Bart en Inge waren gehuwd met elkaar. Ze hebben twee kinderen, Steven (nu 27 jaar) en Katrien (25 jaar). Inge en Bart gingen echter uit elkaar en Bart hertrouwde met Sofie. Bart en Sofie kregen samen nog een kind, Pieter.
...

Bart en Inge waren gehuwd met elkaar. Ze hebben twee kinderen, Steven (nu 27 jaar) en Katrien (25 jaar). Inge en Bart gingen echter uit elkaar en Bart hertrouwde met Sofie. Bart en Sofie kregen samen nog een kind, Pieter. Hoe ziet het erfrechtelijke plaatje er nu uit als Bart overlijdt, in de veronderstelling dat hij een testament gemaakt heeft? Uiteraard is dat afhankelijk van wat Bart in zijn testament heeft bepaald. Maar elke erfgenaam zal minstens zijn reservatair deel krijgen. Als Bart en Inge wettelijk gescheiden zijn, heeft Inge geen recht op een reservatair deel. Let op: zolang de echtgenoten enkel feitelijk gescheiden zijn (en nog niet wettelijk), heeft de langstlevende echtgenoot wél recht op de reserve, tenzij volgende voorwaarden tegelijk (!) vervuld zijn: de echtgenoten al meer dan 6 maanden feitelijk gescheiden zijn + de overledene zijn echtgenoot onterfd heeft in een testament + de overledene in de 6 maanden voor zijn/haar overlijden een procedure heeft gestart voor een afzonderlijke verblijfplaats + de echtgenoten niet opnieuw zijn gaan samenwonen. Het reservatair deel waarop Inge geen recht meer heeft door de echtscheiding, komt nu toe aan Sofie. Als (tweede) wettelijke echtgenote heeft zij in elk geval recht op het vruchtgebruik van de helft van Barts nalatenschap. Dat is haar reservatair deel. Bart kan in zijn testament bepalen dat Sofie de omzetting van het vruchtgebruik niet mag vragen, maar hij kan dat niét voor de gezinswoning en de meubels van de gezinswoning. Daarvoor kan Sofie in elk geval de omzetting vragen. Anderzijds kunnen de kinderen Sofie niet dwingen om haar vruchtgebruik van de gezinswoning en de meubels te laten omzetten. Als 'kinderen uit het eerste bed' kan Bart hen in zijn testament niet verbieden om de omzetting van het vruchtgebruik te vragen. Zij hebben dus het recht om van de tweede echtgenote van hun vader te eisen dat zij het vruchtgebruik van zijn nalatenschap 'verkoopt', behalve voor de gezinswoning en de meubels van de gezinswoning. Met andere woorden: als blote eigenaars van de gezinswoning van hun vader, kunnen Steven en Katrien de tweede echtgenote van hun vader niet dwingen het vruchtgebruik van de gezinswoning en de meubels te laten omzetten. Zij kunnen dat wél voor de rest van de nalatenschap. Als Sofie het ermee eens is dat Steven en Katrien volle eigenaars worden, kan het vruchtgebruik van de gezinswoning en de meubels wél omgezet worden. Net als Katrien en Steven, heeft Pieter recht op een reservatair deel van zijn vader. De drie kinderen van Bart hebben recht op een even groot reservatair deel: samen 3/4 van zijn nalatenschap, dus elk 1/4. Als Pieter het vruchtgebruik van zijn moeder wil afkopen, geldt de 20-jaarregel niet. Die geldt enkel voor kinderen uit een eerste (of vorig) huwelijk. nA Claudine Lambermont