Tussen het gerenoveerde marktplein (Grand'Place) en de middeleeuwse Burbanttoren loopt vanaf 2 december een lichtdraad door een gleuf in de bestrating. Hij vormt de letterlijke rode draad tussen het heden en het verleden en symboliseert de uitbundige kerstverlichting in Aat. Natuurlijk vind je hier een kerststal, feestelijk versierde winkels en sfeerlichtjes zoals elders in de eindejaarsperiode, maar in het Henegouwse stadje mag het wat meer zijn. Particulieren duiken hier diep in hun portemonnee voor lichtfantasieën aan de buitenkant van hun woning. En de opsomming van alle feestactiviteiten is ruim twintig pagina's dik.
...

Tussen het gerenoveerde marktplein (Grand'Place) en de middeleeuwse Burbanttoren loopt vanaf 2 december een lichtdraad door een gleuf in de bestrating. Hij vormt de letterlijke rode draad tussen het heden en het verleden en symboliseert de uitbundige kerstverlichting in Aat. Natuurlijk vind je hier een kerststal, feestelijk versierde winkels en sfeerlichtjes zoals elders in de eindejaarsperiode, maar in het Henegouwse stadje mag het wat meer zijn. Particulieren duiken hier diep in hun portemonnee voor lichtfantasieën aan de buitenkant van hun woning. En de opsomming van alle feestactiviteiten is ruim twintig pagina's dik. "Misschien is dat wel typisch voor kleine provinciesteden als de onze", zegt stedelijk feestcoördinator Walter De Kuyssche. "We vormen nog een hechte gemeenschap en het verenigingsleven zorgt voor een sterke band. De ramp in onze deelgemeente Ghislenghien vorig jaar heeft die verbondenheid nog doen groeien. Onze kerstmarkten zijn zeker niet de grootste van België maar ze worden wellicht het breedst door de bevolking gedragen. En ons feestprogramma is zeker niet alleen commercieel gericht. Dit jaar bijvoorbeeld roepen we de bevolking op om tijdens de kerstvakantie of de zomervakantie een Russisch weeskind thuis op te nemen en om geld te storten voor een Palestijns revalidatiecentrum in Betlehem."Kerstmis in Aat is aan het uitgroeien tot een tweede ducasse en dat wil wat zeggen. Ducasse is de naam van een folkloristisch volksfeest in het weekend van de vierde zondag van augustus. De toeloop is dan, alle verhoudingen in acht genomen, te vergelijken met de Gentse Feesten. De rituelen en de stoet van de ducasse gaan terug tot de Middeleeuwen en alles draait rond de reuzen. Aat noemt zich de Cité des Géants(Reuzenstad) omdat het samen met zijn deelgemeenten meer dan dertig reuzen telt, aangevoerd door de populaire Gouyasse (dialect voor Goliath). Het is zijn broek die verbrand wordt als start van het feest. Een bezoek aan het stadje kunt u dan ook het best beginnen in het Reuzenhuis tegenover de hoofdkerk (de Saint Julien). Dit nieuwe museum herbergt tevens de toeristische dienst en is ondergebracht in een 18de-eeuws herenhuis. U krijgt een audiogids mee en de elektronica zorgt voor audiovisuele effecten in elke kamer. Het spektakel vertelt de geschiedenis, de betekenis en de praktische kantjes van de reuzen in Aat en de rest van Europa. U krijgt zelfs de kans om de wereld te bekijken vanuit het standpunt van een reuzendrager. Vanaf het Reuzenhuis kunt u de autovrije Promenade de la Culture volgen. Langs het parcours herinneren houten beeldjes aan de fabels van Jean de la Fontaine. U komt dan uit op de winkelstraat Rue Aux Gades en die loopt weer uit op de Grand'Place. Als u goed kijkt, zult u merken dat tal van gevels nog delen van blauwe hardsteen bevatten. Tot in het begin van de jaren zestig kwam die uit de steengroeven van de deelgemeente Maffle. De steensoort is ook opvallend aanwezig op de brede trottoirs en de ornamenten van het gerenoveerde marktplein. Deze renovatie is een erfenis uit de tijd dat Guy Spitaels hier de burgemeesterssjerp droeg. Helaas heeft zelfs hij niet kunnen verkrijgen dat het plein autovrij werd. Er werd dan maar gekozen voor een andere oplossing: de parkeerplaatsen in het midden van het plein kwamen lager te liggen. Wie 's zomers op een terrasje zit, kan over de auto's heen de gebouwen blijven zien. Sla even de Rue de Brantignies in om twee merkwaardige gevels te bewonderen. Le Palace was ooit een populaire bioscoop-feestzaal en bezit een juweel van een art- nouveaugevel. Die is nu geklasseerd en opnieuw hersteld in al haar luister. Achter de gevel werd het pand uitgekleed en vervangen door een gloednieuwe theaterzaal. Een paar honderd meter verder staat u aan het Saint-Martinkerkje. Het interieur is eerder banaal maar de opvallende klokkentoren doet denken aan de houten kerkjes van Scandinavië. We keren terug naar de markt en steken die over. De kasseien van de Rue du Gouvernement brengen ons in een oogwenk in een andere wereld. Voor ons ligt het middeleeuwse burchtplein Burbant, waar ooit de wieg van Aat stond. Het plein wordt gedomineerd door een forse toren uit de twaalfde eeuw met muren van vier meter breed. Daarachter vormen oude huisjes een ring die het plein bijna helemaal afsluit. Ze lijken vergroeid met de middeleeuwse stadsomwalling en huisvesten nu het cultureel centrum. In de kerstperiode kunt u in het hart van de toren een audiovisuele evocatie meemaken (zie kaderstuk De aanraders dit jaar, p. 118). En als u de trappen aandurft, kunt u vanop het torendak de stad overschouwen. Aan de bomenrijen zult u zien dat ze bijna volledig omsloten wordt door het water van twee rivieren (de oostelijke en de westelijke Dender) en van het kanaal Blaton-Aat: een stuk levende industriële archeologie. Als het op lichtjes en kerstsfeer aankomt, willen de liefst achttien dorpen die deel uitmaken van Aat, niet onderdoen voor de 'stad'. Als u hier bij (val)avond rondrijdt, zal het u opvallen hoeveel voortuintjes, bomen en gevels versierd worden door slingers en lichtobjecten in alle bekende en minder bekende vormen. Van rendieren en sleeën over abstracte sculpturen tot kleine molens. Ook overdag bieden deze verlichte dorpen bezienswaardigheden die in de rest van België opvallend weinig bekend zijn. De al genoemde steengroeven van Maffle zijn vandaag een soort van natuurreservaat geworden. In de vroegere gebouwen herinnert het Steenmuseum aan de geschiedenis van de blauwe hardsteen. Probeer ook de weg naar Ostiches te vinden. De witgekalkte stenen molen in dit dorpje is één van de best gerenoveerde van België. In datzelfde dorp zal men u graag de weg wijzen naar één van de laatste fetisjbomen van ons land. Aan de oude eik die bekendstaat als de chêne Saint-Pierre wordt nog altijd geneeskracht toegekend. De stukjes kleding die aan de boom vastgespijkerd zijn, getuigen van dit merkwaardige overblijfsel van heidense riten. In Irchonwelz gaan ze iets anders met het verleden om. Daar stond vijf jaar geleden een geklasseerde middeleeuwse kasteelhoeve zomaar te koop. Waarom niet, dachten Pierre en Vinciane Delcoigne. Zij kochten het pand en meteen kon Pierre zijn kennis als brouwingenieur toepassen. Het echtpaar installeerde binnen de omwalling een nieuwe brouwerij en doopte die tot Brasserie des Géants. "Vreemd genoeg had Aat geen streekbier meer en dat gemis hebben we nu opgevuld", horen we van deze jonge durvers. Ze brouwen nu vijf bieren van hoge gisting met nagisting op de fles. De bekendste zijn de Gouyasse (blond, 6 %) en de Ducassis (een fruitbier op basis van cassisbessen van 5,7 %). Maar in de kerstperiode wordt de Gouyasse Tripel (blond 9 %) zonder meer het populairste gerstenat. Sinds 30 juli van vorig jaar is Ghislenghien (Gellingen) het bekendste dorp van het Pays d'Ath. Als u de afrit 29 op de E429 neemt en vervolgens de N57 richting Aat volgt, ziet u meteen op uw rechterkant het sobere monument dat herinnert aan de 24 doden van de gasramp. Het ligt in de schaduw van het complex van Diamant Board dat nog steeds in heropbouw is. De brandweer van Aat, die de zwaarste tol betaalde, had tot twee jaar geleden de gewoonte in haar kazerne een kleine kerstmarkt te organiseren. Wegens de ramp kon die vorig jaar niet plaatsvinden, maar nu nemen de spuitgasten hun plaats in de kerstvieringen weer in. Geen enkele Atenaar zal dit jaar willen ontbreken op de kerstmarkt van zijn brandweer. Of hoe een klein stadje de wereld een lesje geeft in gemeenschapsgevoel. n A Ludo Hugaerts - Foto's Eddy Vangroenderbeek