September 1944. De bombardementen van de geallieerden hebben de binnenstad van Le Havre tot puin herleid. 80.000 inwoners moeten snel een nieuwe woning krijgen en de middelen zijn beperkt. Architect en betonmeester Auguste Perret (1874-1954) krijgt de opdracht voor deze kolossale werf, die tot 1964 zal duren. Niet iedereen is opgezet met zo veel beton, maar toch slaagt de architect er samen met zijn team in een samenhangend en modern stadslandschap te creëren, dat sinds 2005 op de Unesco Werelderfgoedlijst prijkt. Perrets uitgangspunt: rechthoekige gebouwen met een zichtbaar geraamte. Voor de in Brussel geboren bouwmeester was de zuil dan ook 'het meest edele deel van de architectuur'.
...

September 1944. De bombardementen van de geallieerden hebben de binnenstad van Le Havre tot puin herleid. 80.000 inwoners moeten snel een nieuwe woning krijgen en de middelen zijn beperkt. Architect en betonmeester Auguste Perret (1874-1954) krijgt de opdracht voor deze kolossale werf, die tot 1964 zal duren. Niet iedereen is opgezet met zo veel beton, maar toch slaagt de architect er samen met zijn team in een samenhangend en modern stadslandschap te creëren, dat sinds 2005 op de Unesco Werelderfgoedlijst prijkt. Perrets uitgangspunt: rechthoekige gebouwen met een zichtbaar geraamte. Voor de in Brussel geboren bouwmeester was de zuil dan ook 'het meest edele deel van de architectuur'. Op 150 ha bouwt het bureau van Perret relatief uniforme blokken met appartementen. Daarbij wordt het oorspronkelijke dambordplan van de stad behouden. De blokken ogen sober en hebben een repetitieve basisstructuur: rasters van exact 6,24 m, geprefabriceerde muurpanelen, verticale ramen en zuiltjes die even hoog zijn als de verdieping. Maar na een geleid bezoek aan het kijkappartement wordt pas duidelijk hoe revolutionair de heropbouw van Le Havre was. Verbazing is wat je overvalt in het kijkappartement, dat zo zorgvuldig het dagelijks leven van de jaren 50 reconstrueert dat het tastbaar wordt. Verrassend ook hoe dit woonmodel zijn tijd ver vooruit was, door de combinatie van comfort en functionaliteit. Het appartement toont hoe de manier van leven tussen 1946 en 1975 - in Frankrijk bekend als Les Trente Glorieuses of de dertig gloriejaren - grondig is veranderd. Voor het meubilair opteerde het bureau van Perret voor serieproductie van de ontwerpers René Gabriel en Marcel Gascoin, maar in het kijkappartement zijn ook een koelkast, wasmachine, kleding, kranten en andere dingen uit het dagelijks leven van toen te zien. Bij de inrichting van elk appartement werd destijds niets aan het toeval overgelaten. Er is slechts één draagzuil, zodat de binnenruimte van 100 m2 kon worden ingedeeld volgens de behoeften van de bewoners. Geen gangen dus, maar een indeling met slimme schuifpanelen. Het kinderbed, de kleerkast en ander meubilair blijven compact en moduleerbaar, het wandrek kan meegroeien met het kind. De inrichting moet ook het leven van vrouwen makkelijker maken, met de serieproductie van inbouwkeukens, maar ook afgeronde plinten, wat de vloer schoonmaken minder lastig maakt. Verder springen de collectieve heteluchtverwarming, de ingemaakte kasten en de optimale licht- inval in het oog. Alles in dit gezellige en smaakvolle appartement is zodanig bedacht dat je er ook vandaag nog zorgeloos zou kunnen wonen. Het beste zicht op het stadslandschap van Auguste Perret krijg je vanop de 17de verdieping van het stadhuis. Hier is duidelijk te zien hoe harmonieus de stadsarchitectuur wel oogt. Ook het stadhuis zelf is een voorbeeld van Perrets kunnen. Vandaag is het geklasseerd als historisch monument. Het wordt omringd door de eerste vier appartementsblokken van de wederopbouw en werd heropgebouwd op dezelfde plaats als voor de oorlog. Dat geldt trouwens voor alle iconische monumenten van Le Havre. Het stadhuisplein, een van de grootste van Europa (243 x 192 m), en de bijhorende tuinen, zijn symbolisch aangelegd op het grondniveau van de stad van voor de bombardementen. De rest van Le Havre werd heropgebouwd bovenop het puin. Vanop de 17de etage kan je ook moeilijk naast de indrukwekkende Saint-Josephkerk kijken, het meesterwerk van Auguste Perret dat alles weg heeft van een Newyorkse wolkenkrabber. Ze roept het beeld op van een vuurtoren - in maritieme en in geestelijke zin. Op een vierkante sokkel rijst een achthoekige lichttoren op die van overal zichtbaar is en een makkelijk oriëntatiepunt vormt voor toeristen. Ook deze 107 m hoge kerk werd 70 jaar geleden heropgebouwd op het puin van de vroegere kerk. Maar de stijl wijkt zo af van die van een klassieke kerk, dat Saint-Joseph lange tijd niet geliefd was bij de inwoners van Le Havre. Vandaag geldt ze als een architectuurparel van de 20ste eeuw. Vanop afstand oogt ze wat bleekjes, maar dichterbij vallen de perfecte lijnen op en binnen raak je helemaal in de ban van dit curieuze bouwwerk. De top van de toren maakt je duizelig: de sobere, simpele sructuur is een technisch hoogstandje, de lichtinval sprookjesachtig. De 50 ton brute beton baadt in het licht van 12.768 glasramen in zeven kleuren en een vijftigtal tinten van kunstenares Marguerite Hué. Onderaan blijven de kleuren somber, naar boven toe worden ze almaar helderder naargelang de windstreek en hoe de zon binnenvalt. De ramen staan symbool voor de hemelvaart, als verbond tussen de overlevers en de slachtoffers van de bombardementen. Minstens zo indrukwekkend is het cultuurcentrum ontworpen door de beroemde Braziliaanse architect Oscar Niemeyer. Hier overheersen de gebogen lijnen met twee vulkanen als blikvangers - sommigen spreken van yoghurtpotjes. Het gaat om twee betonnen heuveltjes die, net als de Saint-Josephkerk, pas na veel kritiek waardering kregen. Het gebouw werd in 1982 ingehuldigd en staat in schril contrast met de rechte lijnen van Perret. Vanuit de lucht ziet het gebouw eruit als een duif - symbool voor de vrede na WOII. De grote vulkaan herbergt een concert- en theaterzaal, de kleine een moderne bibliotheek met veel licht en elegante zitjes met een sixtieslook. Deze prachtige en originele ruimte kan je vrij bezoeken. Enkele merkwaardige gebouwen wisten aan de bombardementen te ontsnappen en getuigen van het verleden van de stad: het Maison de l'Armateur (18de eeuw), de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal (16de-17de eeuw) en het Muséum (18de eeuw). Je ontdekt ze op de stadswandeling die je ook langs installaties van eigentijdse kunstenaars brengt in het kader van Un Eté au Havre. Dit jaarlijkse evenement kwam er voor het eerst in 2017, voor het 500-jarig bestaan van de stad. Alle werken hebben een band met het erfgoed van Le Havre. De wandeling voert je ook langs vreemde figuren op mensenmaat op de gevels van de woonblokken van Perret. En onder twee indrukwekkende bogen gemaakt van scheepscontainers op de Quai Southampton, van waaruit ooit de transatlantische pakketboten vertrokken. Nog een andere aanrader: een gegidste rondvaart door de bruisende haven.