Het is rond drieën, op 27 mei 1653, als in de omgeving van de Sint-Brixiuskerk in Doornik, in de kelder van de pastorie die wordt verbouwd, een houweel in de grond weerklinkt. De arbeider die het werktuig bedient, de doofstomme Adrien Quinquin, is er zich in de verste verte niet van bewust dat hij op het punt staat één van de grootste Merovingische schatten bloot te leggen, waar 350 jaar later nog altijd over gepraat wordt.
...

Het is rond drieën, op 27 mei 1653, als in de omgeving van de Sint-Brixiuskerk in Doornik, in de kelder van de pastorie die wordt verbouwd, een houweel in de grond weerklinkt. De arbeider die het werktuig bedient, de doofstomme Adrien Quinquin, is er zich in de verste verte niet van bewust dat hij op het punt staat één van de grootste Merovingische schatten bloot te leggen, waar 350 jaar later nog altijd over gepraat wordt.Plots trekt een metalen glinstering op de grond de aandacht van de werkman: het is een gescheurde lederen beurs met goudstukken. Quinquin mag dan al doofstom zijn, dit nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje. Er is een schat gevonden! Algauw komt er een ware plundering op gang: gouden armbanden, juwelen bezet met edelstenen (granaten) komen aan de oppervlakte en verdwijnen meteen in iemands zakken."Sommigen hebben zich waarschijnlijk goed bediend en men kan niet zeggen dat de opgravingen erg methodisch verliepen", betreurt Dimitri Kajdanski, directeur van de Doornikse toeristische dienst. "Alleen de waardevolle voorwerpen werden bewaard, de archeologische lagen werden vernield waardoor veel informatie onherroepelijk verloren ging."Eén ring in het bijzonder trekt de aandacht. Daarop staat vermeld CHILDIRICI REGIS (van Koning Childerik). Al snel komt men tot de conclusie dat het om de begraafplaats van een koning uit de vijfde eeuw gaat. Een priester slaagt erin een einde te maken aan de plundering en het grootste deel van de objecten te recupereren. Maar het geraamte van de oude koning gaat voorgoed verloren.Childerik, die rond 481 stierf, was geen onbelangrijk stamhoofd (zie hieronder): hij was de koning van de Salische Franken en de vader van Clovis. Hij wordt vaak omschreven als de eerste monarch van Frankrijk. Dit onderwerp boeit de 17de eeuwse intellectuelen dan ook uitermate. Nauwelijks twee jaar na de ontdekking, publiceert Jean-Jacques Chifflet, een Franse antiquair, een inventaris van de voorwerpen. De schat is indrukwekkend, van grote waarde en kent een enorme weerklank! Al snel vordert de gouverneur van de Spaanse Nederlanden de schat op en vertrouwt hem toe aan de Habs-burgers in Wenen. Tot de schat in 1665 als diplomatieke schenking aan Lodewijk XIV wordt toevertrouwd. Want is de zonnekoning niet een beetje de opvolger van Clovis?De schat wordt ondergebracht in de Franse Koninklijke Bibliotheek waar hij in 1832 wordt ontvreemd. "Men weet dat de twee daders de buit hebben verdeeld", vertelt Dimitri Kajdanski. "De eerste blijft kalm en laat zijn deel smelten om het goud te verkopen. De tweede panikeert en kiepert een deel van de schat in de Seine. Deze actie zorgt ervoor dat bepaalde juwelen worden teruggevonden en vandaag te bewonderen zijn in Parijs!"Eén vraag blijft overeind: hoe is het graf van Childerik zo in de vergetelheid kunnen raken? Het lag op een kerkhof nabij de oude Romeinse stad en bevond zich onder een imposante tumulus. "Men denkt dat na de dood van Childerik rond het graf een cultus is ontstaan", legt de directeur van de toeristische dienst uit. "Later, toen de stad groeide, is het kerkhof binnen de stadsgrenzen komen te liggen. Het is niet onmogelijk dat de christenen de cultus hebben gerecupereerd, terwijl Childerik in de vergetelheid belandde." Het was courant dat in de nabijheid van een belangrijk oud graf een kerk werd opgericht om te profiteren van de bestaande verering. De Sint-Brixiuskerk bevindt zich op slechts enkele stappen van het graf!In de jaren '80 brengen opgravingen in de nabijheid van het graf talrijke paardenskeletten aan het licht. "De dieren werden geofferd om de soeverein te begeleiden naar het hiernamaals. Childerik werd begraven als krijgsman, met al zijn uitrusting en zijn paarden om te kunnen strijden in het rijk van de doden. Het is trouwens niet onmogelijk dat verschillende van zijn luitenants na hun dood dicht bij hem begraven zijn, om hem te vergezellen." Men vermoedt dus nog andere belangrijke graven, maar ze werden nog niet blootgelegd. Vergeet niet dat alles zich in het centrum van de stad Doornik afspeelt, een stad die sinds de 5de eeuw flink is gegroeid en nu erg verstedelijkt is.Nicolas Evrard