Je zou kunnen verwachten dat door de snelle evolutie van de geneeskunde, de volksgeneeskunde langzaam maar zeker zou uitgestorven zijn. Niets is echter minder waar. Tal van huis-, tuin- en keukenmiddeltjes worden nog steeds van generatie op generatie doorgegeven. En ze worden nog op grote schaal toegepast, al wil niet iedereen dat toegeven. Maar hoe ontstaan deze gezondheidstips en wat is hun waarde?
...

Je zou kunnen verwachten dat door de snelle evolutie van de geneeskunde, de volksgeneeskunde langzaam maar zeker zou uitgestorven zijn. Niets is echter minder waar. Tal van huis-, tuin- en keukenmiddeltjes worden nog steeds van generatie op generatie doorgegeven. En ze worden nog op grote schaal toegepast, al wil niet iedereen dat toegeven. Maar hoe ontstaan deze gezondheidstips en wat is hun waarde? Volksgeneeskunst en kwakzalverij worden soms - vooral door sceptici - als synoniemen beschouwd. Volksgeneeskunst (of -kunde) is alles wat het volk û d.w.z. mensen zonder geneeskundige opleiding û op eigen initiatief en onder eigen verantwoordelijkheid toepast om ziekten of verwondingen te genezen. Tips die gebaseerd zijn op intuïtie, ervaring en traditie. Kwakzalverij daarentegen is het beroepsmatig uitoefenen van (officiële of niet-officiële) geneeskunde door onbevoegden met als belangrijkste doel daar munt uit te slaan. In de oudheid gingen de mensen in hun omgeving te rade om ziekten en pijn te bestrijden. Daardoor maakt de volksgeneeskunde heel vaak gebruik van geneeskruiden. Maar daarnaast speelden ook een aantal mystieke elementen mee. Nu nog zijn de psychologische factoren bij tal van hulpmiddeltjes niet te onderschatten. Ook in de klassieke geneeskunde werd al heel wat onderzoek verricht naar placebo's (nepgeneesmiddelen zonder actief bestanddeel). In gemiddeld 40 % van de gevallen bieden ze soelaas. Opvallend daarbij is dat in bepaalde gevallen niet alleen een subjectieve verbetering wordt vastgesteld, maar ook objectieve veranderingen worden waargenomen zoals een daling van de bloeddruk. De kracht van de geest is nooit te onderschatten! Bij de volksgeneeskunde wordt dit aspect ongetwijfeld nog versterkt door de familiale overlevering. Middeltjes die worden aangeraden door iemand die u kent en die rotsvast in de waarde ervan gelooft, klinken overtuigend. Of vindt u Opa is daardoor van zijn reumapijn verlost geraakt geen krachtig argument? Omdat mensen die volksgeneesmiddeltjes toepassen dat zelden of nooit spontaan aan hun arts vertellen, hebben deze vaak de indruk dat de volksgeneeskunde hooguit nog door een handvol marginale figuren wordt toegepast. Toch worden in werkelijkheid huis-, tuin- en keuken- middeltjes nog heel vaak gebruikt. In 1979 voerde dokter Heye in ons land een klein onderzoek uit bij 70 reumapatiënten. 75 % van hen had eerder al voor dit probleem hulp gezocht in de niet-officiële geneeskunde. Samen hadden zij niet minder dan 32 verschillende volksgeneesmiddelen toegepast om hun reuma te bestrijden. Toch is iedereen wel overtuigd van de waarde van de moderne geneeskunde en worden volksgeneesmiddelen niet voor om het even welk probleem toegepast. Het gaat gewoonlijk om: kortdurende en/of onschuldige klachten zoals huidirritatie, wratten, keelpijn,... chronische aandoeningen waarbij de klassieke geneeskunde onvoldoende verbetering brengt zoals bijv. reuma psychosomatische klachten veroorzaakt door stress, angst,... Wat nu de 'klassieke geneeskunde' wordt genoemd, is oorspronkelijk ontstaan uit de geneeskunde van het volk. Hippocrates, die beschouwd wordt als de grondlegger van de klassieke geneeskunde, putte het grootste deel van zijn ideeën over ziekte en gezondheid uit de kennis van het Griekse volk. Hij ordende de in zijn tijd bestaande volksgeneeskunde en ontdeed ze van haar magische geladenheid. De klassieke geneeskunde maakte zich pas los van de volksgeneeskunst toen de natuurwetenschappelijke weg werd ingeslagen. Pas toen men onderzoek ging doen op lijken, toen men dierexperimenten begon uit te voeren en de ontwikkeling van fysica en scheikunde nieuwe mogelijkheden ging bieden, ontstond een geneeskunde die zich duidelijk ging onderscheiden van de volksgeneeskunst. En toch dankt de klassieke geneeskunde nog steeds heel wat doeltreffende geneesmiddelen aan de intuïtie en ervaring van het volk. De behandeling van hartklachten met vingerhoedskruid (digitalis purpurea) werd voor het eerst beschreven door een Engelse arts in de achttiende eeuw. Hij onderzocht het middel gedurende een tiental jaar en introduceerde het vervolgens in de klassieke geneeskunde waar het nog steeds een belangrijke plaats inneemt. Toen de vrouw van de Spaanse eerste minister in 1638 in Peru hoge koorts kreeg, gebruikte ze noodgedwongen een volksgeneesmiddel. Een aftreksel van de schors van de kinaboom genas haar op wonderbaarlijke wijze. Via haar lijfarts werd het middel naar Europa gebracht. Sindsdien wordt kinine nog steeds toegepast in de behandeling van malaria. Reeds eeuwen werd in onze streken gebruik gemaakt van de schors van de wilgenboom ter behandeling van koorts en gewrichtspijn. Toen de Duitser Kolbe in 1838 het werkzame salicylzuur uit de wilgenschors kon isoleren, nam de industrie de productie van deze stof over en ontstond het bekende aspirientje. En zo bestaan nog talloze voorbeelden. Onderzoek naar de werking van middelen uit de volksgeneeskunde is er in onze streken nauwelijks gebeurd. In de literatuur komt de volksgeneeskunde slechts zijdelings ter sprake en blijft het meestal beperkt tot een loutere opsomming van de middelen die worden aangewend. De spaarzame gegevens over onderzoek naar de werking van deze middelen betreffen vooral planten en kruiden. Zo kwam men toch tot een aantal middeltjes waarvan de werkzaamheid op de een of andere manier kan verklaard worden. Veenmos werd tijdens WO I gebruikt als verbandmiddel bij operaties. Uit onderzoek is gebleken dat een groot deel van de zuren die in mossen aanwezig zijn een antibiotische werking bezitten. Tuinkers dat gebruikt wordt bij aandoeningen van nieren en urinewegen blijkt een stof te bevatten die erg werkzaam is tegen grampositieve en gramnegatieve bacteriën. Bij het eten van tuinkers kan deze werkzame stof kort daarna in de urine worden aangetoond. Rammenas wordt vaak aanbevolen bij bronchitis, hoesten, keelpijn en maag-darmstoornissen. Ook in deze plant werden stoffen met een antibiotische werking teruggevonden. Hetzelfde geldt voor de smalleen de brede weegbree die daarom aanbevolen worden als koortswerende en wondhelende middelen. Ui en knoflook bevatten relatief sterk werkende antibiotische stoffen, waaronder allicine. Ui wordt niet toevallig aanbevolen bij allerlei infecties zoals verkoudheid en bronchitis. De paardenbloem wordt reeds eeuwenlang geprezen omwille van haar vochtafdrijvende eigenschappen. Intussen werden ook de stoffen aangetoond die deze werking kunnen verklaren. Jeuk kan bestreden worden door tandpasta aan te brengen op de huid. De meeste tandpasta's bevatten namelijk munt en die heeft een koelend en jeukbedarend effect. Een kruidnagel tegen de tand houden om kiespijn te bestrijden zou helpen omdat in de kruidnagel eugenol zit, een stof die de pijn kan verlichten. De kruidnagel in het gaatje in een tand steken is echter geen aanrader omdat dit de kans op infectie verhoogt. Honing is een prima middel voor wondverzorging. De antibacteriële werking van honing werd reeds ruimschoots aangetoond. Deze zou vooral te wijten zijn aan de aanwezigheid van waterstofperoxide, voortgebracht door de werking van een bepaald enzym dat bijen toevoegen aan de nectar. Dit enzym wordt echter vernietigd bij verwarming van de honing. Honing stimuleert de weefsel- groei. Een verband met honing kleeft bovendien niet in de wonde. Cranberry- of veenbessap drinken bestrijdt blaasontstekingen. In deze vrucht zijn zuren aanwezig die de zuurgraad van de urine beïnvloeden waardoor de bacteriegroei wordt tegengegaan. Bovendien heeft cranberrysap een specifieke invloed op de bacterie Escherichia coli, een frequente verwekker van urineweginfecties. Deze bacterie hecht zich aan de blaaswand. Door de aanwezigheid van een bepaalde suiker in het cranberrysap hechten de bacteriën zich niet langer aan de blaaswand, maar wel aan de suiker en verlaten zij het lichaam met de urine. Verse brandnetels slaan op gewrichten die aangetast zijn door reuma zou verlichting schenken. Dit zou toe te schrijven zijn aan het mierenzuur dat in kleine zakjes zit aan de brandharen op de bladeren. Hebt u geen reuma en bent u per ongeluk tijdens een wandeling tussen de brandnetels terechtgekomen, dan kunt u de branderige pijn bestrijden door over de pijnlijke plek te gaan met gekneusde bladeren van weegbree. Aardappelsap, eventueel wat aangelengd met water, legt een alkaliserende film tegen de maagwand wat verlichting brengt bij maagbrand en zure oprispingen. Een teentje knoflook eten zou een bewezen remedie zijn tegen verkoudheden. En zit u nadien verveeld met de geur van uw adem, dan kauwt u wat peterselie. Goudsbloem of Calendula wordt aangeprezen om zijn wondhelende eigenschappen die toe te schrijven zijn aan meerdere stoffen in deze plant. Met de bloem wordt een pleister of een kompres gemaakt. Angst en spanning kunnen bestreden worden met betonie, een kruid dat meerdere stoffen bevat die een gunstige invloed hebben op alle symptomen die samengaan met angst en spanning (hoofdpijn, innerlijke onrust,...) Arnica, ook valkruid of gemsbloem genoemd, wordt aangeraden bij kneuzingen, spierpijn en verstuikingen. Deze werking is toe te schrijven aan twee glycosiden. Kompressen met kamille vormen een oud middel tegen oogkwalen. Kamille behoort tot de best onderzochte geneeskrachtige planten. Het werkt ontstekingsremmend en pijnstillend. Uw weerstand verhogen kunt u met echinacea of rode zonnehoed. Deze plant bevat polysacchariden die de natuurlijke afweermechanismen stimuleren. Soms worden in de volksgeneeskunst bepaalde handelingen aanbevolen die voor elke nuchtere mens irrationeel lijken. Toch bestaat ook hiervoor dikwijls een verklaring. Zo werd vroeger de raad gegeven wierook te verbranden om de ziektegeesten te verdrijven. Bij het verbranden van wierook komen fenol en carbolzuren vrij. Deze stoffen zijn lange tijd de belangrijkste ontsmettingsmiddelen geweest voor operatiekamers. n Leen Baekelandt