De belastingtarieven op beroepsinkomsten (zoals het loon of het pensioen) stijgen naarmate het inkomen stijgt. Zo bedraagt het laagste tarief 25% op de beroepsinkomen tot euro7560 (voor inkomstenjaar 2008). Op de volgende schijf van euro3200 betaalt u 30% belastingen en het tarief stijgt tot 50% op uw beroepsinkomen boven de euro32.860 (een overzicht van de barema's en grensbedragen vindt u op p. 77).
...

De belastingtarieven op beroepsinkomsten (zoals het loon of het pensioen) stijgen naarmate het inkomen stijgt. Zo bedraagt het laagste tarief 25% op de beroepsinkomen tot euro7560 (voor inkomstenjaar 2008). Op de volgende schijf van euro3200 betaalt u 30% belastingen en het tarief stijgt tot 50% op uw beroepsinkomen boven de euro32.860 (een overzicht van de barema's en grensbedragen vindt u op p. 77). WEETJE Op het eerste stuk van uw inkomen moet u helemaal geen belastingen betalen. Die belastingvrije som bedraagt euro 6150 per persoon en ze wordt nog verhoogd als u bepaalde personen ten laste hebt (zie p. 77). NIEUW Voor de inkomsten van 2008 wordt dat belastingvrije minimum voor het eerst verhoogd tot maximaal euro 6400 als het belastbare inkomen niet hoger is dan euro 23.120. Concreet betaalt u hierdoor in het beste geval euro 62,50 (plus gemeentebelastingen) minder belastingen. Door de stijgende tarieven wordt wel eens gedacht dat het nadelig kan zijn om meer te verdienen "omdat je dan in een hogere schijf zou kunnen terechtkomen". Wie bijvoorbeeld een belastbaar inkomen heeft van euro32.860 zou m.a.w. de pineut zijn als hij euro1.000 extra verdiende omdat zijn loon (euro 33.860 dus) daardoor in de schijf van 50% belast wordt... Deze uitleg klopt gelukkig niet. De tarieven gelden immers steeds per schijf. Ze worden dus nooit toegepast op het volledige inkomen. In ons voorbeeld zou het tarief van 50% m.a.w. enkel en alleen toegepast worden op de euro1.000 extra loon die in de hoogste schrijf valt. Door bruto euro1.000 méér te verdienen, houdt de belastingplichtige dus netto ook effectief meer over, in dit geval namelijk euro500. WEETJE In principe moeten daarop ook nog gemeentebelastingen betaald worden, maar om de zaak niet al te ingewikkeld te maken, hebben we die in dit dossier buiten beschouwing gelaten. Kreeg u vroeger een pensioen of een ander vervangingsinkomen (een brugpensioen, een werkloosheids-uitkering, een wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkering,...) dan kon het in bepaalde gevallen wél gebeuren dat u netto minder overhield wanneer uw brutoinkomen steeg. Dit was mogelijk omdat er voor pensioenen en vervangingsinkomsten (die ook beroepsinkomsten zijn) niet helemaal dezelfde fiscale regels gelden als bijvoorbeeld voor een loon. Dit is overigens nog altijd het geval. Een pensioen of een vervangings-inkomen wordt in principe tegen dezelfde tarieven belast als een loon, maar tot een bepaald bedrag moeten er helemaal geen belastingen op betaald worden. Hoe groot het vrijge-stelde bedrag precies is, hangt af van het soort inkomen: n krijgt u wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen, dan bedraagt het vrijgestelde bedrag voor het inkomstenjaar 2008: euro 15.052,01. n ontvangt u werkloosheidsuitkeringen mét een anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, dan is het vrijgestelde bedrag euro 14.876,16 n voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten betaalt u geen belastingen als u niet meer krijgt dan euro 13.546,81. Tot voor kort was het probleem dat wie een beetje méér verdiende dan het grensbedrag, belast werd op het volledige bedrag, tegen de gewone tarieven. Hierdoor was het mogelijk dat wie amper euro 1 méér pensioen kreeg dan het vrijgestelde bedrag, plots toch enkele honderden euro belastingen moest betalen, ook al wordt er voor pensioenen en vervangings-inkomsten nog wel een soort korting toegepast op de uiteindelijk te betalen belastingen. Méér verdienen en minder overhouden was echter enkel mogelijk als het pensioen of vervangingsinkomen slechts een beetje hoger was dan de belastingvrije bedragen. Als uw pensioen euro 1.000 groter was dan het belastingvrije bedrag, dan hield u netto al méér over. U kon dus enkel benadeeld zijn als uw pensioen of vervangingsinkomen slechts enkele honderden euro's hoger lag dan de belastingvrije bedragen. Op deze regeling kwam veel kritiek en sinds inkomstenjaar 2007 is de wet aangepast waardoor het aantal gevallen waarin de belastingplichtige netto minder overhoudt heel sterk wordt beperkt (zie verder). Hij krijgt nu een soort extra korting op de te betalen belastingen, bovenop de gewone korting. Is uw pensioen of vervangingsinkomen niet groter dan de vroegere belastingvrije bedragen, dan is uw extra korting gelijk aan de te betalen belasting. Als u bijv. euro 500 belastingen zou moeten betalen, dan krijgt u ook een korting van euro 500 zodat u nog steeds niets moet betalen. Maar ook als uw pensioen of vervangingsinkomen wat groter is dan de belastingvrije bedragen, krijgt u nog een (weliswaar kleinere) extra korting waardoor u, in tegenstelling tot vroeger, geen verlies meer kunt doen als uw inkomen stijgt. Wie iets meer verdient zal nu altijd meer overhouden omdat er ook dan nog een bijkomende belastingvermindering toegekend wordt, terwijl dit vroeger niet het geval was (omdat het pensioen groter was dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, viel de toenmalige vrijstelling immers volledig weg). Er is nu m.a.w. een overgangsregeling die er in het vroegere systeem niet was. Jammer genoeg geldt voor de extra korting die voor het inkomstenjaar 2007 werd ingevoerd, nog één uitzondering. De maatregel geldt namelijk enkel als uw beroepsinkomen uitsluitend uit een pensioen of een vervangingsinkomen bestaat en u dus geen andere inkomsten hebt. Er is ook geen probleem als u bijv. nog roerende inkomsten hebt (bijv. interesten) of onroerende inkomsten (bijv. een huis dat u verhuurt). Er is echter wél een probleem als u naast uw pensioen nog andere beroepsinkomsten hebt. In dat geval kunt u nog steeds netto minder overhouden als uw inkomen stijgt, namelijk als uw pensioen of vervangingsinkomen net iets lager of net iets hoger ligt dan de belastingvrije bedragen en ook uw andere inkomsten beperkt zijn. VOORBEELD Stel dat u alleenstaand bent en u in 2008 een pensioen had van euro 13.545. Als dat uw enige inkomen was, dan betaalde u voor dat jaar geen belasting omdat uw pensioen lager was dan het vrijgestelde bedrag. Hebt u dat jaar echter ook nog euro 25 bijverdiend als zelfstandige in bijberoep, dan zou u plots ongeveer euro 550 aan belastingen moeten betalen (afhankelijk van o.m. het tarief van de gemeentebelastingen). Met andere woorden: door euro 25 méér te verdienen, houdt u in dit geval wel degelijk euro 525 minder over! De situatie in dit voorbeeld is in de praktijk natuurlijk eerder uitzonderlijk. Als uw bijberoep u geen euro 25, maar bijv. euro 2.500 opleverde, dan doet u geen verlies meer maar zult u daar netto iets aan overhouden, ook al wordt uw bijberoep in dat geval relatief zwaar belast omdat u geen recht meer hebt op de extra korting. Hetzelfde geldt als uw pensioen of vervangingsinkomen bijv. euro 1.000 hoger is dan het vrijgestelde bedrag (euro 13.546,81 voor pensioenen), net zoals vroeger dus. Ook dan zal een bijberoep u bijna altijd méér opbrengen dan wat het u kost aan belastingen, zelfs al hebt u geen recht op de extra korting. Van belang is ook dat de extra korting steeds per gezin bekeken moet worden. Dit betekent dus dat bijv. het pensioen van u en van uw echtgeno(o)te samengeteld moeten worden om na te gaan of u recht hebt op de extra korting of niet. Dit geldt ook als u wettelijk samenwoont met uw partner (als u een verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd hebt in de gemeente waar u beide woont). Woont u echter samen met uw partner zonder dat u een dergelijke verklaring afgelegd hebt en zonder dat u gehuwd bent, dan wordt u beiden belast als alleenstaanden en moet u elk een afzonderlijke belastingaangifte indienen. In dat geval geldt de extra korting wél per persoon. Dit betekent dat ook voor gehuwden en wettelijk samenwonenden de extra korting niet geldt als het gezins-inkomen niet uitsluitend uit pensioenen of vervangingsinkomsten bestaat. Dit is het geval als één van beide bijv. nog een bijberoep heeft, maar ook als één van de partners een loon heeft. In de praktijk zal er niet snel een probleem opduiken. Het totale gezinsinkomen zal vaak immers heel wat hoger liggen dan de vrijgestelde bedragen voor pensioenen en gezins-inkomens. Zoals reeds gezegd is het in dat geval in principe immers niet mogelijk dat u samen minder overhoudt als uw inkomen stijgt, net zoals bij loontrekkers, dus. Door het wegvallen van de extra korting zal uw pensioen of vervangingsinkomen dan echter wel zwaarder belast worden dan wanneer zowel u als uw partner enkel een pensioen of vervangingsinkomen heeft.Koen Coremans, fiscaal adviseur