"In W. zijn gisteravond drie dodelijke slachtoffers gevonden. Volgens het parket wijst alles erop dat het om een gezins-drama gaat, althans in de huidige stand van het onderzoek. De man zou zijn vrouw en kind hebben neergestoken en zich na-dien van het leven hebben beroofd."
...

"In W. zijn gisteravond drie dodelijke slachtoffers gevonden. Volgens het parket wijst alles erop dat het om een gezins-drama gaat, althans in de huidige stand van het onderzoek. De man zou zijn vrouw en kind hebben neergestoken en zich na-dien van het leven hebben beroofd." Dit bericht is fictief, maar jammer genoeg duiken ze af en toe in de media op. Gezinsdrama's vormen één van de gevallen waarin de wetgever het erfrecht wou aanpassen. Want tot nog toe ging de volledige erfenis naar de familie van de dader van het gezinsdrama omdat die vaak net iets langer heeft geleefd dan het slachtoffer. Maar volgens de wetgever is de dader het niet waard om te erven van het slachtoffer. Er zijn nog heel wat andere 'onwaardige erfgenamen'. Daar waar iemand vroeger zijn ouders moest vermoorden om niet van hen te kunnen erven, zal de (mede)dader nu vlugger uitgesloten worden van de erfenis. Verder werden ook de regels aangepast voor erfgenamen die de plaats innemen van een erfgenaam die zelf al overleden is (plaatsvervulling). De nieuwe regels gelden voor alle erfenissen die sinds 21 januari 2013 opengevallen zijn. Wie onwaardig werd bevonden om te erven, werd burgerrechtelijk afgestraft en van de erfenis uitgesloten. Dit idee stond tot voor kort verwoord in art. 727 van het burgerlijk wetboek, dat in drie soorten onwaardige erfgenamen voorzag: - de erfgenaam die veroordeeld werd wegens doding of poging tot doding van de overledene - hij/zij die tegen de overledene een lasterlijk geoordeelde beschuldiging had ingebracht van een feit waarop levenslange opsluiting of hechtenis staat - de meerderjarige die wist dat op de overledene doodslag was gepleegd en verzuimd had hiervan aangifte te doen bij het gerecht. De wetgever was van oordeel dat enige modernisering nodig was. Dit zijn de belangrijkste wijzigingen: 1 De eerste onwaardigheidsgrond is uitgebreid naar andere strafbare feiten die de dood hebben veroorzaakt, zoals opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg of verkrachting die de dood heeft veroorzaakt. Bovendien worden voortaan ook de mededaders en medeplichtigen geviseerd. Uit de besprekingen in de Senaatscommissie blijkt dat sommige parlementsleden van oordeel zijn dat wie (bijvoorbeeld een familielid) buiten het wettelijke kader van de euthanasiewet bijgedragen heeft tot euthanasie en hiervoor strafrechtelijk werd vervolgd en schuldig bevonden, onwaardig zou moeten zijn om te erven van de overledene. Maar dit werd in de nieuwe wet niet weerhouden. 2 De erfgenaam die de dood van de erflater opzettelijk heeft veroorzaakt maar intussen zelf overleden is, is onwaardig om te erven. De schuld van de dader moet in dit geval wel door de burgerlijke rechter zijn vastgesteld. Denk hierbij aan een gezinsdrama. De wetgever wil vermijden dat bepaalde erfgenamen van de eerste overledene (deels) zouden worden onterfd. Stel bijvoorbeeld een kinderloos koppel. De man vermoordt zijn echtgenote (die enige dochter is) en zijn schoonmoeder, en pleegt daarna zelfmoord. De man laat een broer na. De erfenis van de vrouw - die als eerste sterft - zou normaal worden verdeeld tussen haar vader (die als ouder een reserve heeft) en haar man. Haar man sterft echter als tweede, waardoor zijn broer eigenlijk onrechtstreeks een deel van de erfenis van de vrouw zou moeten krijgen. De man die de moord pleegde, zal voortaan een onwaardige erfgenaam zijn ook al is hij zelf kort nadien overleden. In dit geval gaat dus bij het overlijden van de vermoorde vrouw alles meteen naar haar vader. 3 De erfgenaam die ontoelaatbare feiten heeft gepleegd (in de sfeer van huiselijk geweld) waarvan de erflater het slachtoffer was maar die hij/zij heeft overleefd, is onwaardig om te erven. Een senator gaf het voorbeeld van een meisje dat door haar vader was verkracht en jaren later omkwam in een verkeersongeval, waardoor diezelfde vader van haar zou erven. In dit geval moet de strafrechter voor-taan de ernst van de feiten beoordelen en al dan niet de onwaardigheid uitspreken. Nieuw hierbij is dat bij dit soort feiten het slachtoffer de dader vergiffenis kan schenken waardoor de onwaardigheid die door de strafrechter werd opgelegd, vervalt. De vergiffenis moet wel op papier staan. Het document moet na de feiten zijn opgemaakt en dat in een vorm zoals die vereist voor de geldigheid van een testament. Door de plaatsvervulling kan een erfgenaam het erfdeel opnemen dat zijn vooroverleden ouder toekomt. De afstammelingen van de erfgenaam die al overleden is erven samen en niet per hoofd. VOORBEELD Jan sterft en had twee kinderen, Els en Marc. Marc is al overleden en heeft zelf twee kinderen, Lisa en Stijn. De erfenis van Jan wordt als volgt verdeeld: de helft gaat naar Els, de andere helft gaat naar de kinderen van Marc. Zij krijgen dus elk 1/4 (en niet een derde voor respectievelijk Els, Lisa en Stijn). 1 Plaatsvervulling is voortaan mogelijk na onwaardigheid. De erfgenamen van een onwaardige erfgenaam worden dus niet langer door de schuld van hun ouder van de nalatenschap uitgesloten. 2 Plaatsvervulling is voortaan ook mogelijk als een erfgenaam de nalatenschap verwerpt! Door deze wijziging is een generatiesprong mogelijk. Daarbij gaat de erfenis van de grootouders rechtstreeks naar de kleinkinderen wanneer de ouders (de tussengeneratie) hun erfenis verwerpen. Let wel, het initiatief ligt bij de tussengeneratie. (n.v.d.r. zie hierover ons dossier Uw vermogen doorgeven aan uw kleinkinderen in Plus magazine van december 2012). Eric Spruyt, notaris en docent KUL en HUB-Fiscale Hogeschool