Wie een huis in het buitenland koopt, laat zich meestal leiden door zijn hart. Maar dat betekent niet dat u uw verstand niet moet gebruiken! Vooral voor Frankrijk is dit het geval. De meeste mensen kijken zo erg uit naar het plezier dat heel de familie zal beleven aan de villa in de Lubéron of het oude huisje in Bretagne , dat ze onvoldoende nadenken over de gevolgen van de overdracht van de eigendom. Ze gaan ervan uit dat in Frankrijk alles op dezelfde manier verloopt als in België. Maar dat is niet zo!
...

Wie een huis in het buitenland koopt, laat zich meestal leiden door zijn hart. Maar dat betekent niet dat u uw verstand niet moet gebruiken! Vooral voor Frankrijk is dit het geval. De meeste mensen kijken zo erg uit naar het plezier dat heel de familie zal beleven aan de villa in de Lubéron of het oude huisje in Bretagne , dat ze onvoldoende nadenken over de gevolgen van de overdracht van de eigendom. Ze gaan ervan uit dat in Frankrijk alles op dezelfde manier verloopt als in België. Maar dat is niet zo! De verschillen tussen de twee landen hebben te maken met de principes van het erfrecht. Op 20 januari 1959 hebben België en Frankrijk een conventie ondertekend om dubbele belasting te voorkomen en andere knelpunten op het vlak van de successierechten en de registratierechten te regelen. De conventie vertrekt van het principe van de splitsing van de nalatenschap. Ze bepaalt dat de nalatenschap van onroerend goed wordt geregeld door de wetgeving van het land waar het goed zich bevindt, terwijl de nalatenschap van roerend goed onder de wetgeving valt van het land waar de overledene verbleef. Bij het overlijden van een Belgische burger die in België woont zal zijn onroerend vermogen in Frankrijk dus volgens de Franse wetgeving worden overgedragen. Dit heeft gevolgen op zowel het burgerlijke (erfrecht) als het fiscale (successierechten) vlak. Voor het erfrecht is vooral het lot van de langstlevende echtgenoot belangrijk. Het Franse erfrecht heeft de langstlevende echtgenoot lange tijd verwaarloosd. De situatie is inmiddels verbeterd, maar de bescherming is nog altijd minder goed dan in België. In ons land krijgt de langstlevende echtgenoot altijd een reservatair erfdeel (het deel van de nalatenschap dat hem niet kan 'afgenomen' worden) in de vorm van het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap van de overledene. In Frankrijk is de langstlevende echtgenoot alleen reservataire erfgenaam als er geen ascendenten (ouders, grootouders,...) of kinderen zijn. In dit geval bedraagt de reserve van de langstlevende een kwart van de volle eigendom. Als er kinderen uit het huwelijk zijn, primeert nog steeds de bloedband. Elke eigenaar van onroerend goed in Frankrijk moet zich er dus van verzekeren dat de erfopvolging in dat land overeenkomt met zijn wensen. Als dat niet het geval zou zijn, moet hij de nodige maatregelen nemen bij een Franse notaris. Zelfs wanneer het erfdeel min of meer identiek is, gelden in Frankrijk andere regels voor de waardering van de nalatenschap dan in België. De waarde van het vruchtgebruik van een nalatenschap wordt bepaald volgens de levensverwachting van de vruchtgebruiker. In België gebruikt de fiscus voor de berekening van die waarde een omzettingstabel die van 1919 dateert en met een coëfficiënt per leeftijdsschijf werkt. Elke coëfficiënt komt overeen met 4 % van de waarde van het vruchtgebruik. In Frankrijk is het vruchtgebruik fiscaal geherwaardeerd en met 20 % in waarde gestegen, zodat het de economische waarde dichter benadert. Tot 31 december 2003 veranderde de waarde van het vruchtgebruik niet langer na 70 jaar en bleef het bepaald op 10 % van de waarde van het goed. In het nieuwe barema geldt die vaste waarde van 10 % pas vanaf 92 jaar. Deze aanpassing kan de langstlevende echtgenoot benadelen, omdat ze de belastbare basis verhoogt. Verminderingen voor bepaalde erfgenamen. Een ander verschilpunt is de toekenning in Frankrijk van opeenvolgende verminderingen voor bepaalde erfgenamen of begunstigden van een schenking. Zo krijgt de langstlevende echtgenoot een vermindering van euro 76.000 en heeft elk kind recht op een vermindering van euro 46.000. Deze verminderingen worden afgetrokken van de nalatenschap waarop de successierechten worden berekend. Vooral bij middelgrote nalatenschappen leiden ze tot een beduidende verlaging van de progressiviteit van de overdrachtrechten in Frankrijk, waar de tarieven hoger zijn dan in België. Voor nalatenschappen van minder dan euro 125.000 zijn de Franse successierechten voor de langstlevende echtgenoot in het algemeen lager dan de Belgische. Ze zijn ook interessanter voor een kind dat minder dan euro 75.000 erft. Anderzijds zijn ze beduidend hoger voor een nalatenschap van 125.000 tot euro 500.000. Voor de overdracht van een vermogen van 500.000 tot euro 1.000.000 zijn ze ongeveer dezelfde als in België en voor fortuinen van meer dan euro 1.000.000 zijn ze systematisch hoger. Belgen die vastgoed bezitten in Frankrijk moeten goed nadenken over de overdracht van hun vermogen. Zeker omdat de fiscale voorwaarden voor een schenking van onroerend goed in Frankrijk gunstiger zijn dan in België. In België wordt de schenking relatief weinig gebruikt. Het is dan de bedoeling het vermogen te verdelen door opeenvolgende schenkingen van onroerend goed, om de drie jaar herhaald, die de nalatenschap verkleinen en ervoor zorgen dat het resterende vermogen tegen een lager tarief wordt belast. De schenking van vastgoed wordt in België vooral afgeremd door een fiscale regel die zegt dat bij een schenking met behoud van vruchtgebruik (dus een schenking van enkel de blote eigendom) de schenkingsrechten moeten betaald worden op de volledige waarde (dus op de waarde van de blote eigendom + de waarde van het vruchtgebruik). De Franse fiscaliteit begunstigt de geregistreerde schenking - vooral van vastgoed û op vier manieren: 1. in Frankrijk betaalt u bij een schenking met behoud van vruchtgebruik enkel schenkingsrechten op de waarde van de naakte eigendom 2. de vermindering van de successierechten geldt ook voor de schenkingsrechten (er bestaat bovendien een specifieke vermindering van 30.000 euro voor elke schenking tussen grootouders en kleinkinderen) 3. men kan om de tien jaar opnieuw van deze vermindering genieten 4. de schenkingsrechten worden tijdelijk verlaagd door wettelijke bepalingen van beperkte duur: met 35 % voor schenkingen van de blote eigendom door een schenker die jonger is dan 65 jaar met 10 % voor schenkingen van de blote eigendom door een schenker tussen 65 en 75 jaar; met 50 % voor schenkingen van de volle eigendom tussen 25/09/2003 en 30/6/2005, ongeacht de leeftijd van de schenker. VOORBEELD Mijnheer en mevrouw Jansen wonen in België. Ze zijn getrouwd in het stelsel van gemeenschap van goederen, zijn respectievelijk 58 en 55 jaar jong, hebben twee kinderen van 28 en 24 jaar en bezitten in Frankrijk een mooi huis met een verkoopwaarde van euro 375.000. Ze maken plannen voor hun nalatenschap en denken aan een schenking in 2004, waarbij elke echtgenoot de twee kinderen de blote eigendom van het huis in Frankrijk zal schenken. De schenking zal gebeuren door een notariële akte, verleden door een Franse notaris. Het nieuwe fiscale barema bepaalt de waarde van het vruchtgebruik voor een vruchtgebruiker tussen de 50 en de 60 jaar op 50 % van de waarde van de volle eigendom. De totale waarde van de schenking bedraagt dus euro 187.500. Elke ouder schenkt de twee kinderen een vermogen van euro 93.750, zodat elk kind van elke ouder een vermogen ter waarde van euro 46.785 ontvangt. Elk kind krijgt een vermindering van euro 46.000 voor de schenking die het van elke ouder ontvangt. De basis waarop de schenkingsrechten voor elk kind worden berekend bedraagt dan euro 93.750 min euro 92.000, dus euro 1.750. Dit betekent dat elk kind euro 43,75 schenkingsrechten betaalt, waarvan nog de tijdelijke vermindering van 35 % wordt afgetrokken, dus euro 15,31. De schenking aan twee kinderen van de blote eigendom van een vastgoed dat in gemeenschappelijk bezit is, met een waarde van euro 375.000 kost bijgevolg in Frankrijk euro 28,44 x 2 = euro 56,88 aan schenkingsrechten. Hier komen wel nog volgende kleine kosten bij: een registratie-taks van 0,615 %, het honorarium van de hypotheekbewaarder (0,10 % van de doorgegeven waarde) en het ereloon van de notaris, ongeveer euro 3.750. Dezelfde schenking zou in Vlaanderen en Wallonië onderworpen zijn aan euro 15.875 registratierechten per kind. In Brussel zouden de rechten euro 7.750 per kind bedragen. Als de verkoopwaarde van de eigendom groter was geweest, had het echtpaar Jansen een gedeelte van de blote eigendom kunnen doorgeven en het restant tien jaar later kunnen schenken. Het zou dan opnieuw dezelfde verminderingen krijgen. Maar alleen directe verwanten (echtgenoot en kinderen) hebben recht op dergelijke verminderingen. De tijdelijke vermindering van 50 % van de schenkingsrechten op volle eigendom, die tot 30 juni 2005 van kracht is, kan interessant zijn bij schenkingen aan andere familieleden of aan derden. Ze vermindert de schenkingsrechten tussen samenwonenden tot 30 %, terwijl dat in België 80 tot 90 % is, afhankelijk van het gewest. Bovendien wordt een geregistreerde schenking in Frankrijk pas in de nalatenschap van de schenker opgenomen als deze laatste binnen de drie maanden na de schenkingsakte overlijdt (en niet binnen de drie jaar zoals bij ons) zodat alle risico's op een herwaardering van een al geschonken goed uitgesloten zijn. nA Alain Lacourt