Beste pa en ma, ik wil leven in een samenleving die me sociale vrijheden biedt en ruimte laat voor mijn persoonlijke keuzes. Ik wil ook graag werken in een omgeving die ondernemingszin en inzet beloont. En daarbij zou ik liefst een gezin willen stichten, kinderen hebben en mezelf ontplooien in een liefdesrelatie. Maar dat is allemaal zo verdomd moeilijk!"
...

Beste pa en ma, ik wil leven in een samenleving die me sociale vrijheden biedt en ruimte laat voor mijn persoonlijke keuzes. Ik wil ook graag werken in een omgeving die ondernemingszin en inzet beloont. En daarbij zou ik liefst een gezin willen stichten, kinderen hebben en mezelf ontplooien in een liefdesrelatie. Maar dat is allemaal zo verdomd moeilijk!"Als we onze jongvolwassen kinderen ondervragen naar hun diepste aspiraties, zullen we vaak een antwoord in die zin krijgen. Ze willen die aspiraties best waarmaken, maar geconfronteerd met hun economische en sociale leefwereld durven of kunnen ze dat nog niet. Nog nooit hebben twintigers en jonge dertigers zoveel vrijheid gekend als vandaag en nog nooit is de druk op hen zo groot geweest. Ze moeten hun studie afmaken, een baan zoeken, een partner kiezen en financiële draagkracht opbouwen, allemaal in een economisch grimmige context. Ze moeten vootdurend kiezen, inschattingen maken en risico's nemen. Vroeger was iemand van 25 al vaak gesetteld. De ene dag kreeg je je diploma, de volgende dag stond je op de werkvloer. Fluitend liep je van verliefd over verloofd en getrouwd naar je eerste kind. Keuzes waren evidenties, evidenties leken keuzes. Maar waarom zou het zo vlug moeten gaan, nu we toch allemaal langer leven? Waarom zouden onze kinderen niet rustig afstuderen en zich nog bijscholen? Waarom kunnen ze niet wat langer rondneuzen op de vrije markt van de geschikte levenspartners? De scheidingsstatistieken liegen niet: een partner vinden voor een zeer lang en gelukkig samenleven wordt almaar moeilijker. En waarom mogen ze ook niet wat langer uitkijken naar een baan waarin ze zich echt goed voelen? Vaak zal het onze kinderen helpen de juiste keuzes te maken als ze nog een paar jaartjes blijven wonen in de geborgenheid van het ouderlijke huis. Waar (bijna) altijd iemand thuis is, de voorraadkast gevuld is en de wasmachine draait. En waar deze jongvolwassenen een aantal keuzes en verantwoordelijkheden nog even kunnen uitstellen. Dat huis kan misschien gescheiden, werkloze of overwerkte ouders herbergen maar als alle partijen goede afspraken maken, blijft het een comfortabel ankerpunt. Waarom zouden onze kinderen die veilige haven (te) vroeg verlaten als de plannen voor de eigen ontdekkingreis nog niet uitgekristalliseerd zijn? Als er nog onbekende stormen kunnen opsteken? Laten we hen liever nog even in de haven blijven. Morgen varen ze wel langzaam uit. nMartine Corijn, senior onderzoekster bij het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie