Werd de cholesterolwaarde in het bloed tot nu toe als dé grote schuldige beschouwd, tegenwoordig beschouwen specialisten ze als één van de factoren die een rol spelen bij de inschatting van het risico op hart- en vaatziekten, maar ze stellen dat alle risicofactoren steeds samen moeten worden beoordeeld.
...

Werd de cholesterolwaarde in het bloed tot nu toe als dé grote schuldige beschouwd, tegenwoordig beschouwen specialisten ze als één van de factoren die een rol spelen bij de inschatting van het risico op hart- en vaatziekten, maar ze stellen dat alle risicofactoren steeds samen moeten worden beoordeeld. Cholesterol is een vetachtige stof, die niet oplosbaar is in water en die ons lichaam gebruikt als bouwstof. Het maakt onder meer deel uit van de wand van alle cellen waaruit ons lichaam is opgebouwd en speelt een rol bij de vorming van bepaalde hormonen en van galzuren. Ruim drievierde van de cholesterol maakt ons lichaam zelf aan, vooral in de lever. De rest - dus slechts éénvierde - halen we uit onze voeding. Daarom heeft de voeding maar een beperkte invloed op het cholesterolgehalte in het bloed. Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed is niet zonder risico's. Bij een te hoog LDL-cholesterolgehalte ontstaat in de binnenwand van de bloedvaten een ophoping van 'slechte' cholesterol en slibben de bloedvaten dicht. De vetachtige massa die zich ophoopt, gaat verkalken. Men spreekt van aderverkalking of atherosclerose, wat op termijn kan leiden tot een hartinfart of beroerte. HDL-deeltjes kunnen aderverkalking terugdringen omdat zij de eigenschap hebben cholesterol op te nemen en terug te voeren naar de lever. Algemeen stelt de Belgian Lipid Club (een vereniging van specialisten) dat de totale cholesterol lager moet zijn dan 190 mg/dl en de LDL-cholesterol lager dan 115 mg/dl. Maar voor iemand met een hoog globaal risico zijn deze waarden nog te hoog. Daarom wordt voor diabetespatiënten, mensen met een hoge bloeddruk en mensen die reeds een hart- en vaatziekte hebben de grens vastgelegd op een totale cholesterolwaarde beneden de 175 mg/dl en een LDL beneden de 100 mg/dl. Voor het overige moet bij iedereen het totaalrisico bepaald worden. Bedraagt dit meer dan 5 %, dan streeft men eveneens naar deze lagere grenzen. Een gezonde levenswijze is en blijft de hoeksteen van de preventie van hart- en vaatziekten. Maar gezonde voeding en lichaamsbeweging hebben ook een recht-streekse invloed op het cholesterolgehalte. Van lichaamsbeweging is onbetwistbaar aangetoond dat het het HDL-gehalte (de goede cholesterol) kan doen stijgen. De aanbeveling in dit verband luidt: 30 tot 45 minuten fysieke inspanning, minstens drie-maal per week. n Het behoud of het bereiken van een correct lichaamsgewicht door het beperken van de calorieaanvoer via de voeding is een essentieel element. n Beperk de hoeveelheid vet in de voeding, vooral cholesterol en verzadigde vetten. Vetten mogen maximaal 30 tot 35 % van de totale hoeveelheid calorieën vormen met maximaal 10 % verzadigde vetten, 3 tot 7 % meervoudig (poly-)onverzadigde vetten, 10 tot 15 % enkelvoudig (mono-) onverzadigde vetten en niet meer dan 300 mg cholesterol per dag. n Geef de voorkeur aan onverzadigde vetten, meestal van plantaardige oorsprong en die vloeibaar worden bij kamertemperatuur. Goede bronnen zijn: olijfolie, raapzaadolie, arachideolie, zonnebloemolie, maïsolie... n Vezels beperken de opname van vetten in de darm. En vezelrijke voedingsproducten bevatten bovendien over het algemeen weinig vetten. n Vervang volle zuivelproducten (melk, kaas,...) door magere producten. n Gebruik bij warme maaltijden geen boter, kokosvet, palmolie, palmpitolie, vaste plantaardige margarines en braadvet. n Geef de voorkeur aan kooktechnieken waarbij u weinig of geen vet nodig hebt zoals stomen, grillen, pocheren of bereid uw maaltijden in de microgolfoven. n Gebruik om soep te maken steeds magere bouillon en ontvette bouillonblokjes. n Beperk u bij uw hoofdmaaltijd tot 100 gram mager vlees. Als eenvoudige richtlijn geldt dat alles wat rent (wild) of vliegt beter is dan wat ligt of staat (varken, koe,...). n Vervang vlees 2 x per week door vis. n Let erop dat u ook de verborgen vetten in koekjes, taartjes, ijs enz. beperkt. n Beperk cholesterolrijke voedingsmiddelen zoals orgaanvlees, eieren, kaviaar,... n Denk eraan dat lightproducten wel minder calorieën bevatten, maar dat ze niet per se vetarm zijn. n