Bonenstaken als scheiding tussen twee tuinkamers. Verhoogde bedden waar-op pompoenen pronken in al hun vormen en kleuren. Een miniwijngaard in een geometrisch patroon. In de Franse priorij van Notre-Dame d'Orsan in de buurt van Bourges, zo'n 250 km ten zuiden van Parijs, krijg je een andere kijk op het begrip landelijke tuin.
...

Bonenstaken als scheiding tussen twee tuinkamers. Verhoogde bedden waar-op pompoenen pronken in al hun vormen en kleuren. Een miniwijngaard in een geometrisch patroon. In de Franse priorij van Notre-Dame d'Orsan in de buurt van Bourges, zo'n 250 km ten zuiden van Parijs, krijg je een andere kijk op het begrip landelijke tuin. Néén, geen dahlia's, zonnebloemen of gladiolen hier, maar een ongewoon harmonische combinatie van sierplanten met allerlei eetbaars. Opvallend is de bijna gewijde stilte die er heerst. De bezoekers wordt verzocht niet te lopen, hun stem niet te verheffen en hun hond voor een keer thuis te laten. Wie hier komt, moet immers de rust van de middeleeuwse kloostertuinen terugvinden. Natuurlijk gebruikten de monniken indertijd hun tuin om in hun behoeften aan voedsel en drank (wijn of bier) te voorzien, maar tegelijk wilden ze in hun groene ruimte ook religieuze symbolen verwerken. Origineel voor Notre Dame d'Orsan is dat deze symbolen veelal bestaan uit eetbare planten. Palissades van laag-stammige perenbomen en in spaliervorm geleide kweeperen bakenen bijvoorbeeld een labyrint af - symbool voor de moeite die het mensen van vlees en bloed kost om in het paradijs te komen. Datzelfde paradijs wordt voorgesteld door de kloostergang, die hier volledig groen is. Hij wordt omsloten door in vorm gesnoeide hagen. De fontein in het midden bereik je doorheen een geometrische miniwijngaard - vier, met wijnstokken beplante vierkanten. Een rechthoekige boomgaard met bottelrozen in de hoeken en in een cirkel geplante bomen in het midden moet aanzetten tot meditatie. Ook de roze en witte klimrozen die over gotische bogen van kastanjehout ranken, dienen niet alleen voor de sier, ze symboliseren de deugden van de maagd Maria. Dat de tuin verdeeld wordt in meerdere kamertjes, is niet zo verwonderlijk voor wie al eens een middel-eeuwse tuin heeft bezocht. De soms humoristische of ongewone vormen waarin de tussenhagen (taxus, klimop, buxus haagbeuk...) zijn ge-snoeid, zijn dat wellicht wel: zij doen heel eigentijds aan. Hier een hart van klimop, daar een hoge haag met symmetrische doorkijkraampjes, elders buxusbollen boven elkaar. Het meest verrassend is echter het gebruik van groenten en fruit als scheiding tussen de tuinkamers. Door bonenstaken op een rechte lijn te plaatsen, ontstaat vanzelf een eetbare haag. Hetzelfde effect wordt verkregen met een rij fruitheesters of laag-stambomen die opgroeien tegen een palissade of een spalier. Hoge fruitbomen kunnen dan weer dienen om te snoeien in de vorm van een gloriette - een zalige plek om te lezen in de schaduw. In de nazomer tooit de tuin van Notre Dame d'Orsan zich met warme kleuren. En dat is grotendeels de verdienste van de honderden pompoenen die groeien op negen verhoogde bedden. Een middeleeuws idee is dat maar ook vandaag nog biedt het een belangrijk voordeel: het spaart onze ruggen! De grond wordt tegengehouden door muurtjes van gevlochten kastanjetakken. Hierdoor ontstaat een microklimaat dat de groei en bloei bevordert. Als u sier- en nutselementen wilt combineren in een landelijke tuin met middeleeuwse trekjes, dan zijn deze ideeën uit het Franse voorbeeld zeker toepasbaar. n Baken een aantal tuinkamertjes af met hagen die u niet hoger laat worden dan 150 cm. n Zaai gazon in de tuinkamertjes, maar voorzie precies in het midden één perk in de vorm van een vierkant(of 4 kleinere) voor groenten en fruit. n Houd deze moestuintjes klein(ze hoeven echt niet uw jaarbehoefte te dekken!), maar zorg voor variatie. n Probeer te werken met twee teelten per jaar. In Notre Dame d'Orsan oogsten ze bijvoorbeeld een perk met vroege tarwe eind juni om nadien koolsoorten te planten. Een perk met tuinbonen wordt begin juli geruimd en beplant met prei en radijsjes. n En waarom niet een miniwijngaard in één van de kamertjes? n In het midden van een tuinkamertje kunt u ook een fontein of een oud (of oud ogend) tuinornament plaatsen. n Denk aan struiken aalbessen, frambozen of cassisbessen als tussenhaag. Laat ze bij voorkeur opranken tegen een recht stuk gaas. n Gebruik het liefst natuurlijke materialen voor zichtbare afsluitingen, bijvoorbeeld vlechtpanelen van wilgentakken, hazelaar of riet. n Leg op een goed zichtbare plek een verhoogd perk aan en beplant het met decoratieve groenten, kruiden en eetbare bloemen: Oost-Indische kers, pompoenen, courgettes, koolsoorten, rozemarijn, tijm, peterselie enz. n Enkele oude soorten mogen zeker niet ontbreken. Oude appel- (Jacques Lebel, Schone van Boskoop...) en perenrassen (Dubbele Flip, Beurré d'Hardenpot...) zijn nu ook op laag-stam te vinden. Bij de rozen kunt u denken aan soorten die de eeuwen hebben getrotseerd zoals eglantierrozen, Rosa gallica, Rosamundi, Rosa alba maxima, Belle Isis, Charles de Mills enz. Fruitheesters: sleedoorn, kweepeer, cassis... n Nog ergens een oude fruitboom staan? Plant er een cirkel van laag-stammige fruitbomen en/of fruitheesters rond en maak er zo een fruitkamertje van. n Een stuk van de tuin dat minder gunstig ligt, wordt een bloemenweide die u min of meer laat verwilderen. Ludo Hugaerts - Foto's: Bastin&Evrard