Kool is altijd een overlever geweest. Al zijn wetenschappers het er nog niet over eens of deze groentesoort nu uit het Middellandse Zeegebied of van over het Kanaal stamt, ze weten wel zeker dat de moeder van alle kolen in kustgebieden groeide, overgeleverd aan hardnekkige, zoute en koude windvlagen. De grote, harde schutbladeren van al haar telgen zijn nog een zichtbaar overblijfsel van dat ruige verleden en de verschillende koolsoorten stonden door de tijden heen stoer hun mannetje als voedsel in dagen dat de natuur maar weinig verse gewassen kon leveren. "Verse koolsoorten zijn zo goed als het hele jaar verkrijgbaar, omdat ze op het veld kunnen blijven staan zolang het niet kouder is dan min vijf graden", zegt groentedeskun...

Kool is altijd een overlever geweest. Al zijn wetenschappers het er nog niet over eens of deze groentesoort nu uit het Middellandse Zeegebied of van over het Kanaal stamt, ze weten wel zeker dat de moeder van alle kolen in kustgebieden groeide, overgeleverd aan hardnekkige, zoute en koude windvlagen. De grote, harde schutbladeren van al haar telgen zijn nog een zichtbaar overblijfsel van dat ruige verleden en de verschillende koolsoorten stonden door de tijden heen stoer hun mannetje als voedsel in dagen dat de natuur maar weinig verse gewassen kon leveren. "Verse koolsoorten zijn zo goed als het hele jaar verkrijgbaar, omdat ze op het veld kunnen blijven staan zolang het niet kouder is dan min vijf graden", zegt groentedeskundige ir. Jean-Luc Lamont. "Spruitjes worden zelfs pas geoogst na de eerste vorst, want die vries-temperatuur is nodig om de zwavelverbindingen erin dermate af te breken dat de spruitjes lekker worden." Bijkomend voordeel van kool is dat de groente vrij lang bewaard kan worden. Door inkuilen of opslag in kelders en schuren kunnen vooral witte- en rodekool een flinke tijd mee. Zolang ze fris ogen en stevig aanvoelen, zijn ze vers genoeg. De bekendste methode om wittekool te bewaren is er zuurkool van te maken door ze te schaven en te pekelen. Melkzuurbacteriën doen dan de rest. In de koelkast kunnen kolen heel lang bewaard worden, liefst gewikkeld in een vochtige doek en verpakt in een open plastic zak, omdat ze makkelijk uit- drogen. Wie tegenwoordig geen zin of plaats heeft om de restjes van een grote kool te bewaren, kan een beroep doen op speciaal gekweekte kleine of zelfs mini-exemplaren. Door de grote beschikbaarheid, de lange bewaartijd en de lage prijs van de meeste koolsoorten is het geen wonder dat in de loop van de geschiedenis arme mensen hun toevlucht namen tot koolsoep. Vandaar wellicht dat kool vandaag de dag geen trendy ingrediënt is. In de restaurants zijn de koolsoorten inderdaad niet zo populair als ze verdienen met al hun magnesium, calcium en ijzer. En hun vitamine A, E en C (100 g is goed voor een kwart van onze dagelijkse vitamine C- en de helft van onze vitamine A-behoefte). Bovendien suggereren een aantal studies ook dat geregeld kool eten het risico op longkanker en kankers van het spijsverteringssysteem zou verkleinen. "Nog een belangrijk voordeel is dat kool goed is voor de lijn. De vezels zorgen voor een goede darmtransit, waarbij weinig calorieën door het lichaam opgenomen worden. Daarom tref je in een soepdieet veel kool aan." Een nadeel is dat de kookluchtjes van kool en spruitjes niet door iedereen gewaardeerd worden. Maar daar bestaat een middeltje tegen. "Een stukje ui of brood meekoken scheelt al een stuk", weet ir. Lamont. "Al blijft het een feit dat de vezels en de zwavel gemakkelijk aan het gisten gaan, ook in de darmen, met alle geurtjes vandien." Wenst u dit probleem te vermijden? Dan eet u de rode- of wittekool rauw want het zijn ook gezonde en smakelijke ingrediënten voor slaatjes. Rodekool combineert lekker met fruit (appels, sinaasappels, ananas). Wittekool smaakt heerlijk in een pittabroodje met gyrosvlees en looksaus. Maar ook als u niet voor rauw kiest, hoeft u niet meteen uw toevlucht te nemen tot oerklassieke gerechten als rodekool met worst. In reepjes gesneden zijn veel koolsoorten panklaar voor de wok. Vooral Chinese kool is populair in zo'n bereidingen, maar niets staat een experiment met (kleine) spruitjes, witte-, rode- of savooikool in de weg. Dat kolen gezond, lekker en veelzijdig zijn, is nu wel afdoend bewezen. Inspiratie genoeg voor een kooldiner, om de verguisde groente definitief uit haar verdomhoekje te halen. Zelfs naar tafeldecoratie hoeft u niet te zoeken: in elke bloemenwinkel vindt u sierkooltjes. Ariane De Borger