We ontmoeten de schrijver in Antwerpen. Verhulst woont overal en nergens, en zit vol (internationale) plannen nu hij een relatiebreuk achter zich laat. En na een mediapauze wil hij weer praten met de pers.
...

We ontmoeten de schrijver in Antwerpen. Verhulst woont overal en nergens, en zit vol (internationale) plannen nu hij een relatiebreuk achter zich laat. En na een mediapauze wil hij weer praten met de pers. Dimitri Verhulst: Eigenlijk wil ik spaarzaam omspringen met interviews. Het is een vermoeiende bezigheid. Je moet jezelf belangrijk genoeg vinden en ik ben niet zo ijdel. Bovendien levert een boek maar een bepaald aantal vragen op, en ofwel ben je dan zo vindingrijk als Hugo Claus die op dezelfde vraag telkens een ander antwoord verzon, of je bent eerlijk en antwoordt altijd hetzelfde, en ik doe het laatste. Ik vond mijn vorige boek (De Intrede van Christus in Brussel) ook niet goed. Bij het schrijven voelde ik intuïtief al aan dat er iets niet juist zat. Maar da's niet erg. Die dingen gebeuren en ik leer daaruit. Uiteraard heb ik slechte recensies gekregen. En die deden pijn. Ik werk gemiddeld toch een jaar aan een boek. Maar nu vind ik dat ik een heel goed boek geschreven heb, en ik heb zin om dat rond te toeteren. Omdat ik merk dat mensen makkelijk bij mekaar blijven zonder nog grootse dingen voor mekaar te voelen. Ze hebben vaak de moed niet er een eind aan te maken, wegens de angst voor het onbekende. Hoewel er tegenwoordig veel gepensioneerden uit de echt scheiden, en dat kan ik alleen maar toejuichen. Maar dikwijls is hun angst groter dan hun tegenzin om in liefdeloosheid bij mekaar te blijven. Dat kan jonge mensen ook overkomen. Toch zie ik het vooral bij ouderen. Ze worden ouder dan hun liefde aankan. En ze blijven samen, uit gewoonte. En worden zo 'zagerig' tegen mekaar. Het is natuurlijk een verhaal. Maar ik moet zeggen dat het minder van de pot gerukt is dan het op het eerste zicht lijkt. Ik ben voor de promotie van dit boek een filmpje gaan opnemen met beginnende dementerenden. En ik vond dat ik hen moest zeggen waarvoor dat filmpje diende. Dus ik vertelde het verhaal van mijn hoofdpersonage: te lui om de echtscheiding aan te vragen, te beschaamd om het zijn kinderen te vertellen, te lui om een appartement te zoeken, te leren koken en een wasmachine aan te zetten. En de eerste reactie van een beginnende dementerende luidde: maar dat boek gaat over mij! Ik vond dat ongelooflijk. En ik wist dat hij een lucide moment had! Toen was ik overtuigd van het feit dat ik het goed had aangevoeld. We doen te lyrisch over leeftijd! Ik las onlangs nog dat 70 het nieuwe 30 is. Volkomen belachelijk! Ik ben de laatste jaren toevallig wat mensen gaan bezoeken die in rusthuizen zijn terecht gekomen. En ik vond dat een confronterende belevenis. Het zijn nog altijd treuroorden, zeker als je weinig geld hebt. Het lijkt wel alsof je een straf moet uitzitten omdat je te lang geleefd hebt. Maar wij hebben het allemaal aan onszelf te danken. Want wij gaan niet mee betogen met de witte sector wanneer die klaagt dat in het personeelsbestand wordt gesnoeid. We hebben het nooit erg gevonden dat die mensen weinig verdienen. Ik heb trouwens een groot respect voor hen. Ik zou graag blijven schrijven. Ik hoop vooral goed bij kop te blijven, humor te bewaren en mensen te zien om wie ze zijn en ze niet af te rekenen op hun leeftijd, waar ik mij moet voor hoeden. Want ik kijk nu al naar gasten van 20 als naar snotneuzen. Lees je de krant nog? Volg je de evolutie in muziek en literatuur? Leer je nieuwe dingen? Sta je open voor ideeën die de jouwe niet zijn? Ben je bereid in discussie te gaan en toe te geven dat de nieuwe generatie gelijk heeft? Dat zijn goeie parameters. Nu al ervaar ik dat dit niet evident is. Als mijn dochter € 65 betaalt voor een concert van Justin Bieber bijvoorbeeld. Ik vind Justin Bieber belachelijk en muzikaal waardeloos; €65 is bovendien decadent veel. Dan ga ik tegen mijn dochter in. Terwijl ik eigenlijk bereid moet zijn in te zien dat zij Justin Bieber wél goed kan vinden. Ik ben nog maar 40! Natuurlijk ben ik een misantroop! Maar dan wel van een vrolijke onderorde. Doe je ogen open en denk na: het leven is niet rechtvaardig, mooi en gezellig. Ik vind mensen niet zo lief voor mekaar. Het woord 'leuk' komt niet in mijn vocabularium voor. Als ik geen misantroop zou zijn, zou ik mijn ogen sluiten voor zoveel oorlogen, armoede en sociaal onrecht. Dat klinkt misschien politiek, maar ik ben niet aan een partij verbonden. Ik ben gewoon een progressieve en geëngageerde schrijver. Nee. Dat was omdat ik van de natuur hou. En ik weiger te leven met grenzen. Of het nu taal- of andere grenzen zijn. Maar ik woon sinds kort niet meer in Wallonië. Op dit ogenblik woon ik overal en nergens. Ik ben niet meer samen met mijn vrouw. Ik denk eraan naar het buitenland trekken, maar eigenlijk wil ik daar concreet nog niets over kwijt. Ik ben ook niet slim! Ik durf geen intelligentietest te doen. Telkens als ik iets moest doen met vierkantjes en driehoekjes om een job te krijgen, lukte het niet (lacht). Ik ben een zeer trage denker, onvoldoende ad rem. Mijn kop werkt traag. En ik denk dat slimme mensen snel kunnen denken. Het is echt mijn grote frustratie. Ach, zo bijzonder is dat allemaal niet. Vroeger zou ik dit echt nagestreefd hebben. Nu besef ik dat het maar een zak lucht is. Ik ben maar zo groot als ik vind dat ik ben. Ik heb misschien zes boeken geschreven waar ik echt trots op ben. Kortom, ongeveer de helft. Wat blijft er uiteindelijk over van een schrijversleven? Neem nu Hugo Claus, hij mag dan een oeuvre hebben waarmee je de straat kan plaveien, vraag eens hoeveel mensen een roman van Claus kunnen noemen. Met veel geluk kennen ze er één. En dat is dan dé grote Claus. Omdat juffrouw Kristien mij in het eerste leerjaar heeft leren schrijven en ik dat het beste vond wat mij ooit is aangeleerd. Ik maakte graag zinnen, kocht een schriftje en schreef verhalen. Ik heb nooit meer iets anders gedaan, zonder enige notie van literatuur. Pas tussen mijn 13 en 15 wist ik dat er zoiets bestond als literatuur. Ik loop ook door het leven als een bruine vliegenvanger waar van alles aan blijft kleven. En op een bepaald moment is mijn kleeflint vol. Dan ga ik aan het werk met alles wat er aan mij plakt. Ik ben een zeer intuïtief schrijver. Ik laat het maar komen, en het gebeurt vanzelf. Roem heeft nooit een rol gespeeld. Ik kom niet graag in een café waarin iedereen naar mij kijkt omdat ik die schrijver ben. Ik moet eens beginnen een betere vader te worden. Ik heb eigenlijk geen talent als vader, maar ik bén dat nu en ik zal die verantwoordelijkheid dragen. Dus moet ik zorgen dat ik iemand kan zijn die haar helpt een ruimdenkend mens te worden met een zeer open geest. Iemand met moed en durf om te leven en die daaruit levensvreugde haalt. Iemand die wil vechten voor schoonheid en geluk. En als er dan nog energie overblijft, ook wil vechten voor het geluk van anderen. Ik vraag veel, ik weet het. Als de man die haar dat allemaal heeft geleerd. Ann Heylens - Foto's Frank BahnmüllerIk merk dat mensen makkelijk bij mekaar blijven zonder nog grootse dingen voor mekaar te voelen. Ze zijn bang voor het onbekende.