Afwijkingen van de voorvoet blijken in 78,6% van de gevallen een gevolg van afwijkingen in heupspierfuncties. En die zijn op hun beurt dan weer in 87% van de gevallen een erfenis van de ouders of grootouders. "De onderliggende oorzaak is de motorische aansturing van de spieren die de voet doen bewegen", onthult Michel Mariën. "Als die niet optimaal werkt, kunnen spierbalans en asfuncties van de gewrichten vertekend worden en ontwikkelt er zich een afwijkend looppatroon. Daardoor worden bepaalde zones van de voet overbelast en ontstaan klachten: van lage rugpijn over enkel- en knieproblemen tot voorvoetafwijkingen."
...

Afwijkingen van de voorvoet blijken in 78,6% van de gevallen een gevolg van afwijkingen in heupspierfuncties. En die zijn op hun beurt dan weer in 87% van de gevallen een erfenis van de ouders of grootouders. "De onderliggende oorzaak is de motorische aansturing van de spieren die de voet doen bewegen", onthult Michel Mariën. "Als die niet optimaal werkt, kunnen spierbalans en asfuncties van de gewrichten vertekend worden en ontwikkelt er zich een afwijkend looppatroon. Daardoor worden bepaalde zones van de voet overbelast en ontstaan klachten: van lage rugpijn over enkel- en knieproblemen tot voorvoetafwijkingen." Knobbelvoeten en hamertenen worden vaak behandeld met steunzolen of een chirurgische ingreep. Tijdens die operatie worden het bot en het gewricht bewerkt, al dan niet met staafjes en vijsjes. Een invasieve methode - en dus vatbaar voor complicaties - die enkel de symptomen aanpakt, niet de oorzaken. Dat geldt ook voor steunzolen. Michel Mariën pakt de oorzaak aan met functionele zolen en hulpmiddeltjes van silicone. "Er is een wereld van verschil met steunzolen", beklemtoont hij. "Steunzolen steunen de voet. Soms ontstaan op die manier zelfs bijkomende problemen omdat ze bepaalde spieren ontzien zodat die verslappen. Soms duwen steunzolen de middenvoet omhoog, waardoor de buigspieren van de tenen minder moeten werken en korter worden. Daardoor ontstaat een groter risico op hamertenen. Functionele zolen daarentegen worden individueel aangemaakt in functie van wat de patiënt nodig heeft, van welke spieren moeten afgeremd, of juist gestimuleerd worden. Op die manier kun je afwijkingen corrigeren." Knobbelvoeten ontstaan vlugger bij mensen die iets te veel op de buitenkant van de voet lopen. Daardoor kantelt de voorvoet te veel en ont-staat er bij het afrollen te veel druk naar binnen toe, op de grote teen. Hierdoor worden de ligamenten van die grote teen overbelast en verslappen ze. Het gewricht komt daardoor uit positie en dat kan een slijmbeurs-ontsteking veroorzaken. "Dat kan ook bij de elleboog of de pols gebeuren maar die worden niet belast door het hele lichaamsgewicht en er moet ook geen schoen over die daar nog eens op inwerkt. Een slijmbeursont-steking die met rust gelaten wordt, verdwijnt na een achttal dagen, maar op de voet krijgt ze doorgaans niet de kans om te genezen. Daar zal ze chronisch worden en de knobbel wordt langzaam harder en verkalkt." Door de knobbel te voorzien van een siliconenhoesje met een soort schansje erop (een biodynamische orthoplastie), kan de voet afgerold worden zonder druk op de knobbel. "Zelfs harde knobbels gaan na een tijd zachter worden en slinken." Hamertenen of tenen die elkaar overlappen krijgen een soortgelijk hulpmiddel aangemeten. Een schansje voor het gewricht zorgt er bij hamertenen voor dat de teen bij het afrollen van de voet gestrekt wordt, zodat die spieren zich weer kunnen ontwikkelen. Overlappende tenen krijgen een soort harnasje aan, dat hen op hun plaats houdt. De oorzaak van een voorvoetafwijking ontdekken, vergt wat studie. "Maar ik kan al veel opmaken uit het schoeisel van een patiënt", zegt Michel Mariën. "Aan de onregelmatige slijtage van een schoenzool zie je welke zones veel of weinig belast worden. Die eerste indruk kan aangevuld worden met een podografie, een soort voetafdruk. En daarna volgen goniometrische metingen. Niet alleen de voet, maar ook de spieren worden opgemeten. Dankzij ingewikkelde berekeningen wordt daarna (onder meer) duidelijk onder welke hoek de heupen ten opzichte van de knieën en de voeten werken. De resultaten worden vergeleken met een ideale functie en dan kan berekend worden hoe het probleem eventueel opgelost kan worden." Hoe lang het duurt voor het euvel genezen is, hangt af van de patiënt: van de grootte van zijn afwijking, zijn mobiliteit. "Bij iemand die veel stapt, worden de spieren meer getraind en zal er dus sneller resultaat zijn. Stappen luidt de boodschap!" Ariane De Borger