In mei 1996 merkte ik voor het eerst dat het fout liep met Frans", zegt Cecile De Leersnyder. "Hij sloeg wartaal uit. Aan wat hij zei viel kop noch staart te krijgen. Ik werd overspoeld door uiteenlopende gevoelens: twijfel, angst, hoop, ontkenning. En ik schaamde me omdat ik zelfs maar durfde te denken dat Frans dement aan het worden was."
...

In mei 1996 merkte ik voor het eerst dat het fout liep met Frans", zegt Cecile De Leersnyder. "Hij sloeg wartaal uit. Aan wat hij zei viel kop noch staart te krijgen. Ik werd overspoeld door uiteenlopende gevoelens: twijfel, angst, hoop, ontkenning. En ik schaamde me omdat ik zelfs maar durfde te denken dat Frans dement aan het worden was.""Dement? Ach, zo'n vaart zal het wel niet lopen, suste de huisarts me. Wat Frans dan precies verkeerd zei? Ik kon het niet herhalen want het klonk allemaal zo onlogisch. Op advies van de dokter noteerde ik alle vreemde uitspraken van mijn man." Deze lijst groeide almaar aan, net als de vrees van Cecile. Bij wartaal bleef het echter niet, Frans begon zich af en toe vreemd te gedragen. "Tijdens onze reis naar de Moezel in 1999 was hij opvallend afwezig, nooit echt blij. Op de terugweg bestelde hij lasagne en kreeg er brood en boter bij. Hij nam zijn mes en smeerde de boter niet op zijn broodje, wel op de rand van het bord lasagne. Het ging dus duidelijk mis."Ook Frans' besef van tijd durfde wel eens te haperen. In het voorjaar 2000 begon hij zich bovendien te verwaarlozen. Hij waste of scheerde zich niet meer spontaan. En op een dag zag hij allemaal rupsen in huis, rupsen met grote vleugels aan de voordeur. "Ook al kon de exacte diagnose niet worden gesteld, voor mij bestond er geen twijfel meer: dit was dementie of Alzheimer. Maar hoe moest het nu verder? Met Frans kon ik er niet over praten. Ik kon hem toch moeilijk vertellen dat hij dement werd."Frans doolde vaak doelloos door het huis. Telkens hij Cecile kruiste, stopte hij en drukte hij haar teder tegen zich aan. " Mijn allerliefste moeke, zei hij dan. Later heb ik begrepen dat hij onbewust afscheid van me nam. Mijn lieve man die zo ontzettend van me hield en die zo'n belangrijke plaats innam in mijn hart. Samen hebben we veel meegemaakt. Carine, één van onze vier dochters, is op 18-jarige leeftijd omgekomen bij een auto-ongeluk. We hebben dat samen verwerkt. We waren mekaars ziel geworden, zo één. Het besef dat ik mijn man aan het verliezen was, werd dan ook ondraaglijk. Hij die altijd mijn steun en toeverlaat was geweest, kon me niet meer helpen. Ik stond er alleen voor." Korte tijd later werd Frans opgenomen in het ziekenhuis. Hij vermagerde sterk en ging mentaal snel achteruit. De dokter sprak van progressieve dementie. "Ik weende en Frans zei plots, heel helder: Moeke, we moeten hier samen doorheen. Ik stond versteld, had even het gevoel dat ik hem terughad. Hij noemde me de mooiste, de beste, de liefste en wonderbaarlijkste van de hele wereld. Ik kreeg een warm gevoel. Zelfs al zou hij in de toekomst nooit meer iets zinnigs zeggen, dan zou dit voor altijd een mooie herinnering blijven." Toen Frans in het ziekenhuis verbleef, besloot Cecile een aantal sessies te volgen bij Foton, een organisatie die mensen die geconfronteerd worden met dementie begeleidt. "Ik voelde me niet langer alleen met mijn verdriet. Veel steun kreeg ik overigens ook van mijn kinderen en van twee koppels uit de buurt."In september 2000 bracht Cecile haar man opnieuw naar huis. "In augustus was hij thuis op bezoek geweest, voor een barbecue. Toen hij daarna terug in zijn ziekenhuiskamer kwam, zei hij: Moeke, ik denk dat we beter naar huis zouden gaan." Cecile haar hart stond stil. Zij zou alles doen om Frans opnieuw thuis te kunnen verzorgen. Ze haalde bij de thuiszorgwinkel een ziekenhuisbed, regelde thuisverpleging en gezinshulp. "In mijn euforie vergat ik bijna hoe ziek hij was. Frans is slechts enkele dagen thuis geweest. Hij kreeg koorts en moest opnieuw opgenomen worden. Al gauw werd hij overgeplaatst naar de afdeling Geriatrie. Praten met hem werd haast onmogelijk. Veelal zei hij alleen maar ja. Elke avond bij het verlaten van het ziekenhuis drong het verlies sterker tot me door. Ik was hem kwijt, ook al was hij er nog." Op de afdeling Geriatrie kon Frans niet meer blijven. In oktober 2000 drong de opname in een rust- en verzorgingstehuis (RVT) zich op. "En ik had het gevoel dat ik hem opnieuw verloor", zegt Cecile. In november verslechterde Frans' toestand. Dat de situatie onomkeerbaar was, werd almaar duidelijker. "Hij zei nog nauwelijks iets, was ongedurig en soms agressief tegenover het personeel. Soms was het een vreselijke rotzooi in zijn kamer. In een speelgoedwinkel had ik een houten gereedschapskistje voor hem gekocht. Vroeger was hij zo handig, nu lag al het gereedschap rondgestrooid in zijn kamer. Op oudejaarsavond gebeurde wat ik al zo lang vreesde: toen Frans in bed werd gelegd, vroeg hij de verpleegkundigen of ik soms familie van hem was. Hij herkende me niet meer."Dinsdag 30 januari 2001 overleed Frans en enkele weken later voelde Cecile zijn overlijden aan als een verlossing. Hij was verlost uit zijn lijden en toch nog nabij. "Ik voel mijn man bij mij. Zijn lichaam is weg, maar zijn zijn is heel dicht bij me", schreef zij in haar dagboek. Vandaag, drie jaar later, spreekt Cecile nog vaak in gedachten met Frans en hij antwoordt. Dat geeft haar sterkte. "Wat ik zo wonderbaarlijk vind, is dat ik hem altijd zie zoals hij was voor hij ziek werd."Cecile heeft veel geleerd in die moeilijke jaren. "Het is zo belangrijk mee te gaan in de wereld van de Alzheimerpatiënt, te kijken door zijn ogen. Ook al is dat verschrikkelijk moeilijk. Je moet aanvaarden dat je alles gedaan hebt wat je maar kon en mag je vooral niet schuldig voelen. En je moet je beperkingen en onmacht durven toegeven, dan pas kan je weer opgelucht ademhalen en je bevrijd voelen." nLiliane Stakenborghs - foto: Benny De Grove