We trekken er voor onze fietstocht op uit in de zuidoostelijke hoek van de provincie Antwerpen, tussen de E34 en het Albertkanaal. We hebben de gemeente Dessel als vertrekplaats uitgekozen. Hier is Codagex gevestigd, dat naast andere merken ook de bekende Italiaanse Colnago-fietsen in de Benelux verdeelt. Een strategisch gekozen plaats, want de wielersport leeft in deze streek, getuige het aantal grote kampioenen uit de Kempen. Denk maar aan Tom Boonen vandaag, aan Hedwig Van Hooijdonk in het vrij recente verleden en aan Rik Van Looy in onze jeugd. In de showroom van Colnago vergapen we ons aan de vederlichte kaders in carbon en de ongelooflijk dunne tubes. Voor wielerprofs is elk grammetje aan een fiets er één te veel, dat is duidelijk. Zelf opteren we voor een robuuster model dat wat meer comfort biedt, want het is niet de bedoeling er het tempo van een wereldkampioenschap op na te houden.
...

We trekken er voor onze fietstocht op uit in de zuidoostelijke hoek van de provincie Antwerpen, tussen de E34 en het Albertkanaal. We hebben de gemeente Dessel als vertrekplaats uitgekozen. Hier is Codagex gevestigd, dat naast andere merken ook de bekende Italiaanse Colnago-fietsen in de Benelux verdeelt. Een strategisch gekozen plaats, want de wielersport leeft in deze streek, getuige het aantal grote kampioenen uit de Kempen. Denk maar aan Tom Boonen vandaag, aan Hedwig Van Hooijdonk in het vrij recente verleden en aan Rik Van Looy in onze jeugd. In de showroom van Colnago vergapen we ons aan de vederlichte kaders in carbon en de ongelooflijk dunne tubes. Voor wielerprofs is elk grammetje aan een fiets er één te veel, dat is duidelijk. Zelf opteren we voor een robuuster model dat wat meer comfort biedt, want het is niet de bedoeling er het tempo van een wereldkampioenschap op na te houden. Het is altijd leuk een doel voor ogen te hebben, zeker als dat een abdij is die een lekker biertje brouwt. Daarom hebben we een pitsstop aan de abdij van Postel gepland. De weg ernaartoe glijdt rimpelloos langs het Kempisch kanaal. Een stevig briesje vergezelt ons, maar we hebben er niet veel last van. De hoge bomenrij langs de weg zet ons uit de wind. We passeren de pittoreske pannenkoekenboot, maar vinden helaas geen excuus om nu al de benen te strekken. Een eindje verder ligt nog zo'n prachtig exemplaar, ditmaal een restaurantboot maar ook nu is het nog te vroeg om een pauze in te lassen. Aan sluis vijf lijken we een film uit de jaren vijftig binnen te rijden: het gezellige ouderwetse cafeetje langs de kant van de weg heeft de tijd zien voorbijsnellen, maar is niet onder de indruk. De weg blijft rechtdoor gaan, met enkel het geruis van de wind in de bomen als achtergrond. Aan sluis vier fietsen we voorbij een unicum in Europa, een kruispunt van kanalen! Het kanaal Dessel-Kwaadmechelen verbindt het Albertkanaal met het Kempisch Kanaal. Het werd tussen 1854 en 1858 met vrij eenvoudige middelen gegraven en verschafte werk aan de bewoners van de streek. Net wanneer we de andere oever willen opzoeken, gaat de ophaalbrug traagjes de lucht in. Een plezierboot gevuld met toeristen kruipt langzaam voorbij. Op het dek schalt de stem van Elvis door de stille Kempen: Are you longsome tonight?Een mooi pad tussen de bossen leidt ons naar onze middagstopplaats, gasthof De Beiaard aan de abdij van Postel. Het zonovergoten terras is een ideale rustplaats om van een Postelbiertje te genieten, bij de typische Kempenkost die ons geserveerd wordt: frikandellen met kriekjes en rijstepap met bruine suiker. Het mooie kerkje van deze Norbertij-nerabdij dateert al van de 12de eeuw. Sinds 1611 huisvestte ze ook een brouwerij, maar die heeft het maar tot de Franse Revolutie uitgehouden. In 1960 werd het Postelbier vanonder het stof gehaald door de brouwerij Campina en later door brouwerij De Smedt. In de abdijwinkel zijn nog vele ander streekproducten te koop zoals abdijkaas en ûbrood, speculaas en medicinale kruiden. De streek rond Mol is in de zomer een populaire vakantiebestemming. Zo rijden we langs het Campina- en het familiestrand van het Zilvermeer, plaatsen waar het goed vertoeven is temidden van de vijvers en bossen. Even gaat het door de villawijken van Retie waar vooral rijke Nederlanders hun stenen paradijzen hebben neergepoot, maar al snel fietsen we opnieuw in een vredig decor van velden en weilanden. Goede remmen komen hier altijd van pas, vooral wanneer plots 30 koeien de weg oversteken om een malse weide op te zoeken. We verlaten Retie en rijden richting Kasterlee langs het provinciedomein Prinsenpark, een gebied van 194 ha met bossen, vijvers, veel watervogels en wandelroutes. Omwille van zijn groot aantal natuurgebieden wordt het toeristische Kasterlee ook wel 'de parel van de Kempen' genoemd. Bobbejaan Schoepen had dat ook al gezien toen hij hier in 1961, in de deelgemeente Lichtaart zijn pretpark neerpootte. We steken de kleine Nete over en passeren de geklasseerde Keeses-molen, die rond 1650 in Antwerpen-Dam werd opgericht maar sedert 1922 in Kasterlee staat. Het Frans Masereel Centrum ligt op ongeveer 1 kilometer van de molen. Wie er even wil binnenspringen volgt de bewegwijzering vanaf de molen. In dit centrum voor grafische kunsten vindt u de collectie Frans Mazereel en tijdelijke tentoonstellingen (gratis, ma-vrij 9-12 + 13-16 uur). Nog vijf kilometer op de trappers duwen langs slingerende veldwegen en we bereiken de Priorij van Corsendonck. Onze dagteller klokt af op 45 kilometer. Deze oude priorij is omgebouwd tot een statig congressencentrum. Maria van Gelre, dochter van hertog Jan de Derde van Brabant schonk dit landgoed in 1393 aan de kanunniken van Sint-Augustinus, die zich voornamelijk bezighielden met gebed, meditatie en het kalligrafisch kopiëren van teksten. Tijdens de Oostenrijkse periode werd het klooster door Jozef II gesloten en sinds de Franse revolutie werd die sluiting definitief. Op het einde van de 19de eeuw deed de priorij dienst als kasteelwoning tot ze met hulp van de Vlaamse overheid in de jaren zeventig werd gerestaureerd. Sinds 1975 is hier een conferentiecentrum ondergebracht. De noordvleugel van het voormalige klooster is bewaard gebleven, plus de kelder met zijn prachtige gewelven. In een gedeelte van de priorij is het kwaliteitsrestaurant 'Het Vrouwenhuys' gevestigd, met indrukwekkende wandtapijten, een imposante open haard en een bronzen luchter. Dit gebouw dat vlak na de godsdienstoorlogen werd opgetrokken, was tijdens de kloostertijd het toegangsgebouw tot de priorij en diende als woonst voor de vrouwen, die uiteraard geen toegang hadden tot het eigenlijke mannenklooster. Het is een wereld die wij ons vandaag de dag moelijk kunnen voorstellen. Wat een ascetisch bestaan moet dat abdijleven toch geweest zijn, bedenken we terwijl we ons glas donker Corsendonckbier langzaam naar onze lippen brengen. nFilip Godelaine