Iedereen die slechts enkele kilo's kwijt wil, kan gerust zelf een poging ondernemen om af te slanken. Niet door enkele dagen een hongerkuur, een superdieet of een ander onevenwichtig fantasietje te volgen, maar door even stil te staan bij zijn of haar voedingsgewoonten en na te gaan waar het schoentje wringt. Moet u een tandje bijsteken inzake lichaamsbeweging, schnabbelt u te veel tussendoor, bezwijkt u een keertje te veel voor een glas wijn of een biertje,...? Door uw dagelijkse calorie- opname via de voeding met 500 kcal te verminderen, raakt u per week ongeveer een halve kilo kwijt. Niet veel, zegt u? Reken eens uit hoeveel u zo op een halfjaar kunt verliezen... én blijvend! Lukt dat niet op eigen houtje of zit u met een ernstig overgewicht, dan is een bezoek aan een voedingsdeskundige noodzakelijk.
...

Iedereen die slechts enkele kilo's kwijt wil, kan gerust zelf een poging ondernemen om af te slanken. Niet door enkele dagen een hongerkuur, een superdieet of een ander onevenwichtig fantasietje te volgen, maar door even stil te staan bij zijn of haar voedingsgewoonten en na te gaan waar het schoentje wringt. Moet u een tandje bijsteken inzake lichaamsbeweging, schnabbelt u te veel tussendoor, bezwijkt u een keertje te veel voor een glas wijn of een biertje,...? Door uw dagelijkse calorie- opname via de voeding met 500 kcal te verminderen, raakt u per week ongeveer een halve kilo kwijt. Niet veel, zegt u? Reken eens uit hoeveel u zo op een halfjaar kunt verliezen... én blijvend! Lukt dat niet op eigen houtje of zit u met een ernstig overgewicht, dan is een bezoek aan een voedingsdeskundige noodzakelijk. Waarom brengen de talloze diëten die her en der aangeprezen worden zo weinig zoden aan de dijk? Annemie Van de Sompel, voedingsdeskundige in het Antwerps Universitair Ziekenhuis: "Op een verantwoorde en blijvende manier kun je hooguit 1 kilo per week verliezen. Verlies je meer, dan is dat in het begin hoofdzakelijk vocht en na een tijdje ook spierweefsel. Op lange termijn kun je zo'n dieet onmogelijk volhouden. Het gevolg: zodra je opnieuw normaal begint te eten, vliegen de kilo's er weer aan. En meer zelfs, want het lichaam dat opnieuw meer energie krijgt, gaat meteen zijn reserves aanvullen en door het verminderde spierweefsel is je basale energiebehoefte gedaald. Wanneer je dus even veel eet als voorheen, zul je in plaats van 4 tot 5 kilo minder, al snel enkele kilo's méér wegen. Het bekende jojo-effect. Het enige wat echt werkt om blijvend gewicht te verliezen, is een gezonde levensstijl, aangepast aan je lichaam en je levensritme."Waarin kan een diëtiste dan het verschil maken? "In de eerste plaats geven wij op een begrijpelijke manier wetenschappelijk onderbouwde informatie. Zo behoeden wij heel wat mensen voor het geloof in allerhande mythes rond gezonde voeding en afslanken. Een tweede voordeel is dat diëtisten altijd op maat werken. Dat is niet alleen belangrijk omdat elke persoon verschillend is en het basale metabolisme (de basisbehoefte aan energie in rust, die nodig is om alle organen te laten werken)sterk kan variëren van de ene persoon tot de andere, maar ook omdat een voedingsaanpassing pas een kans op slagen heeft als de persoon in kwestie inspraak heeft. Bij ons is een schema altijd bespreekbaar. Wij stellen wel een voedingsprogramma op, maar houden rekening met de elementen die volgens de persoon in kwestie niet kunnen veranderen. Als iemand beroepshalve tweemaal per week op restaurant gaat, dan houden we daar rekening mee. Of dat iemand niet zonder zijn glaasje porto kan om op vrijdagavond de werkweek af te sluiten." "Om een zo precies mogelijk beeld te krijgen van de levensstijl en de voedingsgewoonten, wordt wel eens gevraagd om gedurende enkele dagen een voedingsdagboekje bij te houden. Om zinvol te zijn, moet dat echter heel nauwgezet gebeuren, tot in de details. Het volstaat bijvoorbeeld niet om een kop koffie te noteren, daarbij moet staan of en hoeveel suiker eraan toegevoegd werd, eventuele melk (en welke) en zo meer. We vragen nooit om dat erg lang vol te houden, want voor de patiënt is het vrij belastend en het leidt op zich soms tot beperkingen. Als je bijvoorbeeld zin hebt in een stuk chocolade, kan de gedachte dat je dat moet noteren je er misschien van om het stuk chocolade daadwerkelijk te eten. Soms kan het ons wél helpen met simpele maatregelen een belangrijke caloriereductie door te voeren."Gewicht verliezen is een dagelijkse strijd. Daarom is het erg belangrijk dat we geruime tijd begeleid en gecoacht worden. In het begin zullen we ons strikt aan ons voedingsschema houden maar de fouten sluipen er pas na een tijdje in. Vandaar dat het belangrijk is dat we leren de informatie op een verpakking te lezen, dat we weten hoe we een bepaald recept magerder kunnen maken, uitleg krijgen over vette en magere soorten broodbeleg, over gezonde tussendoortjes... Annemie Van de Sompel: "Coaching is belangrijk om de mensen gemotiveerd te houden. Want het is altijd een werk van lange adem, waarbij we stapje voor stapje trachten de energieaanvoer en de energiebehoefte met elkaar in evenwicht te brengen. In het begin zien we de mensen om de veertien dagen. We bepalen samen het streefdoel en leggen uit dat een gewichtsvermindering van 5 tot 10% een realistisch doel is en dat het al heel wat voordelen oplevert voor de gezondheid. Zodra dat doel bereikt is, volstaat één contact per maand. Eens het gewicht gestabiliseerd is, zien we de mensen om de twee tot drie maanden terug. Dat is belangrijk om meteen te kunnen ingrijpen als we merken dat er weer wat gewicht bijkomt. "Naast de voeding spelen een aantal andere factoren een belangrijke rol: de lichaamsbeweging bijvoorbeeld, of het zelfbeeld dat bij veel mensen met overgewicht erg negatief is. "Daarom dat in grote centra gestreefd wordt naar een multidisciplinaire aanpak, waarbij de kandidaat-afslanker naast de arts en de diëtist ook begeleid wordt door een kinesist of bewegingscoach (ook hoe je aan lichaamsbeweging doet is belangrijk voor het gewichtsverlies - bij een matige inspanning verbrand je verhoudingsgewijs meer vet) en een psycholoog (zie verder). Maar helaas bestaat er voor obesitas nog geen conventie zoals dat bijvoorbeeld voor diabetes het geval is. Het gevolg is dat de patiënt telkens een raadpleging moet betalen voor elke specialist die hem begeleidt. Dat kan oplopen. Sommige ziekenfondsen doen tegenwoordig wel al inspanningen om bepaalde consultaties gedeeltelijk terug te betalen, maar voor veel mensen is de financiële drempel nog steeds zeer hoog."Uit cijfers van 2006 blijkt dat 30,3% van de volwassenen aan overgewicht lijdt (BMI van 25 tot 29,9) en ongeveer 1 op de 10 zwaarlijvig is (BMI >30). Bovendien neemt dit probleem in belangrijke mate toe met de leeftijd. In de leeftijdsklasse van 65 tot 74 jaar bleek bijna 63% een BMI van 25 of meer te hebben. Volstaat dan de geleidelijke aanpak die mensen als Annemie Van de Sompel voorstellen? "De klassieke energiebeperking met 500 tot maximaal 1000 calorieën per dag zal bij elke patiënt het vertrekpunt zijn. In extreme gevallen of wanneer iemand omwille van gezondheidsrisico's of een operatie in korte tijd veel gewicht moet verliezen, geven we soms een zeer laag calorisch (500 tot 800 kcal) proteïnedieet met veel eiwitten met een hoge biologische waarde en weinig koolhydraten. Bij dit dieet ontstaan na enkele dagen zogenaamde ketonen als afbraakproduct van de vetten en die werken hongerstillend zodat iemand die zo'n dieet volgt na enkele dagen geen echte honger meer voelt. Maar een dergelijk dieet is nooit de eerste keuze en mag enkel onder streng medisch toezicht." Soms voegt de arts bij mensen die al een beetje uitgedieet zijn en bij wie het gewichtsverlies slabakt, in een tweede fase medicatie toe aan de voedingsmaatregelen. Die hebben hun nut bewezen, maar het zijn geen wondermiddelen. Er bestaan slechts twee geneesmiddelen die erkend zijn als hulpmiddel bij gewichtsverlies en die enkel op medisch voorschrift mogen gebruikt worden: het ene beperkt de eetlust (het heeft als nadeel dat het soms een lichte verlaging van de bloeddruk geeft) en het andere zorgt ervoor dat er minder vet wordt opgenomen vanuit de voeding (dit geeft soms aanleiding tot diarree). Chirurgie is de allerlaatste stap, die enkel overwogen wordt bij mensen met een BMI van meer dan 40 of een BMI hoger dan 35 in combinatie met andere risico-factoren (diabetes, hoge bloeddruk,...). Er bestaan twee soorten ingrepen: de eerste (waartoe de maagring behoort) verkleint het maagvolume zodat sneller verzadiging optreedt en de tweede zorgt ervoor dat de opname van voedingsmiddelen beperkt wordt. Een ingreep zoals de gastric bypass is een combinatie van beide. Maar natuurlijk moeten ook deze ingrepen gebeuren onder begeleiding van een coach. Ze veranderen immers niets aan de levensstijl." Dat er een nauwe link bestaat tussen eten en emoties, ondervinden we allemaal wel eens. Sommige mensen eten echter extreem veel uit verveling, anderen zoeken troost in iets zoets telkens er iets wat minder gaat in hun leven en nog anderen grijpen naar voedsel telkens wanneer ze onder stress staan. Wout Van der Borght, klinisch psycholoog en cognitief gedragstherapeut aan het universitair ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven. "Eten is een zeer basale activiteit die heel centraal gelegen is, vandaar dat vele emoties daar ook iets mee te maken hebben. Maar ook een hoop leerprocessen spelen een rol. Telkens wij eten, leren wij ook wat dat met ons doet. Eten kan voldoening geven, verzadiging, een gevoel van rust. Daardoor grijpen mensen in bepaalde omstandigheden telkens naar voedsel in de hoop daarmee die bepaalde gevoelens opnieuw te kunnen oproepen. Uit studies blijkt dat 5 tot zelfs 30% van de mensen met obesitas aan een eetstoornis lijdt. Dat zijn mensen die op korte tijd grote hoeveelheden voedsel naar binnen spelen en daarbij alle controle verliezen. Hun eetgedrag heeft niets met een gebrek aan wilskracht te maken, hun emoties halen gewoon de bovenhand over hun gezond verstand. Deze zogenaamde binge-eters vormen een eerste groep mensen die zeker nood heeft aan psychologische begeleiding om hun probleem aan te pakken. Een tweede groep zijn de intens emotionele eters, die bij emoties systematisch te veel eten of naar zoet of ander calorierijk voedsel grijpen. Zij verwarren honger en emotie. En een derde groep zijn de mensen die we helpen controle te krijgen over hun eetgedrag in het algemeen." "Gedragstherapie is vooral gericht op het ontwikkelen van strategieën om meer controle te krijgen en te behouden over de keuze van voedsel en over het eetgedrag. Het is belangrijk dat de patiënt inzicht krijgt in zijn eetgedrag, dat hij weet wanneer en waarom hij naar voedsel grijpt. We trachten bovendien de motivatie te bevorderen. Obesitas is immers een chronisch probleem, dat de patiënt blijvend moet leren beheersen. Voorts wordt geleerd fout eetgedrag te voorkomen door controle te krijgen over de talrijke stimuli die het eetgedrag bepalen. Je kunt bijvoorbeeld je omgeving zo structureren dat je minder vaak met verleidelijk voedsel in aanraking komt of dat je meer aangespoord wordt om te bewegen. Je kunt ook je zelfcontrole leren vergroten zodat je beter bestand bent tegen emotionele situaties."Een bijkomend probleem is dat mensen met overgewicht vaak een erg negatief zelfbeeld hebben en heel weinig vertrouwen in zichzelf. Ik begin niet te diëten hoor, ik hou het toch niet vol! Gedragstherapie leert technieken aan om deze negatieve gedachten om te buigen tot positieve. Veel mensen moeten zich ook opnieuw verzoenen met hun lichaam. Heel veel mensen grijpen naar eten wanneer ze onder stress staan of om hun frustraties weg te werken. Vandaar dat in de gedragstherapie ook veel aandacht wordt besteed aan het aanleren van relaxatie- en andere technieken van stress-management. En tot slot zal er ook de nodige aandacht worden besteed aan methoden om het hervallen in de oude levensstijl te voorkomen. Wonderen bestaan niet maar misschien kunnen technieken zoals hypnose of accupunctuur ons helpen om makkelijker vol te houden of om beter om te gaan met de emoties die ons doen zondigen? In het Sint-Jozefziekenhuis in Kortenberg werkt Johan Vanderlinden, doctor in de psychologie, met hypnose. "Laat me eerst even duidelijk stellen dat elke vorm van hypnose een zelfhypnose is. De rol van de hypnotherapeut kun je vergelijken met die van een rijinstructeur. Hij zit naast je en begeleidt je, maar je beslist zelf wanneer je op de rem duwt. Hypnose kan toegepast worden bij iedereen die ervoor openstaat. Wel bestaan er verschillen in de capaciteit om zich te concentreren én verschillen in vatbaarheid voor suggestie. 2 tot 3% van de bevolking is zeer vatbaar voor suggestie en bijgevolg voor hypnose, maar iedereen kan het leren.""De toepassingen van hypnose bij overgewicht zijn veelvuldig", gaat Johan Vanderlinden verder. "Het is niet dé behandeling, maar een waardevol hulpmiddel. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat wanneer hypnose wordt toegevoegd aan de klassieke aanpak, het succes vaker blijvend is. Diëten is bij ons verboden. We leren alleen een gezond eetpatroon aan en hebben een behandeling van eetbuistoornissen en obesitas ontwikkeld die volledig gebaseerd is op een psychotherapeutische aanpak. Dit programma loopt over 24 weken à rato van 1 dag per week. Door hypnose kunnen mensen die eten door stress zich leren ontspannen. Voorts leren we de mensen bewuster en trager te eten, we leren hen een andere manier van eten aan, en bewust te genieten van geuren en smaken. Iedereen heeft van die kritische momenten waarop hij extra gaat knabbelen, vaak zonder het te beseffen. Onder hypnose trachten we stil te staan bij die momenten en zoeken we naar alternatieven. Een ander opvallend gegeven is dat mensen met overgewicht vaak weinig of geen besef meer hebben van honger en verzadiging. We leren hen voor de maaltijd in hypnotische trance een antwoord te zoeken op de vraag heb ik wel echt honger?, en in functie daarvan te beslissen. Een gelijkaardige oefening na de maaltijd focust op hoe je voelt dat je verzadigd bent. Bij mensen die erg gevoelig zijn voor suggestie kunnen we ook werken op specifieke trek (in chocolade, bijvoorbeeld). Maar dat werkt lang niet bij iedereen. Dit voor wat betreft het inwerken op het eetgedrag. Maar daarnaast gaan we ook werken op het verhogen van de lichamelijke activiteit, bijvoorbeeld tijdens het stappen of het fietsen op een hometrainer. We gaan actief bewegen stimuleren door hen te leren concentreren op het behaaglijke gevoel dat bewegen geeft, op de extra energie die ze krijgen, op het gevoel minder snel moe te zijn,... En een derde belangrijk toepassingsdomein is het werken aan de onderliggende psychische problematiek: we gaan het zelfvertrouwen beïnvloeden, de assertiviteit en het verwoorden van gevoelens. We werken ook rond lichaamsbeleving, we leren de mensen hun lichaam opnieuw te aanvaarden, te beseffen dat hun gevoel van eigenwaarde niet alleen verbonden mag zijn met hun gewicht op de weegschaal, maar dat er heel veel andere dingen zijn die het leven waardevol maken. " nLeen Baekelandt