"Het hyperactieve jongetje dat niet kan stilzitten. Dat beeld hebben mensen van iemand met ADHD. Het duurt niet lang voor iemand het opmerkt en er een diagnose wordt opgeplakt. Maar het meisje dat zit te dromen in de klas, dat haar gedachten niet bij de les kan houden, is geen lastig kind. De kans dat iemand doorheeft dat ze wel eens een aandachtstoornis zou kunnen hebben, is een pak kleiner." Sylvie is 46 en was kind, tiener en jonge vrouw in een tijd waar ouders en leerkrachten het hoogstens over drukke kinderen hadden. De alertheid voor aandachtstoornissen kwam later op gang.
...

"Het hyperactieve jongetje dat niet kan stilzitten. Dat beeld hebben mensen van iemand met ADHD. Het duurt niet lang voor iemand het opmerkt en er een diagnose wordt opgeplakt. Maar het meisje dat zit te dromen in de klas, dat haar gedachten niet bij de les kan houden, is geen lastig kind. De kans dat iemand doorheeft dat ze wel eens een aandachtstoornis zou kunnen hebben, is een pak kleiner." Sylvie is 46 en was kind, tiener en jonge vrouw in een tijd waar ouders en leerkrachten het hoogstens over drukke kinderen hadden. De alertheid voor aandachtstoornissen kwam later op gang. Echt beseffen dat er iets scheelde, deed ik als kind niet. Ik wist wel vaag dat ik een beetje raar was, voelde me anders dan de anderen. Op school was het het klassieke verhaal: opmerkingen dat je beter kunt, dat zelf ook wel weten, maar vaststellen dat het desondanks niet lukt. Mensen komen dan gauw tot de conclusie dat je lui bent, of tegendraads. Je voelt je ongelukkig maar dat blijft lang onderhuids. Als kind krijg je een structuur opgelegd, je hoeft daar zelf niet voor te zorgen. Dat maakt dat de chaos in je hoofd niet zo opvalt. De gevolgen komen pas later bovendrijven: je krijgt iets meer dan gemiddeld te horen dat je lui bent, slordig ook, een storend element, wat niet meteen bijdraagt tot een positief zelfbeeld. Ook als puber was het voor anderen niet duidelijk wat er met mij aan de hand was. De verkeerde dingen zeggen op het verkeerde moment, te laat komen, verward zijn, er nooit helemaal bij horen. Ik was een opstandige puber, maar voelde me bij momenten heel alleen en erg onbegrepen. Na mijn 18de werd het lastiger. Studeren met ADHD was een krachttoer. En dan gaan werken. Je krijgt plots verantwoordelijkheid. Er zijn mensen die afhankelijk zijn van wat je doet (of niet). In een gezin met kinderen wordt het nog complexer. Je wordt als vrouw nog altijd afgerekend op de soepelheid waarmee je je huishouden runt en dit combineert met je werk. Hoe hard ik ook probeerde, ik kon het niet. Een voorbeeld? Ik wou schoonmaken, vulde een emmer met water, haalde de detergent uit de berging waar ik iets zag liggen dat naar boven moest en deed dat meteen. Boven bedacht ik dat ik de bedden moest opmaken en begon daar met vol goede moed aan. Tot ik weer iets anders zag dat ik moest doen. Resultaat: 's avonds was er niet schoongemaakt, de bedden waren niet opgemaakt en ik was vergeten om de kinderen op tijd van school te halen. Dan werd ik overmand door schuldgevoelens. Ik gaf mezelf een dikke onvoldoende als moeder en echtgenote. Voor een man speelt dat minder mee. Er bestaat geen mannelijk equivalent voor 'slons', toch? Als een man het niet aankan en hulp vraagt, staat er een leger vrouwen klaar. Een vrouw die hulp vraagt om huistaken rond te krijgen, wordt met de nek aangekeken. De taken die een vrouw in onze cultuur 'van nature' doet, zijn helaas aartsmoeilijk voor een ADHD-mama. Kinderen opvoeden is al helemaal een huzarenstuk. Je moet hen dingen aanleren die je zelf niet kan. Tonnen energie heb ik verspild. Een alerte dokter bij wie ik toevallig terechtkwam, stelde ADD vast. Dat was allesbehalve een opluchting. Ik kon het niet geloven: ADHD, ik? Kinderen, ja, maar ik toch niet? Ik heb het er heel moeilijk mee gehad, mee geworsteld. Die aandachtstoornis was een deel van mezelf geworden. Ik ervoer de diagnose als een aanval op mijn identiteit: ik ben iets dat niet klopt. Eerst wilde ik geen medicatie nemen. Ik wilde niet veranderen, ook al was het toen één grote chaos. Op een dag, alleen thuis, dacht ik: die pillen werken enkel als je ADD hebt. Als ik ze neem en er verandert niets, weet ik zeker dat het geen ADD is. Ik nam een pil en plots werd het stil in mijn hoofd. Het was alsof de mist optrok. Ik weet nog dat ik toen dacht: is het bij andere mensen ook zo rustig in hun hoofd? En dan: hoeveel van die pillen mag ik nemen? (lacht)Het heeft weken geduurd voor ik wist welke pil in wel-ke dosering het best werkten. Geen lachertje. Als zo'n pil uitgewerkt is, krijg je een terugslag en die is bijzonder onaangenaam. Nu neem ik een pil met vertraagde afgifte. Die is duur en wordt niet terugbetaald. ADHD-medicatie wordt enkel vergoed bij kinderen. Ik was ook bang dat de medicatie mijn creativiteit zou afremmen maar dat is niet zo. Ik heb minder creatieve invallen maar ik kan er nu iets mee doen. Vroeger zag ik enkel een idee, een oplossing of een eindresultaat. Nu zie ik ook de weg ernaartoe. Wat heb je aan al die ideeën waar niets van terecht komt? Daar wordt je alleen maar ongelukkig van, en gefrustreerd. Het moeilijkste aan ADD is mijn totale gebrek aan tijdsbesef. Ik ga nu naar een coach die me helpt dat in goede banen te leiden. Een memobord en een agenda met een strikte tijdsindeling in blokken helpen me om mijn tijd af te bakenen. Dat doet wonderen. Het is heel lang geleden dat ik nog ergens te laat ben gekomen. Tijdsbesef zal ik nooit krijgen, maar gewoontes aanleren kan ik wel. Het zijn methodes die ook andere mensen met ADHD kunnen leren. De kunst is te vinden wat voor jou werkt. Daarbij is niets te gek. Elk ADHD-brein is anders. Mijn specifieke 'bedrading' zorgt ervoor dat ik snel een context kan vatten en goed ben in het begrijpen en begeleiden van mensen. Daarom heb ik zelf een opleiding tot coach gevolgd. Dat was niet makkelijk. Ik ben mezelf vaak tegengekomen. Ik heb jaren geprobeerd om de dingen te doen op de manier waarop niet-ADHD'ers het doen. Maar ik voelde me altijd ergens tekort schieten. Ik had een negatief zelfbeeld en was erg onzeker. Ik haalde mezelf voortdurend onderuit. 'Ik kan dat toch niet', zei ik vaak geforceerd vrolijk. Tijdens de opleiding werd ik erop gewezen hoe vaak ik dat deed. Dat heeft voor een positieve opening gezorgd. Ik heb er hard aan moeten werken maar ik heb mijn eigenwaarde terug. Nu ben ik zelf ADHD- en lifecoach. Coachen is geen therapie maar begeleiden tot zelfredzaamheid. Mensen inzicht geven in zichzelf, in hun handelen, hun gewoontes, hun manier van denken en functioneren. Ik hou mijn klanten een spiegel voor en help hen om de weg terug te vinden naar wat hen drijft, zodat ze zich weer kunnen focussen op dat wat ze echt willen doen. Mensen die niet goed in hun vel zitten maar geen klinisch beeld vertonen (zoals depressie) en dus niet thuishoren bij een psycholoog of psychiater, help ik om weer rust te vinden, zodat ze hun eigen weg kunnen volgen. Zonder met een oordeel of een label klaar te staan, zonder hen te zeggen wat ze moeten doen. Want elke mens zit anders ineen. Dat geldt ook voor mensen met ADHD: we zijn allemaal anders, dé manier om ermee om te gaan bestaat niet. Info: www.artoflifecoaching.be. Op 7 maart houdt Sylvie een lezing over 'Genderspecifieke benadering van ADHD' in het Moritienhuis, Lange Vesting 112, 8400 Brugge. Meer op www.moritoen.be. Ariane De Borger"Als kind voelde ik me anders dan de anderen" "Wat voor mij het moeilijkste is aan ADD is mijn totale gebrek aan tijdsbesef"