Een rijhuis langs een steenweg in het Oost-Vlaamse Wortegem. Daarachter een lap tuin van 100 m lang en slechts 10 meter breed. Aan één kant een lelijke afsluiting van betonnen platen. De woonsituatie van het Frans Lemaire en Viviane Dommelaere is typisch voor een lintbebouwing.
...

Een rijhuis langs een steenweg in het Oost-Vlaamse Wortegem. Daarachter een lap tuin van 100 m lang en slechts 10 meter breed. Aan één kant een lelijke afsluiting van betonnen platen. De woonsituatie van het Frans Lemaire en Viviane Dommelaere is typisch voor een lintbebouwing. Vier jaar geleden besloten deze jonge vijftigers met nog één kind thuis om na de woning ook de tuin te renoveren. Hun verlangen: een vergezicht en een gevoel van openheid ondanks de ingesloten ligging, bloei van februari tot november, een moestuin en een fruitboomgaard. Bovendien wilden ze de drie grote regenwaterputten die ze hadden laten aanleggen voor sanitair gebruik en de be-vloeiing van de tuin, aan het zicht onttrekken. De oplossing kwam van landschaps-architect Steve Delrue. Hij gooide de tuin bijna helemaal open met een groen gazon met golvende randen en borders die de golfbewegingen volgen. Breed en smal gaan organisch in elkaar over en vermijden het saaie aanzien van een rechthoekig gazon met randbeplanting. Als je op het terras achter het huis zit, lijkt het dieptezicht op dat van een golfterrein. Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van het gras: diepgroen en dik. Dat is er niet vanzelf gekomen. Bij de aanleg van het gazon werd de ondergrond verrijkt met tonnen compost. "In november en maart strooien we kalk en in april en juni organische gazonmestkorrels, behalve in droge periodes omwille van het gevaar op vergeling", vertellen de eigenaars. "In het vroege voorjaar verticuteren we het gras en tussen april en oktober maaien we het een keer per week. In droge periodes proberen we het elke dag te besproeien met regenwater. Veel werk, dat is waar, maar visueel is die diepgroene kleur heel belangrijk". Verder wordt de doorkijk enkel gebroken door een lage appelboom en een notenboom. En door de vondst met het tuinhuis achteraan in de tuin. Dat staat dwars op de afsluitingsmuur en onttrekt zo de nutstuin (een moestuin, laagstamfruitbomen, een kippenren en een opslagplaats voor hout) deels aan het oog. Een andere vondst zijn de twee strakke en ondiepe waterpartijen in het verlengde van het terras. Ze werden bovenop de regenwaterputten aangelegd die zo gecamoufleerd blijven maar tegelijk het nodige water leveren in een gesloten circuit. De waterpartijen bestaan uit twee poly- esterbakken die deels worden afgedekt door een zwevende plaat van blauwe hardsteen. "Het zijn heel snel sfeerbrengers geworden", vertelt Viviane. "We zijn ook heel blij met de tweede zithoek onder de appelboom die de architect voorzien heeft in het verlengde van onze 'kanaaltjes'. Hier kunnen we uren genieten van het geluid van het water". Een border met vaste planten staat in de wintermaanden vrijwel altijd kaal. Om toch twaalf maanden kleur en tien maanden bloei te hebben, zijn de golvende perken beplant met een ongewone mix van bloeiende heesters, vaste planten en bladhoudende struiken. Daarin vallen een paar speciaaltjes op. De Phlomis russeliana is een vaste plant die in de winter niet afsterft - de gele bloemtrosjes worden gevolgd door decoratieve zaaddozen. Een andere wonder is de parelstruik ( Exochorda macrantha), een heester die zich in mei en juni met een weelde aan witte bloesems tooit. Bij de bladhoudende struiken vermelden we de Photinia (rode bladeren van oktober tot maart) en de schijnhulst ( Osmandus burckwoodii), die zich net als buxus makkelijk in een vorm laat snoeien maar ook bloeit (witte bloempjes in april). Een massief perk is gevuld met vroegbloeiende hortensia. Het zorgt voor kleur in de overgangsperiode tussen voorjaars- en zomerbloei (eind mei-juni). Om de borderbeplanting mooi te laten stijgen van laag naar hoog werden als achtergrond onder meer een enkele Japanse kers en een leiboom van sierperen gekozen. Ook opvallend is het optische bedrog van de klimop tegen de betonnen afsluitingsmuur. Die is zo gesnoeid dat de plant alleen de bovenkant van de muur lijkt te bedekken. "Ik ben afkomstig van de kust en gewoon aan een ver uitzicht", besluit Frans. "Zelf was ik nooit op al deze vondsten gekomen. Natuurlijk kost het geld als je een beroep doet op een landschapsarchitect, maar aan deze tuin zal ik langer plezier hebben dan aan een miserabel spaarboekje op de bank!" Ludo Hugaerts - Foto's Bastin&Evrard