"Zijn jullie er klaar voor?"
...

"Zijn jullie er klaar voor?"We zijn nog aan het genieten van een afzakkertje uit de rijkgevulde wijnkelder van Luc Dewalque, de eigenaar en chef-kok van de Auberge du Sabotier in Awenne, of hij staat al klaar om ons mee te nemen naar zijn luisterplekje in het woud. Het is na 11 uur 's avonds, maar geen streep vermoeidheid laat vermoeden dat onze kok eerder die avond een schitterende wildmaaltijd heeft bereid. Luc Dewalque heeft de gedreven pioniersgeest. Als een groep gasten dat vooraf vraagt, wacht hij hen 's middags tijdens een lange wandeling in het woud op. Hij heeft er dan een houtvuur aangelegd en een grote ketel maaltijdsoep bereid. Tien jaar geleden, nog lang voor het mode werd, nam hij zijn gasten al mee om in het nachtelijke duister te luisteren naar het burlen van de herten. Zijn auberge heeft een hoog authenticiteitsgehalte en straalt nestwarmte uit, in een vergeten dorpje aan de rand van het woudmassief van Saint-Hubert. Schrik niet (en bel niet meteen naar Gaia) als u in de hal een ree in een plas bloed ziet liggen. Luc Dewalque durft dat wel eens doen in een balorige bui, als bewijs dat hij in zijn keuken nog met echt en vers wild werkt. In de auto volgen we onze chef-kok tot hij na een vrij lange rit aan de rand van een bos stopt. Het is eind september en onder de ongewoon heldere sterrenhemel hangt vrieskou in de lucht. We lopen zo stil mogelijk tot onze gids halt houdt achter dichte sparren aan de rand van een grote open plek. Vijf minuten lang blijven we bewegingloos staan, tot we ineens in de verte een geluid horen dat op het loeien van een koe lijkt. Het geloei krijgt vrijwel onmiddellijk antwoord vanuit andere richtingen. Dan weer stilte, een halve minuut misschien, tot we het loeien plotseling heel dichtbij horen. Het antwoord komt opnieuw van verderaf en dan weer van dichtbij. Het klaaglijke geluid bezorgt het hele gezelschap kippenvel. Dit is duidelijk echt en niet afkomstig van een cassette. Wanneer we terug bij de auto's zijn, is Luc Dewalque opgetogen. "Het gebeurt niet altijd dat je het burlen zo duidelijk kunt horen. Het dichtste geloei kwam van een mannetje dat zich op nog geen 300 meter van ons bevond", zegt hij met de stelligheid van de Ardennees die al met zijn grootvader naar dit natuurgeweld kwam luisteren. Om het succes te vieren tovert hij een fles pekèt (Waalse jenever) met bijpassende glaasjes uit zijn rugzak, kwestie van ons verkilde lichaam op te warmen. Om de herten niet te storen werkt Luc Dewalque nu samen met het centrum voor milieu- en natuureducatie CRIE van het openluchtmuseum Fourneau Saint-Michel. Dat heeft zijn reden. Vier jaar geleden sloegen de natuurorganisaties alarm. "Het leek erop alsof heel België 's nachts onze wouden overrompelde om naar het burlen te luisteren", zegt Anne Segers van de toeristische federatie van de provincie Luxemburg. "De overlast werd onhoudbaar. Vele mensen reden met hun auto de bossen in en verstoorden de dieren op een essentieel moment van hun voortplanting. Anderen trokken te voet het woud in en verdwaalden in het donker."De redding kwam uit een verrassende hoek: van de boswachters. "Drie jaar geleden waren we voor het eerst genoodzaakt grote stukken woud voor wandelaars af te sluiten", vertelt Bernard Déom, kantonchef in Libin en ingenieur bij de Waalse dienst voor natuur- en bosbeheer. "We wilden echter meer doen dan de toegang tot de wouden bewaken en processen-verbaal uitschrijven. We hebben overlegd met alle lokale betrokkenen en een compromis uitgewerkt. De meeste woudzones met een sterke hertenconcentratie blijven tijdens de bronst afgesloten, maar we hebben in die zones wel luisterpunten aangeduid. Daar kunnen groepjes wandelaars onder leiding van een natuurgids of een boswachter naar het burlen luisteren. De gids weet perfect wat hij moet doen om de dieren niet te storen. Deze wandelingen worden nu vooral georganiseerd door de plaatselijke diensten voor toerisme en de CRIE-centra. De meeste tochten starten met een diavoorstelling of een computerpresentatie. Zodra het helemaal donker is, trekken we in groepjes van maximaal 25 mensen onder de begeleiding van een gids naar het luisterpunt in het woud. Tegen halftwaalf zijn we terug en praten we na bij een beker Glühwein of warme soep. Ik kan iedereen dus deze raad geven: schrijf u vooraf in voor zo'n 'bronstwandeling' en u zult een uniek natuurfenomeen beleven. Wie zich 's nachts toch op eigen houtje in het woud waagt, zal ons gegarandeerd op zijn weg vinden. We letten op wildgeparkeerde auto's en verstoppen ons op strategische plaatsen!"Als u een 'bronstweekendje' of 'bronstmidweek' in de Ardennen wilt beleven, kiest u dus eerst een plaats waar avondwandelingen met een natuurgids worden georganiseerd (lees 'De beste wandelingen' en 'Praktisch'). Zoek daarna naar een goed hotel-restaurant in de omgeving. Waar hebt u de meeste garantie om het burlen goed te horen? Herten hebben uitgestrekte woudgebieden nodig. In België hebt u de keuze uit vijf gebieden: het woud van Anlier tussen Habay, Martelange, Fauvillers en Léglise de brede regio rond Saint-Hubert (vooral rond Fourneau Saint-Michel maar ook rond Sainte-Ode) het noordoosten van de provincie Luxemburg (Baraque de Fraiture, Gouvy en Bovigny) de westelijke Semoisstreek (tussen Bouillon en Herbeumont) de wouden rond Elsenborn (prov. Luik). Chef-boswachter Bernard heeft nog wat goede tips voor u: "Regen dempt het geluid, kies dus liefst een droge maar koude avond uit. Als u met een natuurgids meewandelt, zal hij altijd een route tegen de wind in volgen. Vermijd zeker het dragen van parfum en andere lichaamsgeuren. Het wild zal u lang vóór u ter plaatse bent al geroken hebben en veilig in zijn schuilplaats blijven."Alleen het mannetjeshert burlt en pas vanaf de leeftijd van vijf tot zes jaar. In de bronsttijd probeert hij een groepje hinden rond zich te verzamelen. Zijn geloei heeft twee bedoelingen: de vrouwtjes voor zich winnen en alle rivalen afschrikken. "Mannetjesherten kiezen vaak jaar na jaar dezelfde open plek in het woud uit om te burlen en om zich voort te planten", vertelt Bernard. "Op zo'n plek kunnen ze de hinden beter in de gaten houden en hebben ze meer ruimte om te vechten met mogelijke rivalen. Soms leggen ze tientallen kilometers af om terug te keren naar hun plek. Daarom is het zo schadelijk wanneer mensen dit natuurlijke mechanisme komen verstoren. De hinden vluchten dan in alle richtingen. Het mannetjeshert moet veel extra energie gebruiken om de hinden weer te verzamelen en dat brengt de overleving van de soort in gevaar." Anne en Marc Antoine van hotel-restaurant Saint-Martin in Bovigny (tussen Vielsalm en Gouvy) hebben er wat op gevonden om de natuur niet te verstoren. In het najaar bieden ze hun gasten tijdens de week het speciale wildarrangement Bol d'air aan. U wordt dan door een natuurgids meegenomen naar een pirch in het woud. Pirch is het Ardense woord voor de door jagers gebruikte observatieplek bovenop hoge staken. Als u de klim naar boven aandurft en stil kunt blijven, zit u op een ideale plaats om het burlen te horen. "Op zo'n pirch zit je boven het geur- en zichtbereik van de dieren", verklaren Anne en Marc hun formule. "De wandeling gebeurt bovendien met kleine groepjes van 5 tot 8 mensen en altijd onder begeleiding van een natuurgids of een boswachter. Tijdens de bronsttijd vertrekken we pas na het diner en kiezen we een pirch tussen de bomen en nooit op een open plek. Buiten de bronsttijd plannen we de wandeling tijdens de schemering en vóór het diner. Wie dan stil kan blijven op de pirch, kan het wild onder zich voorbij zien rennen."Waar u het burlen op de meeste andere plaatsen alleen kunt horen, maakt u in Han-sur-Lesse de kans de dieren ook te zien. Het 250 ha grote wildpark van het Domaine des Grottes telt immers een flinke populatie herten en die zijn redelijk gewend geraakt aan de aanwezigheid van mensen. Daarom organiseert het domein bronstbezoeken in de vooravond, wanneer er nog licht is. Het treintje voert u door het park en houdt halt op de open plekken waar een mannetjeshert zich met een groep hinden laat zien. "Je moet natuurlijk wat geluk hebben", geeft directeur Vankeerberghen toe. "Maar als het meezit kun je met eigen ogen ook zien hoe een jonger mannetje wijfjes van een ouder hert probeert weg te lokken. Hoe vreedzaam ze hier in de rest van het jaar ook naast elkaar leven, in de bronsttijd kunnen de mannetjes spectaculaire gevechten leveren. Soms hoor je alleen de brutale schok van hun geweien. Daar word je echt stil van..." nLudo Hugaerts