Oudere werknemers langer aan het werk houden en hen de kans geven om het wat kalmer aan te doen vanaf een bepaalde leeftijd, waren belangrijke doelstellingen van het Generatiepact dat dan ook in een aantal wijzigingen aan het stelsel van tijdskrediet (de vroegere loopbaanonderbreking) voor werknemers in de privésector voorzag. Het overleg met de sociale partners verliep wat trager dan oorspronkelijk gepland, maar op 1 juni 2007 gaan de nieuwigheden voorzien in cao 77quater (de opvolger van de basis-cao 77bis) dan toch van start.
...

Oudere werknemers langer aan het werk houden en hen de kans geven om het wat kalmer aan te doen vanaf een bepaalde leeftijd, waren belangrijke doelstellingen van het Generatiepact dat dan ook in een aantal wijzigingen aan het stelsel van tijdskrediet (de vroegere loopbaanonderbreking) voor werknemers in de privésector voorzag. Het overleg met de sociale partners verliep wat trager dan oorspronkelijk gepland, maar op 1 juni 2007 gaan de nieuwigheden voorzien in cao 77quater (de opvolger van de basis-cao 77bis) dan toch van start. Naast het tijdskrediet biedt ook de formule van het halftijds brugpensioen de mogelijkheid om de overgang van fulltime werken naar een volledig rustpensioen geleidelijk te laten verlopen. Het Generatiepact heeft het systeem van halftijds brugpensioen ongemoeid gelaten, op dat vlak zijn geen wijzigingen te melden. LET OP! Het tijdskrediet bestaat zowel in de privé- als in de openbare sector (al wordt het daar vaak nog altijd loopbaanonderbreking genoemd). Het halftijds brugpensioen bestaat enkel in de privésector. Het tijdskrediet is een mogelijkheid om (tijdelijk) minder te werken. Het loonverlies voor de dag(en) dat de werknemer niet werkt, wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een RVA-uitkering en in sommige gevallen ook nog door een aanmoedigingspremie van de Vlaamse Gemeenschap (inlichtingen hierover: tel. 0800 30 201). Zowel werknemers in de privé- als in de openbare sector kunnen een tijdskrediet opnemen, maar de werknemers van de openbare sector (contractuele én statutaire) vallen onder een andere reglementering. Het Generatiepact focust enkel op de regeling van de privésector. In dit artikel bespreken we dan ook uitsluitend deze privéreglementering. Enerzijds zorgt het Generatiepact voor een versoepeling van het systeem. Zo krijgen werknemers die ouder zijn dan 55 makkelijker toegang tot het tijdskrediet (geen beperking meer door de 5%-drempel - zie verder) en 50-plussers moeten minder lang in het bedrijf werken vooraleer ze in aanmerking komen voor een loopbaanvermindering met 1/5de of 1/2de. Anderzijds zullen minder werknemers langer dan één jaar een voltijds tijdskrediet kunnen opnemen en tegelijk uitkeringen genieten. In dit dossier bekijken we welke vormen van tijdskrediet er momenteel (nog) bestaan en wat de voorwaarden zijn. Uiteraard vermelden we er expliciet bij wat nieuw is. Ook na het Generatiepact bestaan er 5 formules van tijdskrediet: n voltijds tijdskrediet n halftijds tijdskrediet voor min-50-jarigen n halftijds tijdskrediet voor 50-plussers n 1/5de tijdskrediet voor min-50-jarigen n 1/5de tijdskrediet voor 50-plussers. Voor al de formules geldt één gemeenschappelijke voorwaarde: het recht is beperkt tot 5% van het personeelsbestand. Dus slechts 5% van de personeelsleden van een bedrijf mag tegelijkertijd met tijdskrediet. Wie te laat komt met zijn aanvraag, komt op een wachtlijst terecht. NIEUW Sinds 1 juni 2007 ontsnappen 55-plussers aan de 5%-drempel als zij hun loopbaan verminderen met 1/5de en in een bedrijf met ten minste 11 werknemers werken. In deze bedrijven heeft het Generatiepact van het 1/5de tijdskrediet een individueel recht voor 55-plussers gemaakt. Concreet betekent dit dat: n bij het tellen van het aantal werknemers dat een tijdskrediet genomen heeft, 55-plussers met een 1/5de tijdskrediet niet meer meegeteld worden. 55-plussers met een voltijds of halftijds tijdskrediet wel! n wanneer een 55-plusser zelf een aanvraag doet voor een 1/5de tijdskrediet, hem dat niet geweigerd kan worden met de mededeling "dat de 5%-drempel bereikt is". LET OP! Voor 55-plussers die een sleutelfunctie vervullen in het bedrijf, kan de werkgever de datum waarop de werknemer zijn recht op 1/5de tijdskrediet zou willen aanvatten, uitstellen met maximaal 12 maanden. Welke jobs als sleutelfuncties worden beschouwd, wordt bepaald in een sector- of ondernemings-cao. Worden de sleutelfuncties niet opgesomd in een dergelijke cao, dan moet de werkgever motiveren waarom de werknemer volgens hem een sleutelfunctie vervult. In elk geval gaat het om werknemers die een dermate belangrijke rol spelen in het bedrijf dat hun afwezigheid nadelig zou zijn voor de organisatie en er geen oplossing kan gevonden worden door verschuiving van personeel. WEETJE In een bedrijf met 10 werknemers of minder geldt de veralgemening van het recht op 1/5de tijdskrediet niet. Dit betekent dat in kleine bedrijven ook 55-plussers enkel een loopbaanvermindering met 1/5de kunnen krijgen als hun werkgever het daarmee eens is. Duurtijd: Het voltijds tijdskrediet moet aangevraagd worden voor minimaal 3 maanden en maximaal 1 jaar. Het kan eventueel verlengd worden tot maximaal 5 jaar op basis van een sector- of ondernemings-cao, maar de aanvraag moet elk jaar vernieuwd worden. Er bestaat geen specifieke regeling voor 50-plussers. Anciënniteit: de werknemer moet in de 15 maanden voor de aanvraag gedurende minstens 12 maanden met de werkgever verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst. Uitkering: het brutobedrag is euro 418,76 per maand voor een werknemer met minder dan 5 jaar anciënniteit en euro 558,35 voor een werknemer met meer dan 5 jaar anciënniteit. NIEUW Beperking van de uitkeringenEen sector- of ondernemings-cao kan de duurtijd verlengen van 1 tot maximaal 5 jaar. Tot voor kort kregen werknemers die in een bedrijf werkten waar zulke cao bestond, gedurende deze 5 jaar een uitkering van de RVA. Het Generatiepact beperkt dit recht op uitkeringen na de eerste periode van 12 maanden. Nu zijn uitkeringen na de eerste 12 maanden enkel nog mogelijk voor werknemers die een voltijds tijdskrediet nemen voor: n de opvoeding van kinderen, jonger dan 8 jaar n de zorg voor een thuiswonend gehandicapt kind n de verzorging van zwaarzieke gezins- of familieleden n palliatieve zorg n het volgen van bijscholing (de opleiding moet erkend zijn en een mini- mumaantal uren tellen). Werknemers die voltijds tijdskrediet nemen voor een andere reden, kunnen dat langer dan 1 jaar als hun bedrijf of sector hierover een cao heeft afgesloten (voor maximaal 5 jaar) maar na 12 maanden krijgen zij geen RVA-uitkering meer. WEETJE De beperking van de uitkeringen na het eerste jaar geldt enkel voor een voltijds tijdskrediet. Neemt u een loopbaanvermindering tot 1/2de en werkt u in een onderneming waar een cao bestaat die het recht op 1/2detijdskrediet uitbreidt tot maximaal 5 jaar, dan kunt u gedurende deze 5 jaar ook een RVA-uitkering krijgen. NIEUW Gevolgen voor het latere pensioen: het voltijds tijdskrediet is gedurende 3 jaar gelijkgesteld voor het pensioen, maar enkel als er ook een uitkering door de RVA betaald wordt. Volgende situaties zijn mogelijk: n 2 of 3 jaar voltijds tijdskrediet (als er een cao is die het tijdskrediet verlengt tot 2 of 3 jaar) mét uitkeringen (dus omwille van een van de hierboven opgesomde redenen): de volledige periode wordt gelijkgesteld voor het pensioen n 2 of 3 jaar voltijds tijdskrediet (als er een cao is die het tijdskrediet verlengt tot 2 of 3 jaar), zonder uitkeringen voor het tweede en derde jaar: geen gelijkstelling voor het tweede en derde jaar n 4 of 5 jaar voltijds tijdskrediet (als er een cao is die het tijdskrediet verlengt tot 4 of 5 jaar): het vierde en vijfde jaar wordt nooit gelijkgesteld voor het pensioen. Het tweede en derde jaar eventueel wel, afhankelijk van de reden. Duurtijd: het tijdskrediet moet aangevraagd worden voor minimaal 3 maanden en maximaal 1 jaar. Een sector- of ondernemings-cao kan de duur verlengen tot maximaal 5 jaar, maar de aanvraag moet elk jaar vernieuwd worden. Anciënniteit: de werknemer moet in de 15 maanden voor de aanvraag gedurende minstens 12 maanden met de werkgever verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst. Het jaar voor de aanvraag moet hij ten minste 3/4de gewerkt hebben. Uitkering: het brutobedrag is euro 209,37 (minder dan 5 jaar anciënniteit) en euro 279,17 (meer dan 5 jaar anciënniteit). Gevolgen voor het latere pensioen:het 1/2de tijdskrediet wordt kosteloos gelijkgesteld voor het pensioen gedurende 3 jaar. Werkt u in een onderneming die de duurtijd van de loopbaanvermindering tot 1/2de uitbreidt tot 5 jaar, dan bent u voor de laatste 2 jaar niet gelijkgesteld, tenzij u daarvoor betaalt. Duurtijd: het tijdskrediet moet aangevraagd worden voor minimaal 3 maanden en mag duren tot aan het pensioen. NIEUW Anciënniteit: de 50-plusser moet minstens 20 jaar loontrekkende geweest zijn en niet langer 5 jaar maar slechts 3 jaar meer in dienst zijn bij de werkgever. Als de werkgever het daarmee eens is, moeten werknemers die pas op latere leeftijd werden aangeworven nog minder dienstjaren tellen: n 2 jaar voor werknemers die aangeworven werden na hun 50ste n 1 jaar voor werknemers die aangeworven werden na hun 55ste. Let op, de voorwaarde dat de werknemer minstens 20 jaar als loontrekkende gewerkt moet hebben, blijft bestaan. Uitkering: het brutobedrag is euro 417,05 Gevolgen voor het latere pensioen: het 1/2de tijdskrediet is gelijkgesteld voor de volledige duur (dus onbeperkt). LET OP! het halftijds tijdskrediet is nog altijd mogelijk voor 50-plussers, maar als u van plan bent om - na een periode van halftijds tijdskrediet - op 58 jaar met brugpensioen te gaan, moet u weten dat de loopbaanvereiste daarvoor verlengd werd. Vanaf 2008 moeten mannen 35 en vrouwen 30 loopbaanjaren aantonen, tegen 2012 zal dat resp. 38 en 35 jaar zijn. De jaren halftijds tijdskrediet worden maar beperkt gelijkgesteld met gewerkte, waardoor wie eerst een halftijds tijdskrediet neemt na zijn 50ste, nog moeilijk aan de loopbaanvereiste zal kunnen voldoen. Duurtijd: de loopbaanvermindering moet aangevraagd worden voor minimaal 6 maanden en maximaal 5 jaar. Anciënniteit: de werknemer moet 5 jaar tewerkgesteld zijn bij de werkgever, waarvan de laatste 12 maanden voltijds. Uitkering: brutobedrag: euro 137,88. Voor alleenwonenden is dit euro 177,93. Met alleenwonenden wordt bedoeld: personen die alleen wonen of uitsluitend samenwonen met een of meerdere kin- deren waarvan minstens een ten laste. NIEUW Verhoging bedrijfsvoorheffing op de RVA-uitkering: het inkomen van iemand die geniet van een 1/5de tijdskrediet moet lager liggen dan van iemand die voltijds werkt. Dit staat uitdrukkelijk vermeld in het Generatiepact. Daarom zal de bedrijfsvoorheffing op de RVA-uitkering verhoogd worden voor werknemers die hun loopbaan verminderen met 1/5de. Sedert 1 juni 2007 is de bedrijfsvoorheffing op de uitkering opgetrokken van 17,15% naar 35%, behalve voor eenoudergezinnen met een of meerdere kinderen. Gevolgen voor het latere pensioen: het 1/5de tijdskrediet is gedurende 5 jaar kosteloos gelijkgesteld voor het pensioen (dus voor de maximale duurtijd). Duurtijd: het tijdskrediet moet aangevraagd worden voor minstens 6 maanden en mag duren tot aan het pensioen. NIEUW Anciënniteit: de anciënniteitsvoorwaarden zijn identiek als voor een 1/2de tijdskrediet voor 50-plussers, nl. 20 jaar loontrekkende geweest zijn en 3 jaar in dienst zijn van de werkgever (maar slechts 2 jaar voor wie aangeworven is na zijn 50ste en 1 jaar voor wie aangeworven is na zijn 55ste). Uitkering: brutobedrag: euro 193,72. Voor alleenwonenden is dit euro 233,77. Ook hier wordt met alleenwonenden bedoeld: personen die alleen wonen of uitsluitend samenwonen met een of meerdere kinderen waarvan er minstens een ten laste is. NIEUW Verhoging bedrijfsvoorheffing op de RVA-uitkering: zie hoger, bij 1/5de tijdskrediet voor min-50-jarigen. Gevolgen voor het latere pensioen: voor 50-plussers is het 1/5de tijdskrediet gelijkgesteld voor de volledige duur. Het halftijds brugpensioen is een regeling waarbij oudere werknemers de mogelijkheid geboden wordt met de werkgever een akkoord te bereiken om de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking te herleiden. Let wel, voor werknemers tussen 55 jaar (de minimumleeftijd voor halftijds brugpensioen) en 58 jaar kan dit enkel als de sector of het bedrijf een cao over halftijds brugpensioen gesloten heeft. Is dat niet het geval, dan kan de werkgever niet zomaar een individueel akkoord over halftijds brugpensioen toestaan. Vraag dus bij uw personeelsdienst of er in uw bedrijf of sector zo'n cao bestaat. Tot en met 31 december 2008 kunnen werknemers vanaf 58 jaar wél een individueel akkoord sluiten met hun werkgever als er in hun bedrijf of sector geen cao over halftijds brugpensioen bestaat. LET OP! In tegenstelling tot het voltijds brugpensioen moet de werkgever niet eerst de werknemer ontslaan voor een overeenkomst kan uitgewerkt worden, deze overeenkomst moet vóór de vermindering van prestaties afgesloten worden. Vaak gaat het halftijds brugpensioen het voltijds brugpensioen vooraf. WEETJE Net zoals het voltijds eindigt ook het halftijds brugpensioen op 65 jaar. Maar halftijds bruggepensioneerden kunnen vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen. Naast zijn loon voor de halftijdse betrekking, krijgt de werknemer een werkloosheidsuitkering en een aanvullende vergoeding van de werkgever. In tegenstelling tot de werkloosheidsuitkering bij voltijds brugpensioen bedraagt de uitkering bij halftijds brugpensioen geen percentage van het loon, maar wel een forfait. Momenteel bedraagt de uitkering euro 13,56 per dag, wat gemiddeld neerkomt op euro 351 per maand. LET OP! Wie geen recht heeft op werkloosheidsuitkeringen (omdat hij bijvoorbeeld niet lang genoeg gewerkt heeft), kan ook geen aanvullende vergoeding krijgen. Verder moeten volgende voorwaarden voldaan zijn om recht te hebben op de aanvullende vergoeding van de werkgever: n de werknemer moet gedurende minstens 12 maanden voltijds tewerkgesteld zijn in hetzelfde bedrijf. Dit impliceert dat wie al halftijds werkt dus geen statuut van halftijds bruggepensioneerde kan aanvragen n de werknemer moet met de werkgever een akkoord hebben ondertekend om zijn werkprestaties tot een halftijdse dienstbetrekking te herleiden n er moet een sector- of ondernemings-cao bestaan die aan de oudere werknemers die hun prestaties verminderen een recht toekent op een aanvullende vergoeding. De geldigheidsduur van deze cao mag niet langer zijn dan die van de cao die in een voltijds brugpensioen voorziet. Als er geen sector- of ondernemings-cao bestaat over het voltijds brugpensioen, dan mag de geldigheidsduur van de cao over het halftijds brugpensioen niet meer bedragen dan 3 jaar. De minimumleeftijd voor halftijds brugpensioen is in principe 55 jaar. Dit is de leeftijdsgrens vermeld in CAO nr. 55, die het halftijds brugpensioen regelt. In deze cao staat ook een ingewikkelde regeling die afwijkt van het principe van de leeftijdsgrens van 55 jaar (en rekening houdt met de leeftijdsgrens, vermeld in cao's voor voltijds brugpensioen). Deze ingewikkelde regel wordt echter al jaren buitenspel gezet door de wetgever. Tot 31 december 2008 geldt de regeling van CAO nr 55 zeker niet en onthouden we volgende principes: n halftijds brugpensioen is mogelijk vanaf 55 jaar als dit zo voorzien is in een sector- of ondernemings-cao. n is er geen sector of ondernemings- cao, dan is halftijds brugpensioen mogelijk vanaf de leeftijd van 58 jaar, mits daarover een akkoord bestaat tussen de werkgever en de werknemer. De werknemer die halftijds met brugpensioen wil gaan, moet een loopbaan van minstens 25 jaar hebben. Dat aantal moet bereikt zijn op het ogenblik dat de werknemer zijn prestaties vermindert. De werkgever moet de werknemer een formulier C4-Halftijds brugpensioen en het attest C17 (attest waarop het bedrag van de aanvullende vergoeding is vermeld) bezorgen. De halftijds bruggepensioneerde dient deze documenten in bij zijn uitbetalingsinstelling (vakbond of Hulpkas), waar hij een contro-lekaart C3-Halftijds brugpensioen krijgt, die hij ingevuld moet terugbezorgen op het einde van elke maand. Wie halftijds met brugpensioen is, wordt vrijgesteld van de inschrijving als werkzoekende en van de verplichting beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. In geval van arbeidsongeschiktheid behoudt de werknemer met halftijds brugpensioen de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding tijdens de periode van gewaarborgd loon (de eerste maand van de arbeidsongeschiktheid). Daarna valt hij terug op uitkeringen van het ziekenfonds. nn Voor informatie over het halftijds brugpensioen: 02 542 16 11.Annemie Goddefroy