De hoge toren wankelt, aarzelt tussen vallen en rechtblijven, en komt dan langzaam opnieuw in beweging. Zwaaiend en zwalpend nadert hij een open plek aan de rand van het dorp. Het bouwsel, gedragen door overenthousiaste jongemannen, helt vervaarlijk over maar komt elke keer, met veel geroep en geschreeuw opnieuw overeind. Ik kijk verbijsterd toe, verloren als ik me voel in dit piepkleine gehucht in het centrum van het eiland Bali, het geografische middelpunt van Indonesië. De opgezweepte menigte staat op het punt een prins van koninklijken bloede te cremeren, een belang-rijk personage in de strenge kastenhiërarchie die over het hindoeïstische eiland heerst. Duizenden Balinezen zijn komen opdagen om het cruciale ogenblik bij te wonen. Het komt eropaan de geest van de prins - wiens lichaam in het broze bamboebouwsel ligt - af te leiden. Hij mag vooral zijn huis niet terugvinden, want dan zal hij zijn familie en zijn onderdanen blijven kwellen!
...