We maken ons zorgen als ze te lang voor de buis hangen omdat ze Roland Garros niet willen missen. We maken lekkere vis vol omega 3 klaar. In huis wordt alle geluiden gedempt. En we zitten in zak en as als ze denken dat ze niet geslaagd zijn.
...

We maken ons zorgen als ze te lang voor de buis hangen omdat ze Roland Garros niet willen missen. We maken lekkere vis vol omega 3 klaar. In huis wordt alle geluiden gedempt. En we zitten in zak en as als ze denken dat ze niet geslaagd zijn.Een peiling van Partena bij 1.000 Belgische ouders bevestigt dat 69% toegeeft gestresseerd te zijn tijdens de examens van hun kinderen. Het begint met zenuwachtigheid en een onrustig gevoel en eindigt met slaapproblemen, spanning en angst. Ouders geven toe dat ze hun rothumeur meenemen naar het werk. Tijdens de examenperiode slagen twee op drie ouders er niet in om acht uur per dag hun privéleven opzij te zetten. 64% droomt ervan meer tijd aan hun kinderen te kunnen besteden, talrijk zijn zij die verlof nemen of gebruik maken van flexibele en glijdende werktijden. Vooral mama's leveren die inspanning (maar dat is alweer een ander onderwerp).Maar waarom zijn we almaar zenuwachtiger wanneer onze kinderen in de examens zitten? Het antwoord valt misschien uit de meest recente Eurobarometer af te lezen: 70% van de Belgen denkt dat het leven van hun kinderen moeilijker is dan hun eigen leven. Velen onder ons hebben langer gestudeerd dan hun ouders en zijn opgeklommen op de sociale ladder. Maar voor onze kinderen is het veel moeilijker geworden om een goede job te vinden of een eigen woning te verwerven. Dat blijkt althans uit de krantenartikels hierover. En wij spreken uit ervaring: sinds de eerste oliecrisis in 1973, hebben we al enkele crisissen op onze weg gevonden. De competitieve wereld waarin onze kinderen zich een weg moeten zoeken, is hard en dus moeten ze op zijn minst op een stevig diploma kunnen terugvallen waarmee ze voorruit kunnen in het leven. Want we weten maar al te goed dat je niet kan leven van de hemelse dauw alleen.Wat zal er van hem worden? Hoe zal hij zich redden als wij er niet meer zijn om hem te steunen? Dat is de inzet en de vraag die liefhebbende ouders zich stellen. Ze willen het allerbeste voor hun kinderen en hen vooral behoeden voor tegenslagen. En laten we niet flauw doen, dat kind dat nu 16, 20 of 25 jaar is, daar hebben we zo naar verlangd dat het een levensproject is geworden. Welke verwachtingen hebben we sinds zijn geboorte niet gekoesterd? We gaan er van uit dat hij op zijn minst even is goed als wij, en indien mogelijk beter. Papa heeft huizen gebouwd, ons kind zal wolkenkrabbers bouwen! Kwestie van de druk op de ketel te houden.Lise Leuven en France Dammel