De voorbije maanden kon je niet om de gele hesjes heen. Ze trokken de straat op, wierpen wegblokkades op, in Frankrijk en in mindere mate ook in Wallonië. De katalysator van deze beweging was de verhoging van de brandstoftaks, haar voornaamste eis is het behoud van de koopkracht. Het gebeuren toont hoe ongelooflijk krachtig sociale media maar ook de basis zijn, zonder de steun van een gestructureerde organisatie. Het is ook een serieuze waarschuwing aan het adres van regeringen die denken dat, als ze het milieu voor h...

De voorbije maanden kon je niet om de gele hesjes heen. Ze trokken de straat op, wierpen wegblokkades op, in Frankrijk en in mindere mate ook in Wallonië. De katalysator van deze beweging was de verhoging van de brandstoftaks, haar voornaamste eis is het behoud van de koopkracht. Het gebeuren toont hoe ongelooflijk krachtig sociale media maar ook de basis zijn, zonder de steun van een gestructureerde organisatie. Het is ook een serieuze waarschuwing aan het adres van regeringen die denken dat, als ze het milieu voor hun kar spannen, ze zonder enige weerstand de fiscale druk eindeloos kunnen opvoeren. Want die hogere brandstoftaks dient maar één doel: minder auto's op de weg, en dus minder vervuiling, niet? En daar kan niemand tegen zijn, toch? Mis, dus.Een andere les die de gele hesjes ons leren, is dat de bevolking - die al jaren gewoon is dat de koopkracht stijgt - het niet pikt als die een paar jaar stagneert, laat staan lichtjes daalt. Maar daalt de koopkracht écht of lijkt het enkel zo? Of is het een beetje van beiden? De cijfers van Statbel en de studies van het Planbureau geven inzicht in de toestand in ons land.Het klopt inderdaad dat de koopkracht van de bevolking nog niet het niveau heeft herwonnen van voor de crisis van 2008. De loontrekkenden komen nog goed weg, maar niet de mensen die (deels) van roerende of onroerende inkomsten moeten leven. Diezelfde statistieken tonen verder ook hoe sterk de consumptie sinds het begin van de eeuw is gegroeid, zowel kwantitatief als kwalitatief. In 2000 had amper één op de vier Belgische gezinnen internet en minder dan de helft had een smartphone. Vandaag zit het internet op meer dan 80% en loopt de smartphone tegen de 100% aan. Wat gepaard gaat met duurdere abonnementen, die bij sommigen ronduit de pan uit swingen. Maar die nieuwe consumptiegoederen maken meteen ook deel uit van de basisuitgaven, stellen economen en sociologen vast. Zij nemen een hap uit het beschikbare budget en versterken de indruk dat de koopkracht daalt, wat zowel waar als onwaar is.En daar stopt het niet. Je kan niet ontkennen dat een deel van de bevolking het moeilijk heeft om de eindjes aan mekaar te knopen. Maar je kan er ook niet naast kijken dat een ander deel zich gewillig laat inpakken door een marketing die hen aanzet om dingen te kopen die ze niet nodig hebben. Om dan fier te kunnen uitpakken met het meest recente model X of Y, ook al werkte het vorige nog perfect. De koopkracht hangt ook samen met de wilskracht van de consument!