Een krocht. Een donkere, vochtige spelonk, waar de geesten van geketende en kermende sukkelaars nog lijken rond te waren. Het heeft veel weg van het voorportaal van de hel. We bevinden ons in de kelders van het Geeraard de Duivelsteen in het Gentse stadscentrum (Geeraard de Duivelstraat 1, nu het Rijksarchief), een somber gebouw genoemd naar Gheeraert van Ghent, een wreedaardige ridder uit de 13de eeuw. Hier werden tot 1815 geesteszieken opgesloten. Een tijd waarin ze krankzinnig of zot werden genoemd maar geen patiënt.
...

Een krocht. Een donkere, vochtige spelonk, waar de geesten van geketende en kermende sukkelaars nog lijken rond te waren. Het heeft veel weg van het voorportaal van de hel. We bevinden ons in de kelders van het Geeraard de Duivelsteen in het Gentse stadscentrum (Geeraard de Duivelstraat 1, nu het Rijksarchief), een somber gebouw genoemd naar Gheeraert van Ghent, een wreedaardige ridder uit de 13de eeuw. Hier werden tot 1815 geesteszieken opgesloten. Een tijd waarin ze krankzinnig of zot werden genoemd maar geen patiënt.Ze slijten er hun dagen in afschuwelijke omstandigheden. "In de kelders van deze stadsburcht worden ze toevertrouwd aan de 'zorg' van een Weezenmeester, die hun voedsel moet verstrekken en alles wat ze nodig hebben", zegt Yoon Hee Lamot van het Museum Dr. Guislain. "De man krijgt hiervoor geld van het stadsbestuur. Wat hij overhoudt, mag hij houden als loon." De Weezenmeester beknippelt dan ook gretig op de uitgaven. Al maken weinig mensen zich daar in die tijd druk om: geesteszieken boezemen angst in, ze worden weggemoffeld, aan het oog onttrokken of beschimpt. Niet enkel in Gent behandelt men geesteszieken op die manier. Op het platteland maakt de dorpsgek deel uit van het decor, in de grote steden worden krankzinnigen en simpelen van geest ondergebracht op locaties die qua gruwel niet moeten onderdoen voor het Geeraard de Duivelsteen.Pas begin 19de eeuw begint er langzaamaan iets te veranderen. En wel dankzij Jozef Guislain. Hij wordt in 1797 geboren in een welgestelde familie van architecten, maar breekt met de familietraditie en gaat geneeskunde studeren. Al snel vat hij grote belangstelling op voor psychische aandoeningen en voor de nieuwe theorieën die hieromtrent opgang maken.In 1827 - België bestaat nog niet - wordt hij de eerste erkende psychiater van de Zuidelijke Nederlanden. Volgens dr. Guislain, inmiddels hoogleraar geneeskunde aan de Gentse universiteit, zijn geestesstoornissen meestal te wijten aan psychische oorzaken. Hij concludeert dat deze zieken er in een aangename en positieve omgeving op zullen vooruitgaan of het op zijn minst beter zullen hebben."Een erg optimistische en zelfs wat naïeve visie", erkent Patrick Allegaert, artistiek leider van het Museum Dr. Guislain. Helaas bestaan er in die tijd helemaal geen structuren om geesteszieken op te vangen in een positieve en aangepaste leefomgeving. Maar dat houdt Jozef Guislain niet tegen om in samenwerking met de Broeders van Liefde zelf een krankzinnigengesticht te bouwen.Wie opgroeit in een familie van architecten leert al op jonge leeftijd omgaan met een tekenplank. Dr. Guislain tekent de plannen voor zijn nieuwe hospitaal helemaal zelf. Daarbij heeft hij oog voor esthetiek én veiligheid. Hij denkt grondig na over elk detail. Moeten de vensters traliewerk en de trappen hoge leuningen hebben om ongelukken te voorkomen? Ja, maar dan wel in fraai smeedwerk, zodat ze eerder decoratie dan beveiliging lijken. Idem voor de muren rond het complex: die zijn slechts twee verdiepingen hoog en omsluiten een zee aan groene ruimte.De werkzaamheden starten in 1854. Al in 1857 nemen de eerste bewoners - uitsluitend mannen - hun intrek in de gebouwen. "Guislain brengt de patiënten onder in een rustige omgeving, met een strikte dagindeling en veel regels, geïnspireerd op het kloosterleven", verduidelijkt Patrick Allegaert. "Van een behandeling is nog geen sprake, maar men organiseert al wel tal van activiteiten voor de bewoners."Ketenen? Die zijn nergens meer te bekennen: de meeste bewoners lopen vrij in het complex rond, alleen agressieve patiënten worden nog opgesloten. De instelling beschikt over een bakkerij, een moestuin, een fanfare... Patiënten die ertoe in staat zijn mogen werken en krijgen zelfs een loon, in een munt die enkel binnen de muren van het complex waarde heeft. "Met dat geld kunnen ze snoep en extraatjes kopen maar ook - en da's in onze ogen toch wel vreemd - alcohol en tabak!" Voor het eerst eist men ook van het personeel dat het zich aan strikte regels houdt en de patiënten met respect behandelt. Al gauw verwerft de instelling internationale faam: tal van artsen en religieuze congregaties uit het buitenland bezoeken het complex om er inspiratie op te doen.Uiteraard is nog niet alles zoals het moet zijn. De meeste geïnterneerden worden beschouwd als chronisch ziek en verlaten de instelling nooit. Privacy hebben ze nagenoeg niet: de slaapzalen, de woonvertrekken, alles is gemeenschappelijk. De behandelingen bevinden zich in het experimentele stadium. Samen met zijn team probeert dr. Guislain therapieën uit waarvan sommige vandaag barbaars lijken.Zo bedenkt hij een brugje met een valluik: wie erover wandelt, belandt in een bad met koud water. De arts hoopt dat die thermische shock heilzaam zal zijn voor de patiënt. Afschuwelijk? Niet echt als we bedenken dat psychiaters ook vorige eeuw eeuw hun patiënten nog behandelden met elektroshocks of een insulinecoma.Maar wat we vooral niet mogen vergeten is dat dr. Guislain er met zijn werk heeft toe bijgedragen dat men geesteszieken eindelijk is gaan zien als volwaardige mensen. Een doelstelling die vandaag nog altijd vooropstaat in het museum dat in het voormalige hospitaal is ondergebracht.Nicolas Evrard