Hoog in de Alpen, vlakbij de grens met Frankrijk en Zwitserland ligt Valle d'Aosta, de kleinste autonome regio van Italië. Als we vanuit Frankrijk de Mont Blanctunnel uitrijden, is Courmayeur het eerste Italiaanse dorp dat ons verwelkomt. Vele plaatsen in de vallei dragen Franse namen en het wordt al snel duidelijk dat iedereen hier Frans en Italiaans door elkaar gebruikt. Ooit heeft het fascistische regime getracht de naam Courmayeur te veritaliaansen tot Cormaiore om de bevolking te verplichten uitsluitend Italiaans te spreken maar dat plan mislukte grandioos.
...

Hoog in de Alpen, vlakbij de grens met Frankrijk en Zwitserland ligt Valle d'Aosta, de kleinste autonome regio van Italië. Als we vanuit Frankrijk de Mont Blanctunnel uitrijden, is Courmayeur het eerste Italiaanse dorp dat ons verwelkomt. Vele plaatsen in de vallei dragen Franse namen en het wordt al snel duidelijk dat iedereen hier Frans en Italiaans door elkaar gebruikt. Ooit heeft het fascistische regime getracht de naam Courmayeur te veritaliaansen tot Cormaiore om de bevolking te verplichten uitsluitend Italiaans te spreken maar dat plan mislukte grandioos. Langs alle kanten wordt de vallei omringd door hoge Alpentoppen met skiplaatsen zoals La Thuile, dat deel uitmaakt van het skigebied San Bernardo, waar we met één skipas zowel de Italiaanse als de Franse kant van de Alpen kunnen ontdekken. Dat doen we in het gezelschap van gids Pino, die het stadsleven in Genua de rug heeft toegekeerd om hier volop van de berglucht te genieten. Hij vertelt ons zijn verhaal in Lo Riondet, een pittoresk restaurantje langs de skipiste, terwijl we ons te goed doen aan mocettaspek, polenta en tomakaas. 's Avonds moeten we zelfs de sneeuwscooter nemen om het bijna volledig in hout opgetrokken viersterrenrestaurant en hotel La Maison de Neige te bereiken. Overal in Valle d'Aosta prijken kastelen op de bergtoppen: uit de vroege middeleeuwen zoals het kasteel van de Heren van Quart, het prachtige Fénis, Issogne en Verrés maar ook uit de 16de eeuw en later. Deze burchten fungeerden als schakels van een ingenieus signaalsysteem dat, door middel van vlaggen en vuur, boodschappen in enkele uren tijd van ene stad naar de andere overbracht. In de schaduw van het kasteel van Amayville bezoeken we la Cave des Onze Communes, een wijncoöperatie waar druiven uit elf gemeenten worden samengebracht. Een van de associés, Mario Guelfi, geeft tekst en uitleg: "Al eeuwen worden hier, in de hoogste wijngaarden van Europa, bergwijnen gemaakt. Die zijn al drinkbaar na één of twee jaar. Dertig procent van wat wij maken is tafelwijn, de rest is origine controlée. Het afval gaat de pers in om grappa van te maken, het beste medicijn tegen de winterkou!" Vlakbij ligt het kasteel van Sarre, dat later werd omgevormd tot het jachtkasteel van koning Vittorio Emmanuele II. Het was diens Zoon Umberto I - een jachtliefhebber die getrouwd was met de Belgische prinses Marie-José, de dochter van koning Albert I en dus de zus van Leopold III- die de vertrekken van het paleis liet decoreren met duizenden hoorns van steenbokken, herten en ander wild. Het lijkt zowaar het decor voor een griezelfilm! In een zaaltje over de geschiedenis van het kasteel zijn prachtige foto's te zien van koning Albert en zijn dochter terwijl ze bergwandelingen maken in de streek. Een Romeinse triomfboog verwelkomt ons als we de oude hoofdstad Aosta bezoeken. De stad werd in 25 v.C. gesticht door keizer Augustus als een belangrijke post langs de handelsroutes. In het centrum liggen de indrukwekkende ruïnes van een Romeins theater en ook de romaanse kathedraal uit de 11de eeuw is een bezoek waard. Maar Aosta is vooral een gezellig en on-Italiaans aanvoelend stadje met leuke restaurants die de stevige lokale kost serveren, en winkeltjes vol artisanaal vervaardigd houtwerk. Wie echt wil relaxen, kan terecht in het kuuroord van Pré-Saint-Didier, op een plek waar ten tijde van de Romeinen al warmwaterbronnen waren. Uniek hier is het prachtige zicht op de sneeuwwitte Mont Blanc terwijl u volop geniet van het buitenbad. nFilip Godelaine