Alle fabrikanten van bedbodems en matrassen hebben diverse methodes ontwikkeld om ons bed zo perfect mogelijk aan onze lichaamsbouw aan te passen", zegt Europees ergonoom Roeland Motmans, gespecialiseerd in gezond slapen. "Daarmee proberen ze een belangrijk wetenschappelijk inzicht toe te passen, namelijk dat slaapcomfort heel persoonlijk is. Bedden die standaard voor iedereen evenveel comfort bieden, zijn dus eigenlijk niet te maken."
...

Alle fabrikanten van bedbodems en matrassen hebben diverse methodes ontwikkeld om ons bed zo perfect mogelijk aan onze lichaamsbouw aan te passen", zegt Europees ergonoom Roeland Motmans, gespecialiseerd in gezond slapen. "Daarmee proberen ze een belangrijk wetenschappelijk inzicht toe te passen, namelijk dat slaapcomfort heel persoonlijk is. Bedden die standaard voor iedereen evenveel comfort bieden, zijn dus eigenlijk niet te maken." Lattenbodem of boxspring? Boxsprings kunnen aparte zones voor de schouders (zachter) en voor de onderrug en het bekken (harder) hebben. Ze kunnen vaak ook elektrisch versteld worden, bijvoorbeeld in een stand om te lezen. In de luxebeddencollectie Magnitude kunnnen we de boxspring zelfs laten aanpassen aan onze body mass index (BMI). Toch kunnen we met een lattenbodem nog verder gaan in het personaliseren, meent onze specialist. Je hebt latten die meer weerstand bieden op de zwaarste plaatsen van ons lichaam en andere waarvan de hoogte zich aanpast aan onze lichaamsbewegingen. Bij de topmerken zijn de latten verbonden met een oliecircuit. Dat laat ze dalen of stijgen volgens de druk die ons lichaam uitoefent wanneer het zich tijdens de slaap verplaatst. Welke matras? "Bij heel wat aanbieders van matrassen kunnen we een exemplaar kiezen volgens ons gewicht, maar dan nog zien we kwaliteitsverschillen", zegt Roeland Motmans. "Een matras waarvan de kern bestaat uit pocketveren is beter dan één dat uitsluitend van schuimmateriaal is gemaakt. Pocketveren staan los van elkaar en zijn individueel verpakt. Die open structuur zorgt voor een goede ondersteuning van de rug en tegelijk voor ventilatie en vochtafvoer. Rond de kern van pocketveren zit een laag van latex, klassiek schuim of visco-elastisch schuim. Het zijn dus de veren die de rug ondersteunen, de laag eromheen zorgt voor het comfort. Dat laatste is echter een subjectief gevoel. Daarom is het belangrijk dat we matrassen eerst uittesten door in de winkel een tijdje te gaan liggen op meerdere types. Of, nog beter, door ze thuis uit te proberen wanneer die mogelijkheid geboden wordt." Is speciaal schuim niet genoeg? Visco-elastisch schuim, ook bekend als traagschuim, geheugenschuim of onder de merknaam Tempur, hebben we te danken aan de ruimtevaart. Het wordt zachter op die plekken waar het lichaam de meeste druk uitoefent. Zo werkt het drukverlagend. Wanneer we opstaan en de druk opheffen, wordt het materiaal weer hard. "Toch volstaat drukverlagend schuim alléén niet om een gepersonaliseerd bed te krijgen. Bij vele mensen is het bekken het zwaarst, zodat de lagere rug dan minder ondersteuning krijgt." Conclusie? "Bij het zoeken naar het ideale bed zullen we vaak uitkomen bij een combinatie van een lattenbodem, een pocketverenmatras én een topmatras", besluit Roeland Motmans. "We krijgen dan een goede rugondersteuning én voldoende comfort. Mensen die een bed delen, investeren het best in aparte bodems, matrassen en topmatrassen." Behalve de gepersonaliseerde bedden is er nog nieuws in de slaapkamer: het oprukken van natuurlijke materialen zoals natuurzijde, kasjmier, lamswol, paarden- en kamelenhaar, biologisch katoen en vezels van beuk of bamboe. Eens die taaie vezels gekookt of gestoomd zijn, voelen ze zijdezacht aan. Ze hebben van nature een antibacteriële en antiallergene werking en hoeven dus niet chemisch behandeld te worden. Ze laten ook veel lucht door en kunnen massa's vocht absorberen. Daarom worden ze steeds meer gebruikt voor tijken, voor matrasvullingen, voor bedlinnen, zelfs voor het bekleden van hoofdeinden. De meesten van ons verkiezen zachte of neutrale kleuren in de slaapkamer: grijs met een warme tint, gebroken wit, heel licht geel of heel licht groen, licht beige enz. Of een behang met een fijne tekening. Om er toch een vrolijke noot of een vleugje design in te brengen, kunnen we werken met muurstickers. Soms helpen die zelfs om schaapjes te tellen... Maar hoe rustiger de muren, hoe meer leven op het bed! Tal van bedlinnencollecties tonen deze winter eerder wilde dessins. Behalve felrood of paars zien we springerige kleurenwissels, patchwork van geometrische vormen en planten, en drukke abstracte motieven. Sobere strepen en stroken zijn er gelukkig ook, maar dan in ongewone kleurencombinaties (blauw met zandkleuren, groen en fuchsia...). Ontwerpers van bedden zijn ook bezig het comfort rond het bed uit te breiden. We zien hoofd- en voeteneinden en zijkanten die verlengd worden met brede vlakken. Die kunnen dienen als nachtkastjes of als zitje tussen het liggen en het staan. Er wordt ook meer en meer gewerkt met ingebouwde ledverlichting. Verder zien we opnieuw bedden op iets hogere poten (zelfs de schuine poten uit de fifties zijn zowaar terug!), wat het gebruik van dekenladen onder het bed mogelijk maakt. Soms zijn die ingebouwd, maar meestal bevinden ze zich los op wieltjes onder het bed. Ze zijn gewoonlijk 17 of 18 cm hoog. n Ludo Hugaerts