Plus Magazine: Vier vijfde werken is de maatregel die 50-plussers het best kennen. Van degenen die nog beroepsactief zijn, denkt bijna 53% eraan. Is dat een succes?

Joëlle Milquet: "Van alle federale maat-regelen is dit zeker één van de meest succesvolle. Voor de staat is ze een dure zaak, want het RVA-budget hiervoor groeit explosief. Maar ze blijft voor mij essentieel om de werklast te verlichten, vooral vanaf 60 jaar".
...

Joëlle Milquet: "Van alle federale maat-regelen is dit zeker één van de meest succesvolle. Voor de staat is ze een dure zaak, want het RVA-budget hiervoor groeit explosief. Maar ze blijft voor mij essentieel om de werklast te verlichten, vooral vanaf 60 jaar". "Het is niet abnormaal dat een premie zoals de werkhervattingstoelage minder gekend en gebruikt wordt, want die is bedoeld voor werklozen. Het percentage zou allicht hoger liggen als u de vraag alleen aan werkzoekende 50-plussers had gesteld. Deze premie vormt een waardevolle steun aan het netto-inkomen van mensen die na een periode van inactiviteit weer gaan werken. Tot nu toe moest je 20 dienstjaren kunnen bewijzen maar in mijn werkgelegenheidsplan heb ik de afschaffing van deze voorwaarde opgenomen. Dat kan vrouwen die thuisgebleven zijn voor de kinderen, stimuleren om bijvoorbeeld na hun 45ste weer aan de slag te gaan, zelfs als ze geen 20 jaar anciënniteit hebben." "Dankzij jullie enquête beschikken we voor het eerst over gegevens over de kennis van de maatregelen. De les is dus dat we op federaal niveau veel systematischer moeten peilen in welke mate de bevolking op de hoogte is. België hangt aan de staart van Europa in het percentage mensen dat nog werkt tussen 50 en 65 jaar. In mijn plan is een stijging van dat percentage de eerste krachtlijn. Daarom wil ik begin 2009 starten met een infocampagne om alle maatregelen in een eenvoudige taal beter bekend te maken bij 50-plussers. Dat was al voorzien in het Generatiepact, maar we voeren het nu uit. Ten tweede is het mijn doel de pensioenbonus te verhogen, uiteraard binnen de budgettaire mogelijkheden. Dat zal mensen veel beter stimuleren om langer te werken dan bestraffende maat-regelen die mensen demotiveren". "Ik zou het al een hele vooruitgang vinden als iedereen wilde werken tot 62! Vandaag leeft bij velen nog het idee dat stoppen op 55 normaal is. Dat idee dateert echter uit de jaren 70 en 80 maar vandaag heeft het nog weinig zin als je kijkt naar de gestegen levensverwachting en naar de verandering in de gezinnen en de samenleving. Vroeger waren je kinderen meestal rond je vijftigste al de deur uit. Vandaag zie ik steeds meer ouders die de vijftig al voorbij zijn wanneer hun kinderen nog aan hun hogere studies moeten beginnen. Ze hebben het dus financieel nodig om langer te blijven werken en voor hen kan een hogere pensioenbonus dus zeker een belangrijke stimulans vormen". "Juist daarom staat in mijn plan dat de infocampagne voor 50-plussers in 2009 gevolgd zal worden door een tweede luik: een sensibiliseringsactie naar de werkgevers toe. Kijk, opleiding is vandaag essentieel in elk concurrerend bedrijf. Daarom denk ik aan een formule waarin werkgevers hun oudere werknemers de helft of één vierde van de tijd inschakelen als coaches om hun knowhow aan jongeren over te dragen, binnen of buiten het bedrijf. Die helft of dat vierde deel zou niet door de werkgever betaald worden, maar door het sectorfonds. Weet u dat er in onze arbeidswetgeving nu niets georganiseerd is voor de kennisoverdracht tussen werknemers?" "Ik denk dat een kortere, maar intense en volledig persoonlijke begeleiding veel zinvoller zal zijn dan de huidige groepssessies. Bovendien is er te weinig coördinatie tussen de outplacementbureaus enerzijds en de VDAB, Actiris of Forem anderzijds. Iedereen zou er ook bij winnen als sectoren met problemen en sectoren met knelpuntberoepen beter zouden samenwerken. Werknemers zouden dan zelfs via een gepaste opleiding kunnen overschakelen nog vóór een bedrijf moet herstructureren. De website www.aandeslag.be is al een goed voorbeeld van de samenwerking tussen alle beleidsniveaus in zake werkgelegenheid. Elke burger vindt hier de maatregelen die passen bij zijn profiel". "Deze regering heeft de plafonds al verhoogd en voor mij mogen die nog verder omhoog, maar ik ben geen voor-stander van het afschaffen. Vooral omdat ik bang ben van de perverse effecten. De verleiding wordt dan groot om het wettelijke pensioen (de eerste pijler) laag te houden, want iedereen verdient toch bij. Of zelfs om de pensioenleeftijd te verhogen. Daarop zit, denk ik, niemand te wachten. " Ludo Hugaerts, Jocelyne Minet