Een eenvoudig bord op het hek aan de ingang zet de toon: Opgelet, militair domein, verboden toegang. Om nieuwsgierigen op afstand te houden, werd ook een pictogram aangebracht met niet al te vriendelijke honden erop.
...

Een eenvoudig bord op het hek aan de ingang zet de toon: Opgelet, militair domein, verboden toegang. Om nieuwsgierigen op afstand te houden, werd ook een pictogram aangebracht met niet al te vriendelijke honden erop. Toch is er achter de omheining niets bijzonders te zien: op het terrein staat enkel een bakstenen gebouwtje in de vorm van een huis. Welkom in de commandobunker van Kemmel, één van de best bewaarde geheimen uit de koude oorlog. Het bescheiden gebouw is maar schijn. Het dient om een lange trap die in de grond verdwijnt aan het oog te onttrekken. Die trap leidt naar een uitgestrekt ondergronds complex van 2.000 m², waar plaats is voor 200 mensen. Tonnen beton overwelven het complex van twee verdiepingen dat opgedeeld is in kantoren, langs met neon verlichte gangen. Allemaal geven ze uit op de Operations Room, een zaal vol kaarten en informatieborden. "Enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog is men met de bouw van deze bunker begonnen", vertelt Denis Hardy, een gepensioneerd generaal-majoor van de Luchtmacht. "Maar pas in de jaren '60 werd hij volledig ingericht." In volle koude oorlog beseft het Belgische opperbevel dat de installaties in Brussel erg kwetsbaar zijn in het geval van een gewapend conflict. Er is een terugvalbasis nodig. De keuze voor de bunker van Kemmel is snel gemaakt: hij ligt ver van alles verwijderd aan de westelijke landsgrens: het verste af dus van de richting van waaruit de sovjet-dreiging komt. "De plek werd altijd geheim gehouden. Houten schuttingen hielden de werken verborgen voor de buurtbewoners. Dat zorgde natuurlijk voor allerlei geruchten in de streek, die jaren de ronde deden. Men dacht zelfs dat het een opslagplaats voor nucleaire wapens was. Maar toch is het geheim bewaard gebleven. De bunker werd voor het laatst gebruikt in 1996 maar pas in 2005 werd het bestaan van het complex publiek gemaakt en de eerste journalisten toegelaten." Het complex aan de Kemmelberg hoefde gelukkig nooit te worden gebruikt in tijden van oorlog, maar werd wel verschillende keren ingezet om commando-oefeningen te houden. "Deze oefeningen vonden in de winter plaats en alle Navo-lidstaten namen eraan deel," preciseert Denis Hardy. Er kwamen geen troepenbewegingen aan te pas: alles gebeurde op kaart, een directing staff zorgde voor een scenario met onvoorziene omstandigheden." Het objectief? De reactiesnelheid van de commandostructuur testen en beslissingen leren nemen bij plotse incidenten. "Wij waren het blauwe kamp, de vijand het oranje kamp. We bleven diplomatisch - we hadden het nooit over het rode gevaar! - maar iedereen wist wie de theoretische vijand was." Zeshonderd mensen, verdeeld over drie teams en afkomstig uit verschillende Belgische legereenheden (Zeemacht, Luchtmacht, Landmacht, Medische staf en Generale Staf) namen deel aan deze wargames. Gedurende de oefening losten de ploegen elkaar om de 8, 12 of 24 uur af. Elk stafbureau had ramen die rechtstreeks uitgaven op de Operations Room, waar een globaal overzicht van de situatie werd gegeven: borden met de verschillende eenheden, een teller met het aantal doden en gewonden, kaarten van het actieterrein.... Hoe de oefening in de winter van 1973 er voor een buitenstaander moet hebben uitgezien? Langs een slecht verlichte trap daalt u af, beneden controleert een MP uw identiteit. Vervolgens duikt u een doolhof in, onder het oorverdovende geluid van verwarmingsketels, generatoren en ventilatiesystemen. Uiteraard stond de informatica in die tijd nog in haar kinderschoenen: "Alle documenten werden in Brussel voorbereid en in enorme koffers vol dossiers onder escorte naar hier overgebracht," herinnert de oud-generaal van de luchtmacht zich. Van confidenties via de telefoon kon geen sprake zijn. Een etiket op elk toestel herinnert er nu nog aan dat de lijnen niet beveiligd waren en niet mochten worden gebruikt om vertrouwelijke informatie door te geven. Belangrijke informatie werd gecodeerd en verzonden via een telex, die een al even oorverdovend geluid produceerde. "In het scenario wisselden zeer rustige periodes af met momenten van intense activiteit, waarin de incidenten elkaar in sneltempo opvolgden. De lucht in de bunker wordt van buiten aangevoerd en niet gefilterd. En dus kon het gebeuren dat er via de intercom een gasalarm werd afgekondigd. Probeer maar eens met een gasmasker op drie kwartier lang te telefoneren en plannen te consulteren." Tijdens de oefening werd niets aan het toeval overgelaten: naast de man die aangesteld was om met een codesleutel de boodschappen te ontcijferen, stond een moker en een jerrycan met benzine. Bij een aanval op de bunker was het zijn taak de code in de vuilbak te verbranden en de machine met de moker stuk te slaan! Uiteindelijk diende de oefening van 1973, net als alle oefeningen ervoor en erna, enkel om de Belgische Generale Staf in oorlogsmodus te houden. Eén vraag blijft onopgelost: wisten de sovjets van het bestaan van de bunker af? "Goeie vraag," lacht Denis Hardy. "Ik moet u het antwoord schuldig blijven. Maar het zou me verbazen dat ze er niets van wisten." Nicolas Evrard