Op het lage salontafeltje liggen mijn magazines te wachten tot ik ze van hun plastieken corset verlos. Daarna zal ik naar de keuken stappen en de folie... Stop! Geen beweging meer! Je gaat die plasticfolie toch niet in de groencontainer gooien, bij de aardappelschillen en het loof van de worteltjes? Of bij de papieren servetten? Ben je verstrooid? Is het een automatisme geworden? Oké, maar stel je eens voor dat er net nu controle is en dat je vuilniszak op de stoep blijft liggen, met zo'n opzichtige rode sticker erop. Een stick...

Op het lage salontafeltje liggen mijn magazines te wachten tot ik ze van hun plastieken corset verlos. Daarna zal ik naar de keuken stappen en de folie... Stop! Geen beweging meer! Je gaat die plasticfolie toch niet in de groencontainer gooien, bij de aardappelschillen en het loof van de worteltjes? Of bij de papieren servetten? Ben je verstrooid? Is het een automatisme geworden? Oké, maar stel je eens voor dat er net nu controle is en dat je vuilniszak op de stoep blijft liggen, met zo'n opzichtige rode sticker erop. Een sticker die je voor de hele wereld tot milieucrimineel verklaart! Stel het je maar eens voor! De vuilnisemmer is hét struikelblok van deze tijd. Of liever: de vuilnisemmers, in het meervoud. In Brussel, waar ik in de week woon, ontsnap ik nog aan de organische vuilnisemmer. Daar gooi ik een restje boter nog samen met de verpakking vrolijk in dezelfde bak. Op vrijdag-avond wissel ik echter van gewest en worden de 3 vuilnisemmers er 4. Boter en verpakking krijgen elk hun eigen bestemming. Maar reflexen leer je niet zomaar af. Iets weggooien vergt dan een surrealistische denkoefening... Soms begin ik er zelfs aan te twijfelen, of ik het wel zou weggooien. 4 vuilnisemmers... in een middelgrote keuken die berekend is op 1 vuilnisemmer van normaal formaat (want van voor het sorteertijdperk). Hoe los je dat op? Door op jacht te gaan naar een sorteeremmer die zowel praktisch is (de eerste vereiste) als handig (op wieltjes) en esthetisch (we kunnen hem niet in een kast wegmoffelen). Een ronde van de winkels levert niets op. Dan maar het internet geprobeerd... om te ontdekken dat er een onvermoed rijke markt van vuilnisemmers bestaat. Een koninkrijk van de consumptie met een goed geweten, want een vuilnisemmer koop je omdat het zo hoort, niet voor je plezier. Op het web lijken de vuilnisemmers net designsofa's, ingedeeld volgens merk, grootte, toepassing, kleur, materiaal, mechanische eigenschappen... Je vindt echte kunstwerkjes die je midden in de salon zou kunnen zetten, of in elk geval in een hoek, verlicht door een spotje. De Ovetto bijvoorbeeld, heeft de vorm van een ei (de naam zegt het al) en is zo mooi dat het zonde lijkt om er vuilnis in te dumpen. Hij kost 220 euro. 220 euro? Jazeker, dit is geen tikfout. Er zijn ook exemplaren van meer dan 600 euro... en voor een droom van een sorteerkast tel je 1800 euro neer. Je hoeft niet krenterig te zijn om daar even van te schrikken... Maar is het eigenlijk geen teken dat de vuilnisemmer aan status wint? Dat een dom gebruiksvoorwerp waarop we vroeger neerkeken, nu een symbool is van de strijd voor de redding van onze planeet? Anne Vanderdonckt - Hoofdredacteur