. De oliestaat Oman kent geen enkele vorm van belasting. Een luxe 4x4 kost er amper €17.000, een liter superbenzine €0,24.
...

Wanneer ik over ruwe (maar berijdbare) wegen bergop fiets, word ik gepasseerd door een luxe SUV. De drie mannen aan boord - gekleed in een traditionele dishasha (enkellang wit kleed) en een kumah (geborduurd hoedje) - lachen me hoogst verbaasd toe. Wie is die gek om bergop te fietsen wanneer je comfortabel in een auto met airconditioning kunt reizen? Zeker als die auto en de brandstof maar een schijntje kosten. De oliestaat Oman kent geen enkele vorm van belasting. Een luxe 4x4 kost er amper €17.000, een liter superbenzine €0,24. Ik had een woestijn met zandduinen en kamelen verwacht. Die zijn er in het zuiden van Oman in overvloed. In de plaats daarvan brengen terreinwagens ons hoog in het Al Jabal Al Akhdar-gebergte in het noorden, op twee uur rijden van de hoofdstad Muscat. We verblijven tussen 2.000 en 2.300 m. Rondom ons piekt een indrukwekkend en leeg landschap van kale, door de zon geroosterde bergen, boomloze hoogvlakten, rotsformaties en canyons. Hier leer ik dat een woestijnland niet te warm is om te fietsen. De hoogte houdt de temperatuur aangenaam: 18-20°C in de voormiddag is ideaal fiets- en wandelweer. 's Avonds daalt het kwik al snel tot 5°C. In de resorts waar we overnachten, is een extra deken dan ook welkom. Ondanks de Ronde van Oman voor profs, staat het fietstoerisme hier nog in zijn babyschoentjes. Bewegwijzerde routes of knooppunten zijn al helemaal onbestaande. Wel zijn er - vooral Europese - gidsen die toeristen op sleeptouw nemen en pionierswerk verrichten. Zoals de Duitser Christian Handrich. Hij wacht ons aan het resort op met mountainbikes in perfecte staat. De eerste dag gidst hij ons bergop. Twee keer moet ik afstappen wegens te steil, maar elders is het gewoon heerlijk rijden. Hoe hoger we komen, hoe kaler het landschap en hoe eenzamer de fietser. Als je ergens in de wereld het gevoel krijgt dat je op de maan fietst, dan is het hier. Op dag 2 staat een lange afdaling naar Al Hamra op het programma. De onverharde weg gaat na een tijd over in asfalt en de haarspeldbochten geven het gevoel dat we van een Franse col naar beneden rijden. Maar er is zo goed als geen verkeer is en dus blijft de rit veilig. In Al Hamra wordt het maanlandschap ineens een weelderige oase onder dadelpalmen. Het is puur plezier om in de schaduw over aarden paden te fietsen langs de aflay - de eeuwenoude irrigatiekanaaltjes die door de Unesco als werelderfgoed erkend zijn. Pal naast de oase gaat de rit door schilderachtige straatjes tussen hoge, lemen huizen die leeg ogen en waarvan sommige deels ingestort zijn. Hier woont niemand meer. Toen de olie Oman rijk maakte, werd er een nieuw dorp gebouwd naast het oude. Je kan niemand verwijten om modern comfort te verkiezen boven de traditionele levenswijzen. Maar mocht dit Europa zijn, dan zouden de oude huizen gerestaureerd zijn tot bed & breakfasts. Eén lemen huis is nog bewoond en herbergt een levend museum met veel en opvallende frisse kamers. Vrouwen tonen hoe het dagelijkse leven hier vroeger verliep: dadels bewaren, de honing uit deze vruchten opvangen, koffie zetten, flinterdunne broden bakken, sandelhout tot make-up verwerken, enz. Terwijl we, zittend op prachtige tapijten, zoete thee slurpen, betreedt een oudere heer de kamer. Alle aanwezigen staan op en begroeten hem met groot respect. Ook in de 21ste eeuw blijft een Arabisch dorpshoofd een man die gezag uitstraalt. Het gebergte heeft nog meer verrassingen. Tussen twee fietstochten door neemt Christian ons mee op een wandeltocht over een ezelpad over richels. Na elke bocht wacht er weer een adembenemend uitzicht. Het landschap valt het best te vergelijken met de Grand Canyon. We zien de top van Jebel Shams, met 3.009 m de hoogste berg van het land. Uiteindelijk bereiken we wat verlaten huisjes en na nog wat klauteren, ons eindpunt: een koel meertje onder een overhangende rots en een ideale picknickplek. Tijdens een wandeling vanuit onze resort later die dag, stolt onze adem. Voor ons strekt zich de canyon van de Wadi Dam uit: nog indrukwekkender, met diep beneden een bergrivieren op een rots een prentkaartdorpje. Dit is wereldklasse, maar nergens valt een toerist te bespeuren. Enkele dagen fietsen en wandelen in het gebergte valt perfect te combineren met een bezoek aan andere hot-spots. De 3.165 km lange kustlijn is een bij ons nauwelijks bekend paradijs voor duikers, snorkelaars én golfspelers. Vooral rond Muscat en de zuidelijke stad Salalah zijn spectaculaire golfterreinen aangelegd en zijn ook de meeste hotels en strandresorts. Een aanrader zijn ook de vele forten. Ze dienden om de aanvallen van bedoeïenen vanuit de woestijn en zeerovers vanop de zee af te slaan. Eeuwenlang was Oman immers berucht om zijn piraten. Ook de Portugezen bouwden hier ooit menig fort om hun routes naar het oosten te beschermen. Eén van de mooiste ligt in Nizwa, de vroegere hoofdstad van Oman. Het perfect ronde gebouw in natuursteen dwingt vandaag nog ontzag af. Aan forten evenmin een gebrek in Muscat, de witte hoofdstad die zich lang uitrekt langs de kustlijn. De grote moskee uit 2001 mocht duidelijk wat kosten, met luchters van Swarovski-kristal en op de vloer het tweede grootste handgeweven tapijt ter wereld. In 1970 was Oman nog een arm woestijnland met amper 30 km verharde weg. Toen sultan Qaboos bin Said al Said na een paleiscoup aan de macht kwam, leidde hij zijn land resoluut de moderne tijd in en maakte hij slim gebruik van de olierijkdommen. Hij regeert Oman vandaag nog altijd als een absoluut monarch en is geliefd omdat hij de levensstandaard zo heeft opgetrokken. Met die nieuwe rijkdom wordt graag gepronkt. Toch tref je in Oman niet de megalomane gebouwen van Dubai of Aboe Dhabi aan. Het land probeert een middenweg te bewandelen tussen modernisme en behoud van authenticiteit. Dat zie je aan de liefde waarmee ze in het Bait AlZubair-museum in Muscat de tradities eren. Ludo Hugaerts