Málaga is een open venster op de Middellandse Zee. Om de stad in één blik te vatten, gaat er niets boven een wandeling op de weergang van kasteel Gibralfaro: het uitzicht leert je dat moderniteit perfect te verzoenen valt met eeuwenoude tradities.
...

Málaga is een open venster op de Middellandse Zee. Om de stad in één blik te vatten, gaat er niets boven een wandeling op de weergang van kasteel Gibralfaro: het uitzicht leert je dat moderniteit perfect te verzoenen valt met eeuwenoude tradities.Pal onder je ligt de fraaie stierenvechtersarena in neo-Moorse stijl. Uit de ongeordende massa rode daken verrijzen klokkentorens en koepels. De muren van het Alcazaba, een fort dat toebehoorde aan de Feniciërs en de Moren alvorens een christelijk bastion te worden, lijken zich aan de rotswand vast te klampen. Langs de kust veel nieuwe, hoge gebouwen. Brede lanen ook, met klaterende fonteinen en palmbomen die voor schaduw zorgen. Van hieruit gezien heeft het langgerekte, witte wandelpad Palmeral de las Sorpresas iets van een schuimende golf die te pletter rolt tegen de kade. Daar meren de cruiseschepen aan: de passagiers - die vaak maar één dag in Málaga blijven - gaan er in het hart van de stad aan wal.Málaga ontdek je in het kielzog van de massa die de stad zowel overdag als 's nachts overspoelt. Deze vissersstad, die resoluut naar de zee is gekeerd en ouder zou zijn dan Marseille, Napels en Piraeus, was altijd al een draaischijf van contacten tussen Afrika en Spanje. Wie door de stad flaneert, ontdekt op een al bij al kleine oppervlakte een ongelooflijk rijk erfgoed uit veel verschillende periodes.De kathedraal is een geslaagde mix van stijlen met zowel gotische delen als barokke gevels. De Malagueños noemen hun kathedraal vertederd la Manquita - de eenarmige dame - omdat de tweede toren nooit af raakte.Het gezellige Plaza de La Merced - een groot, vierkant plein in neoklassieke stijl - was al in de 19de eeuw het trefpunt van de hoge burgerij, die graag flaneerde langs de calle Marqués de Larios, een straat met Haussmannallures.Elders in de stad vlijen de treden van het Romeinse theater zich tegen de voet van het Alcazaba, waarvoor trouwens kapitelen en zuilschachten van het theater werden gebruikt. De Moorse burcht is een doolhof van trappen, deuren en minuscule, elkaar overlappende paleisjes rond kleine patio's met verrukkelijk geurende bloemperken. Een betoverende plek, hoog boven de oude stad.Málaga trekt ook de culturele kaart: het Picassomuseum bezit meer dan 200 werken, door nakomelingen van de schilder geschonken aan diens geliefde geboortestad. Het nieuwe Museo Carmen Thyssen - een verlengstuk van het briljante Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid - neemt je mee op een fascinerende reis door de Andalusische schilderkunst.De oude tabaksfabriek in art deco-stijl werd gerestaureerd om onderdak te verlenen aan een privécollectie oldtimers. Het nieuwe Museo Automovilístico telt 13 themazalen waar meer dan 100 voertuigen te zien zijn. De belle époque, de gouden jaren '20, de art deco uit de jaren '30, het dolce vita uit de fifties, Britse wagens, Italiaanse bolides, populaire en extravagante auto's en zelfs de allereerste voertuigen op alternatieve energie uit het begin van de 20ste eeuw: alles passeert de revue.Alle tentoongestelde wagens zijn startklaar en je kan er ook eentje huren. Een mens zou van minder gaan dromen. En alsof al dat fraais niet volstaat, bezit het museum ook nog een indrukwekkende collectie haute-couturejurken en hoeden, creaties van de beroemdste ontwerpers uit de vorige eeuw.Ondanks de druk van het toerisme is deze stad haar levensstijl en tradities trouw gebleven. In de voormiddag trekken de inwoners steevast naar de drukke, overdekte Mercado Atarazanas. Vishandelaars stallen hun vis, zeevruchten en nog levende weekdieren om ter fraaist uit, de groente- en fruitverkoopsters stapelen hun waar torenhoog op. De markt is een en al bedrijvigheid en gezellig rumoer. Tussen hun aankopen door wisselen de Malagueños nieuwtjes uit, begroeten bekenden en genieten van dampende chocolademelk met knapperige churros.Laat je vervolgens meevoeren door de massa die het historische centrum overspoelt. Duw de deur van een kerk open, dwaal door de steegjes, ga iets drinken op een lommerrijk terrasje. Beetje bij beetje ontdek je het echte Málaga en geeft de stad haar eigenheid prijs. In de namiddag kan je naar het goudgele strand in Malagueta wandelen. Of naar La Farola, de vuurtoren van Málaga, vanwaar je het nieuwe gezicht van de stad ontdekt en het silhouet van de kathedraal en het Alcazaba kan zien. Van hieruit lijkt het kristalheldere, open wandelpad Palmeral de las Sorpresas wel te zweven boven de palmentuin.'s Avonds zwelt de massa in de smalle straatjes aan en neemt de drukte nog toe. Het zijn de inwoners die Málaga doen bruisen en de stad haar levenskunst inblazen. En er hoeft heus geen feria of corrida op de agenda te staan om de cafeetjes en chiringuitos, de kleine eethuisjes langs de kust, te laten vollopen met immer feestelijke en druk babbelende families en groepen vrienden. Op zo'n moment voel je je als bezoeker echt opgaan in een stad die dan misschien wel eeuwenoud is, maar ook resoluut kosmopolitisch en volks. Een stad van levensgenieters.TEKST CHRISTIANE GOOR - FOTO'S CHARLES MAHAUX