Wanneer de Nijl Egypte binnenstroomt heeft hij al duizenden kilometers afgelegd. De blauwe Nijl vertrekt immers vanuit het Tanameer in Ethiopië, de witte Nijl zelfs vanuit het Victoriameer in Centraal-Afrika. In Khartoem, de hoofdstad van Soedan, ontmoeten ze elkaar om hun weg naar de Middellandse Zee samen verder te zetten. De cruise van Luxor tot Assoean legt dus maar een minuscuul deeltje van deze onmetelijke stroom bloot, maar wel een uiterst fascinerend deel.
...

Wanneer de Nijl Egypte binnenstroomt heeft hij al duizenden kilometers afgelegd. De blauwe Nijl vertrekt immers vanuit het Tanameer in Ethiopië, de witte Nijl zelfs vanuit het Victoriameer in Centraal-Afrika. In Khartoem, de hoofdstad van Soedan, ontmoeten ze elkaar om hun weg naar de Middellandse Zee samen verder te zetten. De cruise van Luxor tot Assoean legt dus maar een minuscuul deeltje van deze onmetelijke stroom bloot, maar wel een uiterst fascinerend deel. We vertrekken in Luxor, waar in de tijd van de farao's het oude Thebe was gevestigd. De moderne stad draait volledig rond het toerisme, dat merken we meteen op de Corniche, de lange promenade langs de Nijl. Aan de waterkant proberen enkele jongens ons tot een tochtje in een feloek (een typische Nijlboot) te verleiden, wat we beleefd afwimpelen. De hoofdstraat van het moderne Luxor is een aaneenschakeling van winkels en luxehotels. Het beroemde Winter Palacehotel, dat alle groten der aarde over de vloer heeft gekregen, pronkt met zijn prachtige gevel. We kunnen het niet nalaten even de lobby binnen te stappen en een kijkje te nemen in de schitterende tuin. Een eindje verder leiden smalle straatjes naar de soeks. Zowat overal staan koetsen te wachten, getrokken door graatmagere paarden. De winkeliers prijzen hun waren aan, maar ze zijn nooit agressief. Met wat vriendelijk-heid en geduld zijn er zelfs interessante koopjes te doen. Het museum van Luxor, wat verder op de Corniche, is een verplichte halte. Daar staan namelijk een aantal kostbare stukken uitgestald die op de archeologische sites van Luxor en Karnak werden gevonden: beelden en bustes van farao's, mummies en muurschilderingen. Het is een mooi voorsmaakje voor ons hoofdgerecht: de majestueuze tempel van Luxor, die een eerste indruk geeft van de grootsheid van de faraocultuur. Aangevoerd door gidsen, vertrekken tientallen groepen toeristen hier op verkenning door tweeduizend jaar geschiedenis. Om de grootste drukte te ontwijken, is het geen slecht idee zo vroeg mogelijk in de ochtend te vertrekken. De tempel van Luxor, gebouwd onder Amenofis III en Ramses II, werd slechts éénmaal per jaar gebruikt: op de dag dat de goddelijke afstamming van de farao werd gevierd. Voor het gewone volk was dit feest ter ere van de god Amon één van de schaarse gelegenheden om de goden te vereren. Voor de hoofdingang prijken drie stenen kolossen die de farao voorstellen. Vroeger werden de tempels van Luxor en het noordelijker gelegen Karnak met elkaar verbonden door een brede laan, twee en een halve kilometer lang en geflankeerd door honderden sfinxen met mensenhoofden. Zelfs na een eeuw opgravingen liggen de meeste van die beelden nog altijd netjes verborgen onder het zand. De afmetingen van de tempel vanKarnak maken zo mogelijk nog meer indruk dan deze van Luxor, en ook de goede staat waarin de tempel verkeert is opzienbarend. Bovendien is het decor uniek. Op de andere oever van de Nijl wacht immers de mysterieuze Vallei van de Koningen, met tempels en graven die de heersers van het nieuwe rijk prefereerden boven de monumentale piramides van de vorige farao's. In het vroege ochtendlicht wachten de met tulbanden getooide bewakers van de tempel van Hatchepsoet op bezoekers. De dimensie van dit bouwwerk met drie niveaus is ronduit overweldigend. De top van de graftempel steekt schril af tegen de okergele berg en de blauwe lucht. Wie vroeg genoeg ver-trekt, kan te voet langs een smal pad de berg beklimmen en de Vallei van de Koningen bereiken, waar meer dan zestig graven wachten. Slechts tien ervan kunnen bezocht worden, tenminste als er geen archeologen aan het werk zijn. Hier is het dat Howard Carter in 1922 het ongeschonden graf en de schatten van de gebalsemde Toetanchamon ontdekte. De farao, te jong gestorven om zijn stempel te drukken op zijn tijd, had de appetijt van de grafrovers blijkbaar nog niet opgewekt. Ons cruiseschip verlaat langzaam zijn ligplaats en begint aan de tocht zuidwaarts op de Nijl, richting Assoean. Het wordt een ontspannen dag. Vanop onze ligstoelen kunnen we het leven op de oever makkelijk in de gaten houden. Twee keer stoppen we: eerst in Edfou voor de tempel van Horus, de pauwen-god, en op het einde van de dag bij de tempel van Kôm Ombo. In de verte stoeien lachende kinderen. De boeren, druk bezig op hun veld, hebben geen oog voor het verkeer van de cruise-schepen. Zij hebben het te druk. En ook de vissers die hun netten binnenhalen, hebben andere zorgen om het hoofd. Het landschap wisselt: nu eens een dorre woestijn, dan weer een groene oase. De stroom lijkt eindeloos vreedzaam, maar in de oudheid was hij een bron van veel gevaren: door de zeven watervallen, maar ook door de krokodillen en de slangen. Sinds een halve eeuw is het landschap van het Egyptische deel van de Nijl ingrijpend gewijzigd. De eerste stuwdam van Assoean werd in het begin van de 20ste eeuw stroom-opwaarts van de eerste watervallen gebouwd. Tijdens de werken startte Unesco een immense internationale actie om de belangrijkste monumenten van het water te redden: het heilige eiland Philae en de tempels van Aboe Simbel werden uiteindelijk, dankzij een bijna faraonische inspanning, voor de ondergang behoed. Helaas is er vandaag een heel nieuwe dreiging: elke dag varen zowat 350 boten tjokvol toeristen heen en weer tussen Luxor en Assoean. Volgens sommige archeologen en milieugroeperingen die het goed menen met het historische erfgoed, is het verzadigingspunt écht wel bereikt. Voorbij de sluizen meren we aan bij de Corniche van Assoean. Het belooft een prachtige dag te worden met een stralende hemel, ideaal om de pols van deze bruisende stad te voelen. Nieuwsgierig wandelen we langs de promenade vol cruiseschepen en feloeken. Niet ver van het Nubische museum en de Koptische kerk komen gezinnen picknicken in het park. Kinderen spreken ons lachend aan terwijl hun mama's ons uitnodigen om er bij te komen zitten. Theeglaasjes worden uit een mand getoverd en we delen met plezier hun eenvoudige maaltijd. In Assoean vinden we ook de Old Cataract, het hotel met zijn Moors decor en zijn indrukwekkende tuinen op terrassen boven de Nijl. Dit is duidelijk een overblijfsel van het Britse imperium. Het hotel heeft heel wat beroemdheden onderdak gegeven, onder wie onze nationale held, Hercule Poirot. Agatha Christie liet hem hier kennismaken met de protagonisten van het boek Dood op de Nijl, vooraleer ze aan boord gingen voor hun fatale cruise. Wij houden het liever iets rustiger. We nemen een gezellige feloek naar het Olifanteneiland, waar de botani-sche tuin van Assoean bloeit. Veel gezinnen komen hier op daguitstap. Aan de overkant van de Nijl steken palmen en papyrusplanten af tegen de hoge duinen. En hoog op de oever maakt het mausoleum van de Aga Khan indruk. De apotheose van onze cruise wordt het bezoek aan de rotstempels van Aboe Simbel. Om vier uur 's ochtends vertrekken we voor een rit van zes uur met de autobus door de woestijn. Als toerist kun je de tempels alleen in konvooi bereiken, geëscorteerd door militairen. Maar de beloning is in alle opzichten de moeite: het zicht op de twee koninklijke beelden, kolossen van 20 meter hoog, is onvergetelijk. We kunnen nauwelijks vatten dat deze immense tempels in stukken werden verdeeld en honderd meter hogerop weer opgebouwd om ze tegen overstromingen te beschermen. Wanneer de zon opkomt, lijken de stenen kolossen uit de berg te treden. Een onvergetelijk spektakel waarnaar we met groeiende verbazing staan te kijken. De farao's zelf blijven er onverstoorbaar bij. Duizenden jaren na de ondergang van hun immense rijk, zijn zij wel meer gewend dan een streepje zon op een hoop stenen en wat zand... n Tekst en foto's: Guy Van de Berg