De beelden liegen er niet om: het geluk spat gewoon van ex-premier Wilfried Martens (72) en zijn kersverse echtgenote Miet Smet (65) af. Miet heeft ruim 40 jaar op haar jeugdliefde gewacht, en Wilfried koos, na twee mislukte huwelijken, uiteindelijk voor haar. Door hun politieke werk hebben zij altijd contact gehouden. Bij de meesten van ons gebeurt dat anders: vaak zien we onze eerste grote liefde pas vele jaren later, en toevallig terug. Niet zelden is de schok groot.
...

De beelden liegen er niet om: het geluk spat gewoon van ex-premier Wilfried Martens (72) en zijn kersverse echtgenote Miet Smet (65) af. Miet heeft ruim 40 jaar op haar jeugdliefde gewacht, en Wilfried koos, na twee mislukte huwelijken, uiteindelijk voor haar. Door hun politieke werk hebben zij altijd contact gehouden. Bij de meesten van ons gebeurt dat anders: vaak zien we onze eerste grote liefde pas vele jaren later, en toevallig terug. Niet zelden is de schok groot. "Over de relatie tussen Wilfried Martens en Miet Smet spreek ik me niet uit, maar over het algemeen is het weerzien met een jeugdliefde dikwijls emotioneel confronterend", zegt professor Lesley Verhofstadt, klinisch psycholoog en docent aan de universiteit van Louvain-la-Neuve. "Je wordt ineens teruggeslingerd naar de tijd toen je voor het eerst dat unieke vlinders-in-je-buikgevoel had. De tijd wellicht van je eerste seksbeleving, van een felle, maar korte relatie. Alles was nieuw. En mooi. En heerlijk. Je had geen voorgeschiedenis. En dat staat in schril contrast met de langetermijnrelatie die je intussen al dertig jaar of langer hebt opgebouwd met iemand anders, en die bijgevolg misschien wat minder uitdagend is." Het weerzien met onze eerste grote liefde kan een test voor ons huwelijk of onze huidige relatie betekenen. In ons hoofd start dan immers het merkwaardige fenomeen van de idealisering. "Zelf spreek ik liever over positieve illusies omdat we die term in wetenschappelijk onderzoek gebruiken", zegt Lesley Verhofstadt. "We gaan de jeugdliefde anders zien dan hij of zij werkelijk is. We dichten hem of haar positieve kwaliteiten toe die hij of zij wellicht helemaal niet - of niet in die mate - bezit. Alles wat hij of zij doet, gaan we positief interpreteren en beantwoorden. De kwaliteiten die er daadwerkelijk zijn, gaan we uitvergroten. Negatieve kenmerken gaan we minimaliseren of we zoeken er excuses of externe oorzaken voor." Is het dan fout onze partner te idealiseren? Helemaal niet, meent Lesley Verhofstadt. "Positieve illusies zijn zelfs nodig voor het behoud van een relatie. Ze betekenen dat we afhankelijk zijn van elkaar en een grote betrokkenheid voor elkaar hebben. We kunnen ons het leven zonder elkaar niet meer indenken en willen ons blijven inzetten voor elkaar, in goede en kwade dagen. We zijn dan ook bereid om de mindere kantjes van onze relatie te minimaliseren, en de vervelende trekjes van onze partner met de mantel der liefde toe te dekken. Het omgekeerde zien we gebeuren bij koppels die ontevreden zijn over hun relatie of die al met elkaar gebroken hebben. Alles wat de andere doet, gaan we negatief interpreteren of minimaliseren. Als hij of zij al iéts goed doet, is dat toevallig of zit er een bijbedoeling achter. We halen het negatieve van de partner steeds weer op de voorgrond, wat de onderlinge relaties nog meer zal verzuren." Na de schok van het weerzien met onze eerste liefde zal de net beschreven idealisering in twee richtingen toeslaan. Is onze huidige relatie goed en stabiel, dan gaan we de positieve illusies over onze partner versterken en focussen op de minder leuke ver-anderingen bij onze jeugdliefde. Zoals de lezeres die in haar reactie op onze website schreef: " Onlangs heb ik bij een optreden mijn jeugdliefde teruggezien. Ik was helemaal niet ont-roerd. Ik vroeg me zelfs af hoe ik ooit verliefd was kunnen worden op de dikzak die ik zag. Mijn man is daarentegen een knappe verschijning gebleven."Dit is één mogelijke reactie. Maar zelfs als ons huwelijk goed is, kunnen we toch weer verliefd worden op die jeugdliefde. Alleen hoeft dat niet het einde van ons huwelijk te betekenen. Prof. Verhofstadt: "Het klinkt cliché, maar verliefdheid is nog geen liefde. Zitten we in een relatie met veel wederzijdse betrokkenheid, dan gaan we na de eerste emoties vaak snel een afweging maken: ga ik voor mijn jeugdliefde alles opgeven waarin ik met mijn partner heb geïnvesteerd: onze geschiedenis, ons gezin, de band met onze kinderen en kleinkinderen, het huis, onze financiële positie, onze vriendenkring en sociale netwerken, onze identiteit als koppel?" Is ons huwelijk aan het kwakkelen, dan kan het omgekeerde gebeuren. "Wie vastzit in een relatie met negatieve gevoelens, gaat op zoek naar alternatieven: een echtscheiding, alleen gaan wonen, vreemdgaan, maar ook terugdenken aan vroegere partners. In dat geval kan een banaal incident de spreekwoordelijke druppel worden om te beseffen dat je niet goed zit in je huwelijk. Dat incident kan een romantische film zijn, een discussie over een maaltijd, maar ook een toevallig weerzien met een jeugdliefde. Terwijl we onze eigen partner devalueren, gaan we dan al onze positieve illusies richten op die jeugdliefde en wellicht proberen daarop een nieuwe, stabiele relatie te baseren." Alleen vergeten we daarbij een essentieel punt. Indertijd hebben we een prille, kortetermijnrelatie beleefd: de stormachtige verliefdheid zonder voorgeschiedenis, de felle lichamelijke aantrekkingskracht, de seksuele verkenning, het rozengeur-en-maneschijngevoel. Vandaag zijn we echter dertig jaar ouder of meer. We hebben vaak een langetermijn-relatie beleefd, waarin we ons getoond hebben zoals we zijn. En waar-in we geleerd hebben te communi-ceren, compromissen te sluiten en complexe gevoelens te beheren. "Daarbij komt nog dat mensen vanaf 45-50 jaar extra gevoelig worden voor positieve illusies over een jeugdliefde. We beseffen steeds meer de eindigheid van het leven. Allerlei existentiële vragen proberen ons uit ons evenwicht te krijgen. We grijpen graag terug naar herinneringen uit het verleden. En wanneer de kinderen volwassen worden, valt een koppel onvermijdelijk terug op elkaar. We waren een goed team als ouders, maar zeggen we elkaar nog genoeg als liefdespartners? Gaan we opnieuw veel dingen samen doen?" Het is zo ver: u bent weer verliefd geworden op uw jeugdliefde en die verliefdheid wordt ook beantwoord. Als u getrouwd bent of een stabiele relatie hebt, kunt u het best eerst een eerlijk antwoord zoeken op deze vragen: 1. Idealiseer ik mijn jeugdliefde niet te veel? 2. Idealiseert mijn jeugdliefde mij niet te veel? 3. Wat weegt voor mij het meeste door: een mogelijk nieuw geluk met mijn jeugdliefde of alles wat ik geïnvesteerd heb in mijn huidige relatie? 4. Durf ik nadenken over de goede kanten van mijn huidige relatie? Zo ja, wat zijn die dan? 5. Hoe wordt mijn leven (bijv. de relatie met mijn kinderen) wanneer ik kies voor een andere partner? 6. Is mijn jeugdliefde vrij of bereid alles achter te laten voor mij? Prof. Verhofstadt: "Deze vragen kunnen u helpen met uw nieuwe verliefd-heid om te gaan en stil te staan bij de complexiteit van partnerrelaties." Mensen zoals Hedwige (zie kader-stuk) genieten volop van hun nieuwe geluk. Anderen laten de vlaag van verliefdheid voorbijgaan en kiezen voor alles wat ze in hun huwelijk geïnvesteerd hebben. Nog anderen proberen eerlijk de tijd van toen te herbeleven: ze gaan volop voor hun teruggevonden liefde, maar moeten niet zelden na een tijd vaststellen dat ze beiden grondig veranderd zijn. Ten slotte zijn er de compromiszoekers: nu en dan een geheim af-spraakje maken met de jeugdliefde. Beide partijen behouden de zekerheid van hun langetermijnrelatie, maar lopen het risico dat hun affaire op een dag uitkomt. "Ik wil niet moraliseren of veroordelen, maar ik vind het wel belangrijk dat mensen durven nadenken over hun keuzes en over de gevolgen ervan", besluit prof. Verhofstadt. "Als blijkt dat uw huidige relatie echt geen toekomst heeft, dan is het misschien mogelijk gelukkig te worden met uw eerste liefde. Maar relaties blijven niet pril, mensen dragen altijd hun beider verleden mee en dat gaat op langere termijn doorwegen. Als u blijft wor-stelen met deze vragen, kunt u advies van een therapeut vragen. Een professionele buitenstaander kan vaak met meer helderheid stilstaan bij uw relaties en uw gevoelens. Zeker als de vlinders in uw buik net zo hevig zijn als dertig jaar geleden..." n Ludo Hugaerts