Didier (53) en Wim (55) zijn de beste maatjes. In hun jeugdjaren hebben ze samen kattenkwaad uitgehaald. Ooit hebben ze zelfs elkaars liefje afgepakt, maar dat is al lang vergeven. Ze gaan nog elke week samen fitnessen en squashen en helpen elkaar met allerlei klussen. Ook hun echtgenotes komen goed overeen. Elk jaar vieren ze één gezamenlijke vakantie.
...

Didier (53) en Wim (55) zijn de beste maatjes. In hun jeugdjaren hebben ze samen kattenkwaad uitgehaald. Ooit hebben ze zelfs elkaars liefje afgepakt, maar dat is al lang vergeven. Ze gaan nog elke week samen fitnessen en squashen en helpen elkaar met allerlei klussen. Ook hun echtgenotes komen goed overeen. Elk jaar vieren ze één gezamenlijke vakantie. Filip (58) en David (54) hebben al jaren geen contact meer met elkaar. Ze hebben een totaal verschillend leven opgebouwd en hun interesses liggen mijlenver uit elkaar. Tien jaar geleden hebben ze een banale ruzie gekregen over een erfeniskwestie. Filip heeft al veel problemen in zijn leven gekend, terwijl het David altijd voor de wind lijkt te gaan. Hoe komt het toch dat de ene broers een prima band met elkaar onderhouden, terwijl anderen bijna vreemden voor elkaar zijn geworden? Familietherapeut Paul Heyndrickx ziet vier geheimen achter een toffe relatie tussen volwassen broers. En veel oplossingen om de band sterker te maken. "In mijn praktijk is het soms verbijsterend hoe volwassen broers (en zussen) elkaar nog vaak zien zoals in hun kinderjaren, zelfs al zijn ze nu vijftigplussers", legt de therapeut uit. "In hun jeugd waren ze elkaars rivalen: in school- en sportprestaties, in zakgeld, in vrienden en vriendinnetjes en vooral in de aandacht van hun ouders. Allemaal probeerden ze de beste kinderen voor hun ouders te zijn. Broers die opgroeiden in een warm en liefdevol nest en met relatief weinig materiële tekorten, voelen die rivaliteit echter veel minder en zullen die later ook gemakkelijk achter zich kunnen laten. Hoe groter het tekort aan liefde, aan erkenning en aan materieel comfort in hun jeugd, hoe groter de rivaliteit wordt. Ze zullen de tekorten in hun jeugd en hun eigen mislukkingen later niet aan hun ouders verwijten, maar aan elkaar. " Jij mocht veel meer dan ik. ", "Jij kreeg alles, jij was het troetelkindje van ma en pa", "Naar mij keken ze niet om."Die rivaliteit uit hun kinderjaren kan soms de rest van hun leven duren. Of weer oplaaien wanneer hun ouders verzorging nodig hebben of wanneer een erfenis verdeeld wordt. Paul Heyndrickx: "Broers zijn daarin meestal meer uitgesproken dan zussen. Volwassen broers die niet met elkaar opschieten, zullen geen contact met elkaar zoeken. Zussen zullen vaak wel contact houden, maar veel opkroppen." De oplossing? "De relatie kan spectaculair beter worden wanneer de broers elkaar niet meer zien als kinderen, maar opnieuw met elkaar kennismaken als volwassenen", meent de therapeut. "Vaak kantelt hun verhouding op een crisismoment: een ernstige ziekte of het overlijden van een ouder, een kind van een broer dat een zwaar ongeval krijgt, een echtscheiding.... Hé, die broer van mij is niet meer die pestkop van vroeger, maar een eerlijke mens die zich door het leven worstelt! Broers die goed met elkaar opschieten, accepteren elkaar als volwassenen zoals ze zijn. Ze kennen en respecteren elkaars werkelijke kwaliteiten. Ze hebben de competitie uit hun kinderjaren vervangen door solidariteit. Ze worden rustige steunpunten in elkaars leven. Ze maken goede afspraken over de zorg voor hun ouders en gunnen elkaar geluk en successen in hun loopbaan, hun gezin, hun financiële toestand enz. " Kleine en grote klussen, tuinonderhoud, verbouwingen, samen fietstochten maken, passen op elkaars kinderen en kleinkinderen... Alle gezamenlijke doe-oplossingen versterken de band tussen broers. Het cliché is waar, zegt onze therapeut: mannen zijn méér taakgericht dan relatiegericht. "Maar achter die wederzijdse hulp en het samen dingen doen gaat toch de boodschap schuil: ik ben solidair met mijn broer(s), ik geef om hem (hen). Ik aanvaard (of geef) belangeloos hulp zonder dat ik iets terug verwacht. Maar dan mogen de broers niet vergeten de woorden dank je uit te spreken." Broers hebben vaak de neiging de gespreksthema's te beperken tot risicoloze onderwerpen: gebeurtenissen op hun werk, sport, politiek, hobby's en stoere verhalen over hun reizen en hun kinderen. Diepere gevoelens, levensvragen ("wat zou ik nog graag bereiken?"), angsten voor later, problemen in hun relatie of financiële moeilijkheden blijven dikwijls taboe. Paul Heyndrickx: "De beste relaties zie ik tussen broers die wel over persoonlijke zaken praten met elkaar. Op die manier stellen ze zich kwetsbaar op en tegelijk scheppen ze meer begrip en solidariteit. De eerste keer is dat verduiveld moeilijk, want we hebben dat nog nooit gedaan. Zelf geef ik altijd de raad: vraag eens aan je broer hoe hij vroeger geprobeerd heeft de beste zoon voor zijn ouders te zijn. Vaak werkt dat als een eerste stap om misverstanden op te helderen en zijn gevoelens te kennen. Van dan af aan zal het gemakkelijker worden dieper te gaan in de gesprekken. Achteraf moeten we dat gesprek wel afsluiten met woorden in de zin van Nu begrijp ik waarom je je indertijd zo gedragen hebt tegenover mij."Het is nooit te laat om brokken te lijmen wanneer de relatie met onze broer(s) al een hele tijd verkoeld is. Of als we een conflict hebben gehad. Of als de respectieve echtgenotes of vriendinnen niet met elkaar overeenkomen. Ook dat is immers niet zelden de reden waarom broers weinig met elkaar optrekken. Toch is het al bij al vrij normaal dat we tussen pakweg ons achttiende en ons vijftigste minder contacten met onze broer(s) hebben. Dat is de periode waarin we onze eigen weg zoeken en een gezin stichten. Later steken de behoefte aan contact en het loyauteitsgevoel toch weer de kop op. "Zet zelf de eerste stap", raadt de familietherapeut aan. "Bel of schrijf je broer en stel een gesprek voor. Dat is even door de zure appel bijten, maar in mijn praktijk heb ik het nog nooit meegemaakt dat de andere broer een gesprek weigerde. Wellicht omdat ook die zich evenmin goed voelde bij de situatie. Dat eerste gesprek voer je het best alleen met je broer, zonder de partners erbij. En het hoeft niet over koetjes en kalfjes te gaan. Spreek alle misverstanden, hoe banaal ook, uit. Gebeurtenissen in de jeugd, ruzies, geld- of erfeniskwesties. Of dat de schoonzussen niet met elkaar overweg kunnen. Laat het gerust botsen tussen jullie. Wees echter realistisch in je verwachtingen en forceer niets. Je broer zal allicht niet meer je beste maatje worden, maar je kunt wel afspraken maken. Dat kan beginnen met een etentje met de partners erbij en met het uitwisselen van e-mailadressen en foto's van elkaars kinderen. Weer met elkaar omgaan als volwassen mensen, dat is het doel. De rivaliteit uit onze kindertijd kunnen we dan eindelijk begraven." Ludo Hugaerts en Gilda Benjamin