Dat mijn grootmoeder met haar zusje en ouders tijdens WOI in Holland hadden gewoond, had ze me wel eens verteld. Ze liet me tal van tastbare herinneringen aan die periode na: foto's, kaartjes, knopen, een identiteitskaart,... Maar niets over waarom en hoe ze daar leefden. Gelukkig konden we via het militaire dossier van mijn overgrootvader hun oorlogsverhaal aanvullen.
...

Dat mijn grootmoeder met haar zusje en ouders tijdens WOI in Holland hadden gewoond, had ze me wel eens verteld. Ze liet me tal van tastbare herinneringen aan die periode na: foto's, kaartjes, knopen, een identiteitskaart,... Maar niets over waarom en hoe ze daar leefden. Gelukkig konden we via het militaire dossier van mijn overgrootvader hun oorlogsverhaal aanvullen. Als Théophile (33) op 1 augustus 1914 wordt gemobiliseerd, laat hij zijn vrouw Lowis en twee kinderen, Céline (6 jaar toen) en Blondine (4), zijn baan als meestergast in de Willebroekse cokesfabriek, de lap grond die ze bewerken en de dieren die ze houden achter. Net als alle soldaten van de oudere lichtingen, wordt hij ingedeeld bij een vestingsregiment: het 2ième régiment de Ligne de forteresse in Dendermonde, van waar hij al vrij snel richting vesting Antwerpen wordt doorgestuurd. Daar raakt hij op 10 oktober, bij de val van Antwerpen, met een groot deel van de Belgische troepen, klem tussen de oprukkende Duitsers en de grens met Nederland, dat neutraal wil blijven. Uit angst door de Duitsers krijgsgevangen te worden gemaakt, steekt hij diezelfde dag - met een stroom burgervluchtelingen - vanuit De Klinge de grens naar het Nederlandse Clinge over. 'In groep geïnterneerd' vermeldt zijn militair dossier: 33.417 Belgische militairen worden door het Nederlandse leger meteen ontwapend en in interneringskampen ondergebracht. Zo ook Théophile, die op 12 oktober in Harderwijk in een tentenkamp met prikkeldraad errond terechtkomt en ingedeeld wordt bij barak nr. 12. In die periode snijdt hij voor zijn oudste dochter een pen uit been, met krullen en tierlantijntjes. Hij krijgt foto's van familie. Kaartjes en brieven gaan over en weer, eerst gesmokkeld via Baarle-Hertog. De oorlog houdt aan en de Nederlanders bouwen vrouwenkampen, zodat de gezinnen van de Belgische soldaten zich bij hun man en vader kunnen voegen. Lowis trekt met Céline en Blondine richting Harderwijk en worden ondergebracht in Leopoldsdorp. De meisjes lopen er school en krijgen er ook te eten, zo getuigen de foto's met het opschrift 'Belgische School 1915-1916'. Mijn grootmoeder houdt aan haar Hollandse tijd een paar vriendinnen over. Uit kaartjes blijkt dat nogal wat geïnterneerde Belgen werk vinden op een scheepswerf in Alblasserdam, waar ze 's zondags met hun lief aan het strand gaan liggen. Pas in januari 1919 komt een einde aan de internering en keert Théophile met zijn gezin terug naar Willebroek, naar hun leven van voor de oorlog. Het volledige verhaal leest u op www.plusmagazine.be/WOI