De boodschap die de abdijkerk van Floreffe uitstraalt, is niet mis te verstaan: de mens is nietig. 97 m lang strekt het interieur zich uit (foto 2). En er is niemand te zien. Sinds de Franse revolutie wonen hier geen norbertijnen meer, maar het abdijcomplex blijft een indrukwekkend gezicht (1). Als een stad in de stad strekt het zich trots op een rots boven Floreffe uit. Vóór de Franse revolutie bedroop de abdij zichzelf volledig. Vandaag wordt een gedeelte van het complex gebruikt als college, maar grote delen hebben hun oorspronkelijk aanzien bewaard. Probeer mee te gaan met een geleid bezoek en voel u zoals de Witte van Zichem toen die voor het eerst de abdij van Averbode betrad. Het rijke Roomse leven ontvouwt zich hier in eindeloze gangen e...

De boodschap die de abdijkerk van Floreffe uitstraalt, is niet mis te verstaan: de mens is nietig. 97 m lang strekt het interieur zich uit (foto 2). En er is niemand te zien. Sinds de Franse revolutie wonen hier geen norbertijnen meer, maar het abdijcomplex blijft een indrukwekkend gezicht (1). Als een stad in de stad strekt het zich trots op een rots boven Floreffe uit. Vóór de Franse revolutie bedroop de abdij zichzelf volledig. Vandaag wordt een gedeelte van het complex gebruikt als college, maar grote delen hebben hun oorspronkelijk aanzien bewaard. Probeer mee te gaan met een geleid bezoek en voel u zoals de Witte van Zichem toen die voor het eerst de abdij van Averbode betrad. Het rijke Roomse leven ontvouwt zich hier in eindeloze gangen en trappen, gewelven, smeedwerk en parketvloeren. Een ideaal decor voor een boek zoals De naam van de roos. Als u hier komt in de kerstperiode, wacht in de vroegere stallen een kerstmarkt die anders wil zijn dan de andere (3). In Floreffe worden elk jaar ambachtelijke en creatieve scheppers uitgenodigd om hun waren te etaleren. Alles is met eigen handen - en een knipoog - gemaakt. Van de juwelen tot de metalen flessenhouders en vliegtuigjes. Van de hoeden tot de poppenhuisjes en tafelaccessoires. De kerstmarkt loopt over in een gezellige brasserie. We zijn hier in het oudste deel van de abdij - een watermolen uit de 13de eeuw. Tussen de stoere balken is het aangenaam genieten van abdijproducten zoals kaas en bier. Nog meer sfeer in La Brigade, een uniek museum waar vrijwilligers de geschiedenis van de nabijheidspolitie (zeg maar de gendarme en de veldwachter) levend proberen te houden. Uniformen, een lokale Rijkswachtpost en materiaal om boeven te vangen roepen het beeld van de wijkagent uit Quick & Flupke op. Een tijd toen een simpel cachot volstond om dieven en smokkelaars af te schrikken. Zo imposant als Floreffe is, zo intiem lijkt Fosses-la-Ville. Deze parel van een stadje ligt maar 8 km van Floreffe verwijderd en een bezoek aan beide kan gemakkelijk in één dag. Elk oud kasseistraatje in Fosses lijkt een traditie te koesteren. Daarom is de balade contée in december hier een aanrader. Op verschillende locaties vertellen acteurs in het nachtelijke duister heksenverhalen en lokale legendes. Zoals die van de hier in 1258 gestorven Julienne de Cornillon. Zij had visioenen dat er een stuk van de maan ontbrak en gaf als verklaring voor die dromen dat er op de kerkelijke kalender een feest ontbrak. Dat is dan later Sacramentsdag geworden. Proef de sfeer als u de historische stadswandeling naloopt (45 minuten) en let op de tweetaligheid: alle straatnaamborden zijn zowel in het Frans als in het Waals. Nog meer tradities zijn te zien in Le Petit Chapitre. Dit poppenmuseumpje toont de huisvlijt van Lilette Arnaud, een inwoonster die haar fysieke handicap probeerde te overwinnen door 900 figuurtjes te maken. Tot in de kleinste details roepen ze de folklore van Wallonië en het carnaval van Fosses op. Het belangrijkste monument van Fosses is de kerk gewijd aan Sint-Feuillien, een Ierse missionaris die hier bekeringswerk deed. De romaanse toren (10de eeuw) contrasteert met het meer barokke interieur. Om de zeven jaar wordt hier de buste van de heilige rondgedragen in een processie van 15 km lang. In de crypte wacht de cel van de al genoemde Julienne de Cornillon. De vreemde sfeer wordt nog versterkt in een domein net buiten het stadje. Hier wordt al eeuwen Sint-Brigida, een andere heilige uit Ierland, vereerd. Rond een romaanse kapel heeft men gebouwen uit de vroegste middeleeuwen gereconstrueerd zoals de kluis van de heilige. Het Keltische kruis boven de deuropening zet de toon: een heidens symbool dat opgegaan is in het christendom. Precies zoals het kerstfeest. Ludo Hugaerts