Eén op de zeven Europeanen heeft een verminderd gehoor. Bij één op de tien is het gehoorverlies belangrijk. En toch blijkt dat nauwelijks 14 % van de mensen die baat zouden hebben bij een hoorapparaat, er ook werkelijk een gebruikt. Misplaatste trots? Tegenwoordig zijn er in alle merken toestelletjes die zo klein zijn dat ze volledig in het oor gedragen worden. En ook de modellen die achter het oor gedragen worden, zijn kleiner en esthetischer geworden. Kan de prijs een probleem vormen? Toegegeve...

Eén op de zeven Europeanen heeft een verminderd gehoor. Bij één op de tien is het gehoorverlies belangrijk. En toch blijkt dat nauwelijks 14 % van de mensen die baat zouden hebben bij een hoorapparaat, er ook werkelijk een gebruikt. Misplaatste trots? Tegenwoordig zijn er in alle merken toestelletjes die zo klein zijn dat ze volledig in het oor gedragen worden. En ook de modellen die achter het oor gedragen worden, zijn kleiner en esthetischer geworden. Kan de prijs een probleem vormen? Toegegeven, topkwaliteit kost geld. Maar dankzij de evolutie van de toptoestellen, zijn ook de eenvoudigere - lees: goedkopere - apparaten beter geworden. Met een remgeld van ongeveer A 50 kunt u al een degelijk toestel kopen. Gehoorverlies dat geleidelijk optreedt, doet zich meestal voor aan beide oren. Die mensen wordt dan ook, na een audiometrie door een neus-keel-orenspecialist of een audicien, de raad gegeven twee hoorapparaten te dragen. Wij hebben immers onze beide oren nodig om: l te kunnen bepalen uit welke richting een geluid precies komt l spraak te kunnen verstaan in een lawaaierige omgeving l een volle geluidskwaliteit te horen. Al deze elementen gaan verloren wanneer we slechts aan één zijde goed horen. Maar bovendien verliezen de hersenen geleidelijk aan (een deel van) hun vermogen om de geluidsinformatie van het slechte oor te verwerken. Met andere woorden: hoe sneller iemand bij het ontstaan van gehoorverlies een apparaat draagt, hoe beter het gehoor zal zijn en hoe gemakkelijker de gewenning aan het dragen van het apparaat. In essentie bestaat een hoorapparaat uit een microfoon, een versterkertje en een luidsprekertje. Bij een analoog apparaat wordt het geluidssignaal versterkt via elektronische schakelingen. Hoe meer het signaal moet versterkt worden, hoe meer schakelingen nodig zijn en hoe meer schakelingen, hoe groter het risico op storende geluiden en vervorming. Bij digitale hoorapparaten wordt het geluid voor de bewerking omgezet in getallen (0 en 1), net zoals bij een computer. Na de bewerking wordt dit signaal weer omgezet in een geluidssignaal. Op die manier kan het op allerlei manieren gemanipuleerd worden zonder de totale kwaliteit te beïnvloeden. Een snelle computerchip in het hoorapparaat kan door de audicien zo geprogrammeerd worden dat het toestel nooit meer te zacht of te hard klinkt, dat het storend achtergrondlawaai onderdrukt, zich automatisch aanpast aan verschillende situaties,... De toepassingsmogelijkheden lijken onbeperkt! nLeen Baekelandt