De inflatie is al verscheidene maanden relatief hoog. Het leven wordt steeds duurder. In januari 2008 steeg de inflatie zelfs tot 3,2%, het hoogste peil sinds de invoering van de euro en dit was vooral te wijten aan de prijsstijgingen van energie en voedsel. Maar een hoge inflatie betekent niet dat àlles duurder wordt. Het betekent dat het leven, gemiddeld gezien, duurder wordt voor een modaal gezin. De inflatie meet immers de gemiddelde prijsevolutie van een korf van 500 goederen en diensten. Zo werden voeding en energie de laatste tijd veel duurder, terwijl een kleurentelevisie nu meer dan 20% goedkoper is.
...

De inflatie is al verscheidene maanden relatief hoog. Het leven wordt steeds duurder. In januari 2008 steeg de inflatie zelfs tot 3,2%, het hoogste peil sinds de invoering van de euro en dit was vooral te wijten aan de prijsstijgingen van energie en voedsel. Maar een hoge inflatie betekent niet dat àlles duurder wordt. Het betekent dat het leven, gemiddeld gezien, duurder wordt voor een modaal gezin. De inflatie meet immers de gemiddelde prijsevolutie van een korf van 500 goederen en diensten. Zo werden voeding en energie de laatste tijd veel duurder, terwijl een kleurentelevisie nu meer dan 20% goedkoper is. De meeste economen verwachten dat het ergste stilaan achter de rug is en voorspellen voor het jaar 2008 een gemiddelde inflatie van 2,5% tot 2,8%. Dat is nog steeds een stuk hoger dan het gemiddelde van 2% dat de Europese Centrale bank (ECB) probeert te handhaven. Eerlijkheidshalve moeten we hieraan toevoegen dat de ECB er de laatste jaren redelijk goed in geslaagd is om de gemiddelde inflatie rond de 2% per jaar te houden. Vandaar dat de meeste waarnemers ervan uitgaan dat de inflatie op de langere termijn wellicht in de buurt van de 2% zal liggen. Een hoge inflatie is niet noodzakelijk slecht voor uw spaargeld, net zoals een lage inflatie niet per se goed is voor uw spaargeld. Wat concreet telt, is het zogenaamde reële rendement: wat u jaarlijks krijgt op uw spaarproduct min de inflatie. VOORBEELD Laten we ervan uitgaan dat de inflatie in 2008 zal uitkomen op 2,8% zoals de meeste economen voorspellen. Wat betekent dat concreet voor uw spaargeld? Stel dat u begin 2008 een bedrag van euro100 op een spaarboekje hebt gezet bij een bank die u 2% nettorente per jaar geeft (1,5% basispremie plus 0,5% aangroeipremie). De 2% netto noemen we het nominale rendement. Stel verder dat u daarnaast nog eens euro100 op een termijnrekening op 1 jaar hebt geplaatst, waarop u 3,85% bruto (of 3,27%) netto krijgt. Op uw spaarboekje zult u op 31 december 2008 dus euro102 hebben (het rendement was namelijk 2%). Dit betekent concreet dat uw spaarboekje niets heeft opgebracht, integendeel! Door de inflatie van 2,8% is de waarde van uw spaargeld niet met 2% gestegen maar met 0,8% gedaald! Het reële rendement is -0,8%, want dat is het rendement dat u echt op zak steekt (of in dit geval het rendement dat u niét op zak steekt!). Met de termijnrekening op 1 jaar komen we tot een beter resultaat. Daar is uw euro100 namelijk op 31 december euro103,27 geworden. Concreet betekent dit dat na aftrek van de inflatie (3,27% -2,8%) de waarde van uw spaargeld met 0,47% is gestegen. Het reële rendement is hier dus 0,47%. Als belegger moet u er in de eerste plaats voor zorgen dat uw spaargeld zeker niet in waarde vermindert. Dat is nogal logisch: het reële rendement moet positief zijn, want anders smelt uw spaargeld weg als sneeuw voor de zon. We overlopen enkele eenvoudige technieken om hiervoor te zorgen, zonder risico's. Techniek 1: van spaar- naar termijnrekening. Momenteel geven de grootbanken op een spaarboekje een basispremie van 1,5 tot 1,75% basispremie en 0,5% aangroeipremie. Concreet betekent dit dat uw spaargeld dus 2% tot 2,25% opbrengt. Dat is minder dan de verwachte inflatie die voor 2008 tussen de 2,5% en 2,8% wordt voorspeld. Uw geld zonder meer op een gewone spaarrekening laten staan, staat dus gelijk met uw geld zien wegsmelten. Wie hiermee niet tevreden is maar toch zijn bank trouw wil blijven (bijvoorbeeld omdat u tevreden bent over de service die u daar wordt geboden, en het persoonlijke advies), raden we aan (bijna) al het geld van het spaarboekje op een termijnrekening te zetten. Met een klein beetje onderhandelen, moet u tot 3,8% bruto kunnen afdwingen op een termijnrekening van bijvoorbeeld 3 maand. Techniek 2: naar andere spaarrekeningen. Een andere oplossing voor uw cash geld is dat u kiest voor een spaarrekening die meer opbrengt. Bij heel wat banken krijgt u tot 4% basisintrest, dan brengt uw geld vanaf de eerste dag 4% op. Merk wel op dat het vooral internetbanken zijn die deze basisintrest kunnen aanbieden omdat zij minder kosten hebben. Voor een overzicht van de banken die een basisintrest van 4% kunnen bieden, verwijzen we naar de tabel De club van de 4%, p. 85, achteraan het artikel Hoe betrouwbaar is een internetbank? Bovendien is de opbrengst vrijgesteld van roerende voorheffing tot euro1660. Staat de rekening op naam van twee echtgenoten of wettelijk samenwonenden, dan geldt een dubbele fiscale vrijstelling. Met uw 4% netto zit u in ieder geval een stuk boven de geschatte inflatie van 2,5 tot 2,8%. Eén waarschuwing, nochtans: laat u niet te makkelijk verleiden, bijvoorbeeld door tijdelijke acties. Kies bij voorkeur voor een formule met een hoge basisrente! Techniek 3: naar inflatiegelinkte obligatie(fondsen). Wie het inflatierisico wil uitschakelen, kan dit sinds enkele jaren door middel van een inflatiegelinkte obligatie. Het systeem komt op het volgende neer: hoe hoog de inflatie ook mag worden tijdens de looptijd van de obligatie (bijv. 10 jaar), u krijgt op het einde uw koopkracht sowieso terug. Met andere woorden: euro100 blijft euro100 in koopkracht. In tegenstelling tot de klassieke obligaties bieden inflatiegelinkte obligaties immers een reëel rendement. Concreet betekent dit dat u elk jaar een coupon krijgt die zal variëren met de inflatie, maar bovendien zal ook uw startkapitaal op de eindvervaldag mee stijgen met de inflatie. Uiteraard geldt ook hier: voor wat, hoort wat. Vandaar dat in ruil voor deze bescherming tegen de inflatie de coupons wel een stuk lager liggen dan bij de klassieke obligaties. Dergelijke obligaties zijn momenteel niet goedkoop. Wie erin wil beleggen, doet er goed aan zich te laten informeren door een beleggingspecialist of zijn toevlucht te zoeken tot inflatiegelinkte obligatie(fondsen). U vindt dergelijke fondsen bij Fortis, Deutsche Bank, CapitalatWork, ING, Deutsche Bank, KBC en Cortal Consors. TIP Uiteraard zijn dit maar enkele technieken om de inflatie te bestrijden. Belangrijk is dat u altijd uw volledige portefeuille in het oog houdt en zorgt voor de nodige spreiding. n Johan Adriaens, onafhankelijk vermogensplanner