Voor een goed begrip: ideale waarden of streefwaarden drukken niet hetzelfde uit als normaal waarden, een term die regelmatig opduikt en voor verwarring kan zorgen", verduidelijkt cardioloog dr. Ernst Rietzschel (UZ Gent).
...

Voor een goed begrip: ideale waarden of streefwaarden drukken niet hetzelfde uit als normaal waarden, een term die regelmatig opduikt en voor verwarring kan zorgen", verduidelijkt cardioloog dr. Ernst Rietzschel (UZ Gent). "Normaal waarden zijn de waarden die worden gemeten bij de gemiddelde bevolking. Ze weerspiegelen met andere woorden de realiteit. Als we de bloeddruk meten van een staal Belgen van 65 jaar, dan drukken die cijfers de normaal waarden uit, de bloeddrukwaarden die vandaag bij die leeftijdsgroep voorkomen." "En deze normaal waarden liggen vaak hoger dan wat we idealiter moeten nastreven: de streefwaarden of ideale waarden." De bloeddruk wordt uitgedrukt met twee kengetallen. Het eerste cijfers - de bovendruk of systolische druk - weerspiegelt de maximale druk die wordt opgebouwd in de aorta bij het samentrekken van de linker hartkamer. Het tweede cijfer - de onderdruk of diastolische druk - geeft de minimum druk weer die optreedt tussen twee samentrekkingen van het hart in. "Voor de bloeddruk blijft het streefdoel (kleiner dan 140/90 mmHg) ongewijzigd, of u nu 50, 60, 70 of ouder bent", benadrukt dr. Rietzschel. "Het is wel zo dat de gemiddelde bloeddruk bij gezonde vijftigers lager ligt dan bij zeventigers. Het stijgen van de bloeddruk maakt deel uit van het algemene verouderingsproces van onze bloedvaten. Die worden stijver en minder soepel, waardoor de bloeddruk automatisch stijgt." "Bij mensen van 70 en ouder merken we dan weer een ander fenomeen: de bovendruk blijft stijgen, terwijl de onderdruk opnieuw afneemt. Het verschil tussen beide drukken wordt op hogere leeftijd dus groter. Dat is dan weer het gevolg van slijtage aan de bloedvaten." Dat de ideale bloeddrukwaarden op 50 en op 70 dezelfde blijven, komt omdat een hoge bloeddruk altijd schadelijk is, ongeacht de leeftijd. "Vroeger werd aangenomen dat een hoge bloeddruk nu eenmaal bij het ouder worden hoorde. Maar dat klopt niet. Eigenlijk is een hoge bloeddruk risicovoller voor wie ouder is. Op dat moment loopt men immers al een verhoogde kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten, wat door een hoge bloeddruk verder wordt aangewakkerd. Een aantal heel specifieke studies bij 70-plussers hebben echter aangetoond dat er op korte termijn grote gezondheidswinst te boeken valt door mensen op deze leeftijd te behandelen voor hoge bloeddruk." "De ideale bloeddrukwaarden moeten onder 140/90 mmHg blijven, maar moeten niet véél lager liggen. Er net onder is ideaal, al bestaat er vandaag geen 'natuurlijke' ondergrens." "Anders is het gesteld bij mensen die een behandeling met bloeddrukverlagers volgen. Voor mensen bij wie de bloeddruk kunstmatig wordt gemanipuleerd, geldt er wel een ondergrens: de bloeddruk moet net onder 140/90 mmHg liggen, maar liefst niet onder 130/80 mmHg zakken." Voor gezonde volwassenen zonder diabetes evolueren de ideale bloedsuikerwaarden (100 mg/dl nuchter) niet met de leeftijd. Maar om tijdig diabetes op te sporen en te voorkomen, spreekt men ook bij twijfelwaarden - 100 tot 125 mg glucose per dl bloed - al van een gestoorde glucosetolerantie. Door dan uw levensstijl te veranderen - enkele kilo's vermageren, meer bewegen - kunt u diabetes nog voorkomen. De diagnose van diabetes wordt momenteel gesteld wanneer bij twee bloedafnames de nuchtere bloedsuikerwaarde 126 mg/dl bedraagt en in de loop van de dag 200 mg/dl is. In de toekomst zal men voor de diagnose het eiwit hemoglobine A1c gebruiken. "Dit eiwit geldt als maat voor de suikerregeling in het bloed de afgelopen drie maanden. Voor mensen met diabetes evolueren de streefwaarden van hemoglobine A1c wél volgens de leeftijd. Ze zijn minder strikt voor wie ouder is en voor wie al langer met suikerziekte kampt. Bij jongere mensen wordt getracht om de suikerspiegel terug te brengen naar de waarden van voor er diabetes was. Als men dat bij oudere patiënten zou doen, bestaat de kans dat dit tot hypoglykemie leidt. Daarbij zakt de bloedsuikerspiegel tot een veel te laag niveau, met een resem symptomen zoals hartkloppingen, hoofdpijn, zweten, enz. tot gevolg. Dan bent u verder af van een goed geregelde diabetes." Cholesterol is een vetachtige stof die grotendeels wordt door ons lichaam - vooral de lever - wordt aangemaakt en deels wordt beïnvloed door onze voeding. LDL-deeltjes transporteren de cholesterol via de bloedvaten naar ons weefsel. Is er teveel cholesterol, dan kan hij zich vastzetten op de vaatwand. Het is dus zaak uw LDL-cholesterol of 'slechte' cholesterol zo laag mogelijk te houden (kleiner dan 115 mg/dl). HDL-deeltjes brengen de cholesterol terug naar de lever waar hij wordt verwijderd. Uw HDL-cholesterol of 'goede' cholesterol is dus beter hoog: groter dan 40 mg/dl voor mannen en groter dan 50 mg/dl voor vrouwen). "Cholesterol is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Preventie is dus even hard nodig op 50 als op 70," weet dr. Rietzschel. Stijgt uw cholesterol boven de ideale waarden uit, dan betekent dat echter niet dat u meteen geneesmiddelen moet slikken. "De beslissing om te behandelen wordt genomen in functie van het globale risico dat u loopt en dat nauw samenhangt met factoren als geslacht, roken, leeftijd, bloeddruk, diabetes, familiale hart- en vaataandoeningen enz. Die risico-inschatting is een vrij complex gebeuren. Artsen beschikken hiervoor over specifieke risicotabellen. Hebt u een verhoogd risico, dan worden de ideale waarden meteen een stuk naar beneden bijgesteld (LDL kleiner dan 70 mg/dl) en moet er sneller worden ingegrepen. Ook als uw LDL-waarden torenhoog zijn (groter dan 200 mg/dl), is een behandeling aangewezen." "Die bestaat uit een combinatie van cholesterolverlagende medicatie (statines), een aanpassing van uw levensstijl (dieet, meer bewegen, stoppen met roken), al dan niet aangevuld met voedingsmiddelen met cholesterolverlagende plantenstanolen. Want ook al komt slechts een beperkt deel van de cholesterol in uw bloedbaan terecht via het eten van vooral dierlijke producten, toch kunt u door een gezonder dieet uw cholesterolgehalte met zo'n 15% doen dalen." "Op superhoge leeftijd (90+) blijkt een iets hogere cholesterol niet meer relevant voor de gezondheid. Men vermoedt dat 90-plussers gewoon survivors zijn." De BMI of Body Mass Index is een graadmeter voor uw gewicht en bekomt u door uw lichaamsgewicht in kg te delen door uw lengte in cm in het kwadraat (op het internet vindt u tal van toepassingen om uw BMI te berekenen). Bij vijftigers ligt de BMI ideaal tussen 19 en 25. Een BMI boven de 25 wijst op overgewicht en vanaf 30 op obesitas. Op 70 jaar mogen de teugels voor het gewicht - in tegenstelling tot de bloeddruk en cholesterol - lichtjes worden gevierd, maar niet te veel. "Zeventig wordt vandaag gezien als het nieuwe 50. De huidige generatie zeventigers is nog actief en ondernemend, en om die conditie vast te houden, doen ze er goed aan hun gewicht onder controle te houden. Want ook hier gaat overgewicht gepaard met een grotere kans op allerlei aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten enz," legt dr. Rietzschel uit. "Dat voor zeventigers de ideale BMI-waarden wat hoger mogen liggen is gebleken uit studies: wie vanaf die leeftijd een BMI tussen 25 en 27 heeft, blijkt het best beschermd te zijn. Een iets hoger gewicht zorgt bij 70-plussers namelijk voor wat extra weerbaarheid, bijvoorbeeld om acute infecties zoals longaandoeningen te overwinnen. Met een te laag gewicht zijn er nauwelijks reserves." "Een te laag gewicht (BMI kleiner dan 22) is bij zeventigers om nog meer redenen risicovol: het wijst op minder spiermassa, wat de kans op botbreuken en osteoporoseletsels vergroot. Ondergewicht kan ook wijzen op een te eenzijdige of ongezonde voeding." Steeds meer hippe weegschalen meten niet alleen uw gewicht maar checken ook uw vetmassa en vetvrije massa. Die vetmassa wordt bepaald aan de hand van elektrodiagnose, waarbij een lichte elektrische stroom door uw lichaam wordt gestuurd. Spieren bevatten meer water dan vet en geleiden daardoor beter, is de theorie hierachter. Aan de hand van de weerstandbepaling wordt zo, in combinatie met uw geslacht, uw leeftijd en uw lengte, het vetpercentage berekend. Maar wetenschappelijk goed onderbouwde ideale waarden zijn er hiervoor (nog) niet. Heel wat sportclubs hanteren daarom aanbevolen waarden. Net als de BMI stijgen die licht met de leeftijd. Met ouder worden neemt de vetmassa immers lichtjes toe tegenover de spiermassa. Een kleine toename is normaal maar het is wel belangrijk die niet te laten ontsporen. De waarden hiernaast geven de maximale piekhartslag weer die u mag bereiken bij een maximale fysieke inspanning zoals een fietsproef. Die waarden gelden echter niet voor mensen die medicatie nemen zoals bètablokkers, waarbij de hartslag wordt geplafonneerd op een veel lager niveau. "Wilt u aan conditie-opbouw doen, dan moet u trainen met een hartslag die 70 tot 80% bedraagt van de piekhartslag op uw leeftijd. Binnen die trainingsmarges kunt u de inspanning vrij lang comfortabel volhouden zonder dat dit last veroorzaakt. Zit uw hartslag hoger, dan gaan uw spieren verzuren en mag u zich aan spierkrampen verwachten. Waardoor u de dagen nadien niet meer pijnloos kunt sporten en uw conditie eerder achteruitgaat. Uw ideale trainingshartslag ligt doorgaans lager dan u denkt. De meeste mensen die beginnen sporten, vliegen er vrij enthousiast in, wat al snel in een te hoge hartslag resulteert," waarschuwt Dr. Rietzschel. "Voor een gewone hartslag in rust, de zogeheten rustpols, bestaan er geen ideale waarden. Meestal varieert die tussen de 50 en 80 hartslagen per minuut. Van echte rust is niet altijd sprake. Heel wat mensen hebben bij de arts onbewust een verhoogde hartslag door het psychologische witte-jassen-effect. Lang niet iedereen is zich daarvan bewust. Ook als u eigenhandig uw hartslag meet, beïnvloedt u uw hartslag door uw handelingen en gedachten. Vergelijk het met het nemen van een foto. Zodra u door hebt dat iemand u wilt portretteren, gaat u zich automatisch anders gedragen." "Soms is uw hartslag te traag, bijvoorbeeld bij een minder goed werkende schildklier. Een goede graadmeter om te achterhalen of dit problematisch is, is nagaan of uw hartslag oploopt bij inspanningen. Loop snel de trap op en af, en meet vervolgens uw hartslag. Gaat hij de hoogte in, dan luistert uw hart perfect naar uw lichaam en hebt u misschien gewoon een trager hartritme. Verhoogt uw hartslag niet of voelt u dat u een onregelmatige hartslag hebt bij inspanningen, dan zijn dat alarmsymptomen waarmee u zeker een arts moet raadplegen. Ze kunnen o.a. wijzen op voorkamerfibrillatie." Over de ideale waarden voor alcohol bestaat nog steeds geen consensus. Een tot twee glazen per dag voor vrouwen en twee tot drie voor mannen, zijn in grote lijnen de maximale waarden voor een veilig alcoholgebruik. "Deze waarden zouden een neutraal tot licht beschermend effect hebben op de gezondheid. Dat geldt voor een grote groep mensen, maar zeker niet voor iedereen. Wie bijvoorbeeld neiging heeft tot overgewicht, leverproblemen, suikerziekte enz., krijgt er door alcohol alleen maar lege en nutteloze calorieën bij. Bij die mensen zal alcohol het gewicht en de gezondheidsrisico's alleen maar doen toenemen." "Een beperkte alcoholinname moet u daarom zeker niet zien als een manier om uw gezondheid te ondersteunen. De mythe van het glaasje rode wijn per dag dat het hart zou beschermen, is een marketingtruc van de Franse wijnboeren. Wat wel klopt is dat een glas wijn aan tafel, bij de maaltijd - met mate dus -, veel minder schadelijk is dan zich één keer per week lazarus te drinken." Kari Van Hoorick - Foto's Thinkstock