Dirk Tieleman

De wereld zien is voor Dirk Tieleman ( Plus Magazine april) nodig om creatief te blijven. Maar dan komt het weer eens: "Anders begin je eng te denken, rechts te denken". Wat mag dat dan wel betekenen? Enkele jaren geleden zei hij al eens iets in de aard van "Ach ja, die mensen, heel ver van hier, willen hun cultuur beschermen en bewaren". Waar- om moet hij steeds weer zo negatief denken over ons land en de Vlamingen? We willen toch ook onze cultuur bewaren? Maar als we dat doen, worden we gul overgoten met alle mogelijke lelijke woorden.
...

De wereld zien is voor Dirk Tieleman ( Plus Magazine april) nodig om creatief te blijven. Maar dan komt het weer eens: "Anders begin je eng te denken, rechts te denken". Wat mag dat dan wel betekenen? Enkele jaren geleden zei hij al eens iets in de aard van "Ach ja, die mensen, heel ver van hier, willen hun cultuur beschermen en bewaren". Waar- om moet hij steeds weer zo negatief denken over ons land en de Vlamingen? We willen toch ook onze cultuur bewaren? Maar als we dat doen, worden we gul overgoten met alle mogelijke lelijke woorden. Net als uw lezeressen Mady en Jenny ( Plus Magazine maart) heeft mijn echtgenote geen pensioen en kunnen wij onze (klein)kinderen geen centje toesteken. Wij verdienen hun vriendschap en liefde enkel door er te zijn wanneer ze ons nodig hebben. Hun andere grootouders geven wel centen of speelgoed en daar zijn we toch een beetje jaloers op. We troosten ons met het gezegde: 'Het is niet al goud dat blinkt'. Kleinkinderen moeten leren dat het geld niet zomaar uit de lucht valt en dat papa, mama, opa en oma daarvoor moeten werken. Maar een kleinigheidje, dat verdienen ze wel elke week. In mijn jeugd was ik heel blij dat ik van beide grootouders elke zondag zakgeld kreeg, van de ene 5 frank en van de andere 10 frank. Daarom zou ik zeggen: geef uw kleinkinderen vanaf 10 tot 12 jaar elke week 1 euro. Ze kunnen het sparen om bijvoorbeeld een stripverhaal of een snoepje te kopen. Vanaf de leeftijd van 15 jaar verandert er heel wat. Nu leren ze de wereld ontdekken en mogen we als grootouders wat guller worden, zonder echter te overdrijven. 3 tot 4 euro per week lijken me voldoende. Voor mijn part mogen ze op die leeftijd zelfs nog iets meer krijgen, maar dan moeten ze er wel iets voor doen. Bijvoorbeeld opa's auto wassen of een beetje helpen in oma's tuin. Met deze brievensluiten we de discussie over 'kleinkinderen en zakgeld' af. Ik lees altijd met veel plezier de column van Fred Brouwers. Zijn commentaar over de verslaggeving van sommige televisiereporters ( Plus Magazine februari) is me recht naar het hart gegaan. Hebben die mensen dan geen fatsoen? "Mevrouw, uw man is verongelukt. Hoe voelt u zich nu?". Dat soort van vragen vind ik vreselijk. De berichtgeving is bovendien zelden objectief. Aan de samenvatting van de krantencommentaren op de radio 's ochtends kan ik bijna altijd horen welke politieke kleur de journalist heeft. Hopelijk blijft Plus Magazine zoveel mogelijk eerlijke informatie geven! Luce Aerts-Lietaer, Edegem Toen ik aan pensioensparen deed, betaalde ik elke maand 2400 frank. Nu ik met pensioen ben, houden ze om die reden elke maand een solidariteitsbijdrage van 1800 fr. van mijn pensioen in. Een gouden raad: blijf van het pensioensparen weg, zet uw geld gewoon op een spaarboek met langetermijnrente of beleg het op een andere manier. Ik doe een oproep aan alle gepensioneerden die in dezelfde val zijn getrapt: laten we samen trachten deze wet te doen veranderen. We kunnen druk uitoefenen op de fiscus, de banken en verzekeringsmaatschappijen en de politici. Ons stemmenaantal is niet gering. Wie een voorstel of een goed idee heeft, mag me altijd schrijven! Over de solidariteitsbijdrage op het pensioensparen en de fiscaliteit ontvingen we ook brieven van J. Peeraer uit Kontich en A.M.P. uit Rumst.Het was oorlog. Een jaar nadat mijn vader was opgepakt, moest ik mijn eerste communie doen. Dat kon niet. Nog een jaar later zou mijn grote zus haar plechtige communie doen. Mijn moeder vond toen een oplossing. Ze stuurde mij en mijn grote zus naar onze grootmoeder in West-Vlaanderen. Die slaagde erin voor ons beiden kleren te maken. Die waren weliswaar van dezelfde snit, vorm en stof, maar ik voelde me de koning te rijk. Zo beleefden mijn zus en ik samen - en gelijk uitgedost - onze communie. Toen ik in 1960 mijn plechtige communie deed, was dat nog een echt familiefeest thuis. Mijn zus trouwde op zaterdag en met de restjes werd op zondag mijn communie gevierd. Van mijn meter kreeg ik mijn wit kleed. We aten tomatenroomsoep, vervolgens gebraad met drie soorten groenten en kroketten en als dessert fruitcocktail met slagroom. Daarna mochten we buiten spelen en omstreeks 16 uur was er taart. Het leukste was dat de nichtjes en neefjes bleven slapen. Wij lagen met 5 meisjes dwars op één bed, de jongens met 6. Het communiefeest van mijn kinderen hebben we in een zaal gevierd met alles erop en eraan. Bij mijn kleinkinderen gaat het weer anders. Mijn zoon gaat met zijn kinderen naar Disneyland en als geschenk vragen ze een envelop met euro's. Op het communiefeest van het kind van mijn dochter mag ik er wél bij zijn. Maar ook hier luidt de vraag: een envelop met euro's aub!"Toen ik in 1952 mijn plechtige communie deed, was mijn vader pas gestorven. Tijd, geld of zin om met mijn feest bezig te zijn had niemand. Ik kreeg een geleende jurk (met voile) en een echte missaal. Een bevriende kokkin zorgde voor een feestmaal. Buiten mijn moeder en mijn zusjes waren één stel grootouders en een grootoom de enige gasten. Mijn cadeautjes? Massa's heiligenprentjes! Ik herinner me mijn plechtige communie als een heerlijk feest. Alles gebeurde thuis met peter, meter en ons Tante Nonneke als gasten. Veel geschenken kreeg ik niet. Wel een mooie missaal in een lederen foedraal met ritssluiting, een kettinkje met kruisje van namaakgoud, drie wijwatervaatjes, vier paternosters, een Lieve-Vrouwebeeldje, een Christushoofd, prentjes, foto's en wat geld van een oom. Voor mij was dat luxe, tot ik de cadeaus van mijn klasgenoten zag: ringen, oorbellen en armbanden van goud, horloges en veel geld. Ik loog dan maar dat ik 1 miljoen gekregen had, waarop iedereen me uitlachte. A. B., Kessel-Lo Van mijn zeven kinderen deden er vijf hun eerste communie met het daarbijhorende familiefeest. Onze twee nako- mers namen in 1977 en 1979 als enigen van hun klas deel aan het lentefeest van het Humanistisch Verbond. Er waren hooguit 25 feestelingen, van verschillende scholen. Ze brachten een eigen tekst en boden hun ouders een roos aan. Op twee uur tijd knutselden ze een muzikale reis rond de wereld in elkaar. Nadien was er een gezamenlijk koud buffet. Vandaag is de aanpak met onze kleinkinderen weer anders. Men brengt de 'lentekinderen' van één of twee scholen vooraf een weekend bij elkaar. Daar studeren ze iets in. In mei geven ze hun optreden, gevolgd door een receptie en een familiediner met het lievelingseten van de feesteling. En met kleine presentjes. A