Goed verborgen in een rustige wijk van Ann Arbor, een levendige universiteitsstad in het zuidoosten van Michigan, ligt Palmer House op een domein van een hectare. William en Mary Palmer, de eerste eigenaars, hadden een band met de stad en de universiteit. Ze hadden er gestudeerd en William werd er professor. Ze kochten drie aaneensluitende loten grond op wat ze de mooiste plek van de stad vonden. In het groen en tussen hoge bomen, op een paar kilometer van het centrum, waan je je hier ver van de bewoonde wereld.
...

Goed verborgen in een rustige wijk van Ann Arbor, een levendige universiteitsstad in het zuidoosten van Michigan, ligt Palmer House op een domein van een hectare. William en Mary Palmer, de eerste eigenaars, hadden een band met de stad en de universiteit. Ze hadden er gestudeerd en William werd er professor. Ze kochten drie aaneensluitende loten grond op wat ze de mooiste plek van de stad vonden. In het groen en tussen hoge bomen, op een paar kilometer van het centrum, waan je je hier ver van de bewoonde wereld.Vandaag beheren Sue en Gary Cox de woning voor hun zoon en schoondochter, die eigenaar zijn. "Bij een Frank Lloyd Wright huis zie je vanop de straat of zelfs vanop de oprijlaan vaak de voordeur niet, je moet ze ontdekken." Sue Cox wijst ook naar de vloer. Die begint al buiten en loopt verder binnen. "De architect wilde de omgeving binnen brengen. Dat deed hij met grote ramen."Frank Lloyd Wright was al 83 toen hij in 1950 Palmer House ontwierp. Mary Palmer was een bijzondere vrouw. Ze trok met de plannen voor het huis in haar eentje van Michigan, dwars door Amerika, naar Scottsdale, Arizona, waar Wright in Taliesin West zijn winterhuis, studio en architectenschool had. Ze bleef drie weken en wist de architect te overtuigen de positie van het huis te wijzigen en een kelder, voorraadkast en open haard in de slaapkamer toe te voegen. "Niemand bekwam ooit zoveel toegevingen van de architect."Frank Lloyd Wright, sterarchitect en dandy met een flamboyant leven, veranderde de Amerikaanse architectuur en bereidde de weg voor de moderne naoorlogse residentiële bouwstijl. De carport, het open vloerplan, de living: allemaal het resultaat van zijn voor die tijd radicale visie. Zijn bekendste werken zijn het Guggenheim Museum in New York en de imposante woning Falling Water. Maar Wright bouwde vooral eengezinswoningen, bekend als Prairistyle en Usonian huizen. Hij ontwierp die tegen een relatief bescheiden prijs, haalbaar voor de middenklasse. Typisch zijn de horizontale lijnen buiten, de lage, overhangende platte daken, de ritmische glaspartijen, het gebruik van beton, baksteen en hout, het weglaten van overbodige decoratie. Wright was een perfectionist en detaillist: hij ontwierp ook de meubels en de huisraad."Hier stap je 1952 binnen", vertelt Sue Cox bij de voordeur. "Mary Palmer was zo gepassioneerd door dit huis, dat ze nooit airco, een ventilator of een lichtpunt liet toevoegen. Dat maakt het huis zo waardevol." De smalle, lage gang leidt naar een open leefruimte met hoge plafonds en ramen rondom. Ook dit is typisch Wright: door het verschil in hoogte en breedte creëert hij een wisselend ruimtegevoel. In een smalle gang blijf je niet rondhangen en ook de slaapkamers zijn bewust klein gehouden: ze dienen enkel om te slapen. In de meeste Wright-huizen is weinig bergruimte: een garage, zolder en kelder droegen er volgens de architect enkel toe bij dat je rommel verzamelde."Mary kreeg haar kelder, maar Wright gaf niet zomaar toe: om in de kelder te komen, moet je naar buiten. Niet echt gezellig in een Michigan-winter."De Palmers leefden bijna 50 jaar in dit huis. Na hun dood werd het verkocht met de inboedel intact, inclusief de vele boeken. De huidige eigenaars zijn Wright-aficionados: ze zien zichzelf als de bewaarders van een uniek stuk architectuurgeschiedenis. Ze verhuren Palmer House als weekend- of vakantiehuis, maar er zijn strikte regels. "We hebben bezoekers vanuit de hele wereld", zegt Sue Cox. "Architecten, Wright-fans. Sommigen hebben tranen in de ogen wanneer ze binnenstappen. Frank Lloyd Wright heeft hier zelf twee keer overnacht, toen hij bij de Palmers op bezoek was."