Roerei met garnalen en dille

Ingrediënten voor 4 personen:
...

Ingrediënten voor 4 personen: n 4 eieren n 2 eetlepels room n 2 eetlepels versgehakte dille n 2 eetlepels boter n 150 g garnalen (of 4 gepelde langoustinestaartjes) n zout, peper en nootmuskaat. 1 Breek de eieren op een zodanige manier dat u mooie halve eierdoppen overhoudt. Klop de eieren op met de room. Roer er de dille door en kruid met zout, peper en een snuif nootmuskaat. 2 Verhit de boter in een koekenpan met een antiaanbaklaag. Giet het eimengsel erin en laat het een beetje stollen. Voeg dan de garnalen (of de langoustinestaartjes) toe en begin te roeren met een houten spatel tot u een smeuïge massa hebt verkregen. 3 Verdeel het roerei over de lege eierdoppen en versier met takjes anijs. Ingrediënten voor 4 personen: n 1 pakje kant-en-klaar bladerdeeg n 150 g gekookte kip n 4 eetlepels rode en gele paprikablokjes (gemengd) n 8 plakjes cheddar n 2 eierdooiers n 2 eetlepels room n 2 eetlepels geraspte emmental n zout en peper. 1 Rol het bladerdeeg uit en duw er 4 schijven van ongeveer 12 cm diameter uit (gebruik hiervoor een omgekeerd kommetje). Vet 4 kleine taartvormpjes van 8 cm diameter en 2 cm hoog (met golvende rand) in en bestuif ze met bloem. Bekleed ze met de deegschijven en druk de bodem en de randen goed aan. 2 Druk 8 schijfjes van ongeveer 6 cm uit de cheddar (gebruik een omgekeerd wijnglas). 3 Snijd de kip en de rest van de kaas in blokjes. Meng de eierdooiers met de room en de blokjes kip en kaas. Kruid royaal met zout en peper. Vul de taartvormpjes met dit mengsel en dek af met de schijfjes cheddar. Verdeel de blokjes paprika over de taartjes en laat ze 20 minuten bakken in een voorverwarmde oven van 180°C. 4 Laat de taartjes wat afkoelen en haal ze uit hun vorm. Bestrooi ze net vóór het opdienen met de geraspte kaas. Ingrediënten voor 4 personen: n 8 eieren n 3 eetlepels zalmeitjes n 2 eetlepels mayonaise n 1 mespuntje mosterd n citroensap n paprikapoeder n 2 eetlepels krab uit blik (of surimi) n zout en peper n wat tuinkers voor de garnering. 1 Kook de eieren hard, spoel ze af onder de koudwaterkraan en laat ze afkoelen. 2 Maak een insnijding in het bovenste gedeelte van de eieren en pel het bovenste gedeelte. Lepel de helft uit met een lepeltje en scheid de dooier van het eiwit. 3 Meng de dooiers met mayonaise en mosterd. Kruid met peper en zout, roer er citroensap en paprikapoeder door. 4 Hak het eiwit fijn samen met het krabvlees. 5 Verdeel tweederde van het dooier-mayonaisemengsel over vier uitgeholde eieren. Dek ze af met zalmeitjes 6 Meng de rest van het dooier-mayonaisemengsel met het krabmengsel. Vul de 4 overige eieren. Versier met tuinkers. Ingrediënten voor 4 personen: n 4 eieren n 200 g room n 1 eetlepel boter + boter voor het invetten van de vormpjes n 50 g gerookte spekblokjes n 1 fijngehakte sjalot n 1 eetlepel azijn n de roosjes van een romanescobloemkool n 300 g sobanoedels (Japanse noedels van boekweitmeel) n 2 eetlepels gemarineerde rode gember (te koop in winkels van oosterse voeding) n160 g grijze garnalen n zout en peper van de molen n een snuif nootmuskaat n 4 individuele soufflévormpjes. 1 Klop de eieren met de room op in een grote kom. Kruid met zout, peper en nootmuskaat. 2 Verhit de boter en laat er de spekblokjes in kleuren. Voeg de sjalot toe en laat ze glazig worden. Deglaceer de pan met azijn en voeg alles bij het eimengsel. Verdeel de bereiding over ingevette soufflévormpjes. 3 Zet de vormpjes in een warmwaterbad en laat ongeveer 50 minuten bakken in een voorverwarmde oven van 160°C. Haal ze uit de oven en laat afkoelen. 4 Blancheer de romanescoroosjes in gezouten water (4 min) en laat uitlekken onder koud water. Kook de noedels. 5 Verdeel de noedels over de borden en stort een flan erop. Leg de garnalen erop en versier met de romanescoroosjes en reepjes gemarineerde rode gember. Ingrediënten voor 4 personen: n 3 teentjes knoflook l n bosje lente-uitjes n 1 kg broccoli l n bosje basilicum n 3 eetlepels olijfolie n 1,5 l groentebouillon n150 g room n zout en peper van de molen n 1/2 bosje bieslook. Voor de paashaasjes: n 100 g boter n 4 eiwitten n 100 g bloem n 1 koffielepel zout, 1 koffielepel komijn. 1 Bak de paashaasjes: klop de boter op tot ze romig wordt. Klop de eiwitten met het zout tot sneeuw. Meng afwisselend bloem en eiwit met de boter tot een luchtig deeg. Voeg de komijnzaadjes toe. Knip acht haasjes van 10 cm hoog uit karton. Leg ze op een licht ingevette bakplaat. Leg op elk haasje een lepel deeg en strijk het glad over het vormpje. Laat 8 tot 10 min bakken in een voorverwarmde oven (180°C) tot de haasjes een mooie goudkleur hebben. Laat afkoelen en haal ze van de vormpjes. 2 Pel de knoflookteentjes. Hak twee teentjes fijn en snijd het derde in plakjes. Maak de lente-uitjes schoon en hak ze fijn met een deel van het loof. Haal de roosjes van de broccoli. Schil de stengels van de broccoli en snijd die in stukjes. Hak de helft van het basilicum fijn. 3 Verhit 2 eetl olijfolie in een pan en fruit er de lente-uitjes glazig in. Voeg het gehakte knoflook, de broccoli en fijngehakt basilicum toe. Overgiet met groentebouillon en laat 20 min zachtjes koken. 4 Fruit ondertussen de plakjes knoflook in de rest van de olie tot ze goudgeel kleuren. Haal ze dan meteen uit de pan en laat ze uitlekken op keukenpapier. 5 Mix de soep, voeg de room toe en mix nog een keer. Kruid met peper en zout. Serveer de soep in glaasjes of glazen kommetjes en versier ze met de plakjes knoflook, de overgebleven basilicumblaadjes en bieslook. Geef er de paashaasjes bij. nLudo Hugaerts - Foto's en recepten: SucréSalé