Begin juni 2012

"Voor ons mag je werken tot je 80ste", antwoorden mijn uitgever en mijn hoofdredactrice wanneer ik hen vraag om aan de slag te blijven tot 1 januari 2014. Ik word 65 in juli 2013. Mijn pensioen gaat normaal in op 1 augustus. Voor loontrekkenden in de privésector geldt dat het laatste werkjaar niet meetelt voor de berekening van het pensioen tenzij ze dat jaar helemaal uitdoen. Je stopt dus best op 1 januari. Daarvoor heb ik nu de toestemming (en toegegeven: de reactie van mijn chefs heeft me gevleid).
...

"Voor ons mag je werken tot je 80ste", antwoorden mijn uitgever en mijn hoofdredactrice wanneer ik hen vraag om aan de slag te blijven tot 1 januari 2014. Ik word 65 in juli 2013. Mijn pensioen gaat normaal in op 1 augustus. Voor loontrekkenden in de privésector geldt dat het laatste werkjaar niet meetelt voor de berekening van het pensioen tenzij ze dat jaar helemaal uitdoen. Je stopt dus best op 1 januari. Daarvoor heb ik nu de toestemming (en toegegeven: de reactie van mijn chefs heeft me gevleid). Kleindochter Pixie is geboren. Eindelijk een kleinkind dat ik hopelijk echt zal zien opgroeien. Ik heb ook twee kleinzoons, maar die wonen in Helsinki. De webcam kan dat gemis niet echt opvangen. Hij is er, de beroemde brief van de Rijksdienst voor Pensioenen, die elke werknemer een jaar voor zijn wettelijke pensioenleeftijd krijgt: een bundel met nuttige informatie en twee bijlagen om in te vullen. Op de eerste bijlage moet ik allerlei gegevens over mezelf en mijn loopbaan kwijt. Dat wordt een zoektocht in dozen met oude documenten en in mijn eigen verleden. Want wanneer ben ik precies beginnen te werken? Wanneer was de start- en einddatum van mijn militaire dienst? En die paar maanden dat ik werkloos was, wanneer was dat ook weer? Ik had me al afgevraagd hoe ik moet melden dat ik niet op 1 augustus 2013 stop, maar op 31 december. Gelukkig kan ik bij 'Inlichtingen over uzelf'de mogelijkheid 'Ik zal iedere beroepsactiviteit stopzetten of beperken tot het toegelaten maximum bedrag op een andere datum.... (dag, maand, jaar)' invullen. Eén van de andere mogelijkheden op het formulier lijkt me overigens ook aanlokkelijk: 'Ik zal beslissen of ik mijn beroepsactiviteit verder zet zodra ik op de hoogte ben van mijn pensioenbedrag.' Misschien zouden meer mensen dat moeten doen! Me dood gezweet toen ik in dozen op een afgetimmerd smal stuk zolder moest zoeken naar documenten over mijn loopbaan. Voor ik mijn eerste contract van onbepaalde duur kreeg, heb ik interims gedaan, maar daarvan vind ik niets terug. Dat moeten ze op de RVP toch kunnen achterhalen? Ik stuur de ingevulde papieren daarom terug met bij het eerste werkjaar de vermelding 'Hier ben ik niet zeker van'. De zoektocht in de dozen heeft een verrassing opgeleverd. Ik blijk nog twee slapende groepsverzekeringen van vroegere werkgevers te hebben. De oudste dateert uit de periode 1981-1988 en ik was die helemaal vergeten. Mijn werkgever van toen bestaat echter niet meer en ook de naam van de verzekeringsmaatschappij (Belgische Maatschappij van Algemene Verzekeringen) zegt me niets. Het tweede contract was afgesloten bij de maatschappij ABB en dateert uit de jaren negentig. In de kelder van welke maatschappij liggen mijn dossiers te bestoffen? En kan ik daar op de dag van mijn pensioen nog geld van krijgen? De zoektocht begint. Gevonden! De Belgische Maatschappij van Algemene Verzekeringen is opgegaan in AG Insurance. Ik heb via hun website een mail gestuurd naar de afdeling Employee Benefits. En zelfs antwoord gekregen. De maatschappij ABB blijkt dan weer opgeslorpt door KBC Verzekeringen. Ik heb een afspraak gemaakt met de lokale agent en krijg daar opnieuw een grote verrassing. Ik dacht dat het geld van mijn groepsverzekeringen geblokkeerd was op de dag dat ik van werkgever was veranderd. Mis. De intrest (en in één geval ook de winstpremie) is al die jaren blijven lopen. Tegen een rente die een stuk hoger lag dan de huidige. (N.v.d.r.: het volledige verhaal van de zoektocht van onze journalist naar zijn groepsverzekeringen kon u lezen in het septembernummer van Plus Magazine). De eerste promotiemail van mijn bank gekregen met een nieuw plan voor langetermijnsparen. Ik moet daar 's werk van maken. Aangezien ik 65 jaar ben geworden, kan ik vanaf mijn aangifte 2014 geen pensioensparen en levensverzekeringspremie meer fiscaal aftrekken. Tijdens het jaarlijkse evaluatiegesprek vraagt mijn hoofdredactrice me of ik plannen en hobby's heb voor de dag dat ik met pensioen ben. De vraag komt aan als een mokerslag. Behalve fietsen heb ik geen hobby's. Ik heb twee linkerhanden, ik verzamel niets en een blog heb ik evenmin. Ga ik in een zwart gat vallen? Wie met pensioen wil, moet door zijn werkgever formeel worden ontslagen. Mijn uitgever heeft me gezegd dat ik hem daar in juni moet aan herinneren. Maar voor een bediende met mijn anciënniteit geldt een opzegperiode van minimum negen maanden. Collega Annemie stelt me gerust: voor een wettelijk pensioen gelden verkorte opzegtermijnen: zes maanden als de opzeg gebeurt door de werkgever, drie maanden als hij gebeurt door de werknemer. Van de personeelsdienst hoor ik dat ik mijn C4 pas krijg bij de uitdiensttreding. Op 1 mei vervalt mijn levensverzekering. Het bankkantoor vraagt me om de oorspronkelijke polis uit 1978 mee te brengen. Gelukkig heb ik die bewaard, samen met alle stortingsbewijzen. Een vreemd gevoel. Alsof heel mijn actieve leven in deze map steekt. De groepsverzekering bij mijn huidige werkgever vervalt normaal op 1 augustus. Maar wat gebeurt er nu ik tot 31 december doorwerk? De personeelsdienst snelt ter hulp: ze hebben bij de maatschappij een verlenging aangevraagd en verkregen. "We moesten dit wel melden of de maatschappij sloot de verzekering automatisch op 65 jaar af", mailt de personeelschef. Wie zoals ik blijft werken na zijn 65ste, mag vooral niet ziek worden, zo blijkt uit het jaarverslag van de ombudsdienst van de pensioenen. Voor bedienden wordt de eerste maand ziekteverlof betaald door de werkgever, maar vanaf de tweede maand heb je geen recht op een ziekte-uitkering. Volgens het Riziv hoor je op je 65ste met pensioen te gaan. Doorwerkers die langdurig ziek worden, moeten zo snel mogelijk hun werk opgeven en hun pensioen aanvragen. Straf. Ondanks alle lippendienst van de voorbije jaren worden 65-plussers die langer werken blijkbaar nog altijd gestraft. Ik overleg met de collega's hierover. We spreken af om de minister van Werk hierover aan de tand te voelen in ons septembernummer. De brief van de RVP met de berekening van mijn pensioen ontvangen. Het bedrag dat ik vanaf januari 2014 krijg, valt eerlijk gezegd wel mee, maar het gaat wel om een brutobedrag. Ik heb recht op 43 gewerkte jaren, terwijl ik er maar 42 had gerekend. Nog een meevaller: voor mijn jaar legerdienst krijg ik een fictieve wedde als journalist, terwijl ik dat toen nog niet was. Ik moet een formulier terugsturen waarin ik nogmaals bevestig dat ik mijn beroepsactiviteit zal stopzetten op 1 januari. Ik bel naar het gratis nummer van de pensioendienst (1765) om verduidelijking te krijgen. De eerste keer moet ik 4 minuten wachten, de tweede keer slechts 1 minuut. Die korte wachttijd heb ik te danken aan het feit dat de brief een doorverbindnummer van vier cijfers bevat. Gepensioneerden en bijna-gepensioneerden hebben op die manier blijkbaar voorrang. Meer nog: ik krijg vlot antwoord op mijn vragen. De mevrouw aan de lijn geeft me ook een schatting van mijn nettopensioen. Valt dat tegen! Ik kan alleen maar hopen dat er nog een extraatje bij komt voor de twee jaar die ik als zelfstandige heb gewerkt. De behulpzame mevrouw bevestigt verder dat heel 2013 nog zal meetellen voor mijn pensioen omdat ik dat jaar nog uitdoe. Was ik gestopt op de normale pensioendatum (1 augustus), dan telde 2013 niet meer mee. Nu kan ik het document van de RVP invullen, ondertekenen en terugsturen. Er is geen weg terug. Met ingang van 1 juni heb ik bij mijn ziekenfonds een hospitalisatieverzekering afgesloten. Hoewel er in de groepsverzekering van mijn huidige werkgever een hospitalisatieverzekering is begrepen. De reden is simpel: omdat ik nog net geen 65 ben, betaal ik voor één jaar (juni 2013-mei 2014) een premie die bijna de helft lager ligt dan als ik zou wachten tot na mijn 65ste verjaardag. Dit betekent wel dat ik zeven maanden dubbel verzekerd zal zijn. Maar door nu al voor die tweede hospitalisatieverzekering te betalen, geniet ik van 1 januari tot 31 mei 2014 nog van het voordelige tarief. Alweer een voorbeeld van hoe men er in dit land nog altijd van uitgaat dat alles verandert op de dag dat je 65 jaar wordt. 'We moeten met z'n allen langer werken' is nog altijd niet doorgedrongen tot de verzekeringsmaatschappijen. Van mijn uitgever krijg ik niet een C4, maar een ontwerp van overeenkomst in wederzijds akkoord. Hierin staat dat ik in dienst blijf tot 31 december 2013, in aanloop naar mijn pen- sioen. Maar ook dat mijn werkgever nadien geen verplichtingen meer ten aanzien van mij heeft. Ik teken de overeenkomst en ben nu zeker dat ik dit jaar mag uitdoen. Bij de post zit mijn gratis Omnipas 65+ van De Lijn. Bedankt, ik voel me ineens oud. Met de groep fietsers van Plus Magazine boven op de Mont Ventoux geraakt. Een euforische stemming: op bijna 65 kan ik de hele wereld aan. Een brief van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen meldt het pensioenbedrag dat ik krijg voor de bijna twee jaar waarin ik als zelfstandige in hoofdberoep heb gewerkt. Per maand komt het neer op € 59 bruto. Netto wordt dat een aalmoes. Een pensioenbonus zit er niet bij omdat ik in de periode als zelfstandige in hoofdberoep geen 62 jaar was. Het pensioenbedrag voor de jaren die ik hebt bijgeklust als zelfstandige in bijberoep, is simpel: nihil. Het Rijksinstituut schrijft me dat de RVP me dit bedrag zal uitbetalen (het wordt dus blijkbaar bij mijn werknemerspensioen gevoegd). Bij de papieren zit een interessante tabel die duidelijk toont dat mijn vrouw en ik, alle pensioenen samen gerekend, er voordeel bij hebben te kiezen voor twee aparte pensioenen als alleenstaande. Op de eerste dag van mijn extra werkperiode word ik beloond met een megafile op de E40. Onvermijdelijk denk ik: als ik niet had doorgewerkt, zat ik nu gewoon rustig thuis te genieten van de zomer. Maar gelukkig duurt dat spijtgevoel niet lang. I count my blessings omdat ik mag doorwerken in het mooist denkbare beroep. En ik wil zeker niet een verzuurde worden die elk uur naar zijn pensioen aftelt. Wel heb ik de dure eed gezworen dat ik de eerste drie maanden van mijn pen- sioen in geen enkele file wil staan. Wanneer ik een deel van de maaltijd wil klaarmaken, loop ik duidelijk in Anne-Laures weg. Voor de zoveelste keer moet ik horen: "Wat gaat dat zijn als je met pensioen bent? Wij gaan nogal ruzie maken!" Haar opmerking zindert na. Volgens goedbedoelde voorbereiding-op-het-pensioengidsen zou ik nu met haar rond de tafel moeten zitten en afspraken maken voor na 1 januari. Mentaal ben ik echter helemaal niet aan pensioen toe. (N.v.d.r.: Plus Magazine laat zich door het echte leven inspireren, lees dus ook het artikel 'Ruzie maken is gezond' op p. 22.)Mijn artikel over mijn slapende groepsverzekeringen is verschenen en ik beleef mijn one minute of fame. Het verhaal haalt de cover van La Dernière Heure en ik word geïnterviewd in het journaal van VTM en RTL-TVI. Mijn schoonzus wijst me terecht: "Over geld moet je zwijgen, je maakt mensen jaloers, je had nooit mogen zeggen dat je met het bedrag een mooie auto zou kunnen kopen". Ik hoop vooral dat ik mensen die met pensioen gaan, heb wakker geschud: ga op zoek naar uw slapende groepsverzekeringen. De knoop is doorgehakt: mijn laatste werkdag wordt 23 december. Ik heb nog wat dagen vakantie over en die spaar ik op tot het einde van het jaar. Met mijn hoofdredactrice een gesprek gehad over mijn opvolging. Ik krijg op 1 januari een opvolg(st)er maar zal hem/haar niet meer zien. Er komt een nieuwe taakverdeling op de redactie en we spreken af welke artikels ik vooraf kan maken om te verschijnen in de loop van 2014. We spreken ook af dat we mijn afscheid met de collega's gaan vieren op 17 december. En dat ik daar zelf voorstellen voor mag doen. Een aannemer is begonnen aan een grondige verbouwing van de bovenverdieping van onze woning. Meer licht, een goede isolatie, een mooie logeerkamer met een doucheruimte (in de hoop dat de Finse tak van de familie vaak op bezoek zal komen) en een bureau- en bibliotheekruimte. Hoewel de verbouwing al lang gepland was, komt ze nu wel heel symbolisch over. Een nieuw nest maken voor een nieuw leven. Voor deze werken hebben we een nieuwe hypothecaire lening afgesloten. Zo krijgen we de eerstvolgende tien jaar nog een bijkomende fiscale aftrekpost. Als de woonbonus in Vlaanderen blijft bestaan, tenminste. Collega's vragen me vol ironie wat ik na 1 januari ga doen. Daar is het zwarte gat weer. Misschien zal ik de eerste maanden van 2014 inderdaad moeten afkicken van het werk en van de files. Plannen zijn er intussen al genoeg. Een fietstocht naar Carcassonne, een autoreis naar Lapland. Een boomhut bouwen. Mijn kleindochter hopeloos verwennen. De tuin herdenken. Het thuisfront reageert eerder sceptisch op al die voornemens. Goed nieuws van de cardioloog na mijn jaarlijkse check-up. Ik heb 24 uur met een apparaatje geleefd dat geregeld mijn bloeddruk mat en nog eens 24 uur met een bakje dat mijn hartritme registreerde. Alles oké, zegt de man. Ik mag zelfs een deel van mijn hart-, bloeddruk- en cholesterolmedicatie stoppen en moet vooral veel blijven sporten. De opluchting is groot, want ik heb te veel verhalen gehoord van mensen die door ziekte of vroegtijdig overlijden nauwelijks van hun pensioen konden genieten. Van pure blijdschap trakteer ik mezelf op een duur fitnessabonnement. Via een vriendin van mijn vrouw word ik gepolst over mogelijk vrijwilligerswerk. Een technisch instituut zoekt mensen die leerlingen met taalachterstand willen bijwerken. Ik had tot nu toe nog niet aan vrijwilligerswerk gedacht, maar sluit het niet uit. Maar ik wil pas beslissen als ik de pensioentijd een paar maanden in het echt heb beleefd. Het wordt tijd dat ik nadenk over het afscheidsgeschenkje dat ik mijn collega's wil geven. Omdat met mij de mei 68-generatie verdwijnt, moet het iets 'rebels' worden. Net terug van een persreis naar Oman. Als laatste professioneel exploot kreeg ik de kans een nieuwe vorm van toerisme uit te testen: fietsen in de woestijn. Ik heb nog één keer kunnen proeven van de leuke kanten van mijn beroep. Vreemd, thuis, op de redactie en in de wereld is het business as usual. Het dringt echt nog niet door dat ik over een goede maand mijn bureau en kasten zal moeten opruimen. Hopelijk wordt het gewoon een fijn afscheid. En, beste bazen en collega's, ik beloof dat ik op de laatste dag nergens mijn gal over zal spuwen. En dat ik jullie na 1 januari niet zal lastig vallen met onverwachte bezoekjes. Ludo Hugaerts - Foto's Frank Bahnmüller"Op de eerste dag van mijn extra werkperiode word ik beloond met een megafile" "Ik heb twee linkerhanden en geen hobby's. Ga ik in een zwart gat vallen?" "Beste collega's, ik beloof dat ik jullie na 1 januari niet zal lastig vallen met onverwachte bezoekjes"