Van zijn vriend, dokter Watson, weten we dat Sherlock Holmes altijd vroeg uit de veren is. De dokter zelf blijft liever wat langer in bed. Daarom wachten we tot een uur of tien om een zwarte taxi naar 221B Baker Street te nemen. Een schattig blond meisje dat Alexandra heet komt lachend openmaken. "Het spijt me, mijnheer Holmes en mijnheer Watson zijn niet thuis. Komt u toch maar binnen...". Zo'n uitnodiging sla je niet af, al was het maar om een indiscrete blik te kunnen werpen op het interieur van onze favoriete detective. Wanneer we een toegangskaartje moeten kopen (6 pond, ongeveer 9 euro) begrijpen we echter dat het appartement van de speurder een museum is geworden. Wij zijn trouwens niet de enigen die Sherlock Holmes willen spreken. Er zijn ook Amerikanen komen opdagen, Japanners en een handvol Fransen.
...

Van zijn vriend, dokter Watson, weten we dat Sherlock Holmes altijd vroeg uit de veren is. De dokter zelf blijft liever wat langer in bed. Daarom wachten we tot een uur of tien om een zwarte taxi naar 221B Baker Street te nemen. Een schattig blond meisje dat Alexandra heet komt lachend openmaken. "Het spijt me, mijnheer Holmes en mijnheer Watson zijn niet thuis. Komt u toch maar binnen...". Zo'n uitnodiging sla je niet af, al was het maar om een indiscrete blik te kunnen werpen op het interieur van onze favoriete detective. Wanneer we een toegangskaartje moeten kopen (6 pond, ongeveer 9 euro) begrijpen we echter dat het appartement van de speurder een museum is geworden. Wij zijn trouwens niet de enigen die Sherlock Holmes willen spreken. Er zijn ook Amerikanen komen opdagen, Japanners en een handvol Fransen. We volgen de anderen op de trap naar het appartement. Er zijn wel degelijk zeventien treden, net zoals dr. Watson het beschrijft. Boven komen we in de beroemde salon waar zoveel belangrijke ontmoetingen hebben plaatsgevonden. En waar de deducties van de detective zoveel mysteries hebben opgelost. Het is een verbazend kleine kamer. Een kolenkachel staat te gloeien. Voor de haard staan twee goudbruine fauteuils. Rechts liggen Holmes' Stradivarius en zijn partituren. Net erboven zien we de kolven en de proefbuisjes die hij voor zijn experimenten met bloed of sigaretten-as gebruikt. Op een tafeltje tussen de twee fauteuils liggen Watsons bolhoed en de onmiskenbare jachtpet van Holmes. De detective, beroemd gemaakt door Arthur Conan Doyle, een arts die schrijver werd, betaalt de prijs van de roem. Zelfs zijn slaapkamer is niet veilig voor onze blikken. Op het smalle bed zien we een paar oude handboeien en twee wapenstokken, verwijzingen naar het vaak gevaarlijke werk van de heer des huizes. Op de tweede en de derde verdieping herinneren wassen poppen aan enkele beroemde zaken: Het Musgrave-ritueel, De man met de opgekrulde lip of de vreemde zaak van De vereniging van roodharigen. In dit boek uit 1892 wordt de brave, naïeve Jabez Wilson door geheimzinnige figuren betaald om hele bladzijden van de Encyclopedia Brittanica over te schrijven. Hoewel de sfeer zijn aanwezigheid bijna tastbaar maakt, is Sherlock Holmes zelf er niet. Gelukkig heeft Watson het in zijn notities vaak over de plaatsen waar zijn vriend zich pleegt op te houden. Ergens moet hij toch te vinden zijn? Voor de ingang van het metrostation van Baker Street horen we iemand roepen. Een lange gedaante, gekleed in een cape en met een deerstalker op zijn hoofd, deelt naamkaartjes uit aan de mensen die uit de ondergrondse komen. Zou Holmes gebrek hebben aan cliënten? We klampen hem aan maar nee, hij heet Edward en speelt de dubbelganger van Sherlock, om publiek naar Baker Street te lokken. Weet hij soms waar we de echte Holmes kunnen vinden? Edward schokschoudert. "Ik denk dat het niet zal meevallen..." Optimistisch als we zijn, negeren wij de waarschuwing. We zetten onze zoektocht verder. Langs het wassenbeeldenmuseum van Madame Tussaud, waar onder meer een pakkende reconstructie van een straat in Whitechapel in de tijd van Jack The Ripper te zien is, wandelen we naar Portland Place en het Langham Hotel. In dit trotse en peperdure Victoriaanse luxehotel leerde Conan Doyle zijn collega Oscar Wilde kennen. De twee mannen werkten mee aan hetzelfde tijdschrift, Strand Magazine. De eerste publiceerde er Watsons verhalen over Sherlock Holmes, de tweede Het portret van Dorian Gray. Verscheidene cliënten van de detective verbleven trouwens in dit hotel, onder wie de koning van Bohemen, die in Een schandaal in Bohemen het slachtoffer wordt van avonturierster Irène Adler. We slenteren verder naar de Strand. Deze brede boulevard tussen Trafalgar Square en de Old Bailey toont fier zijn XIXe-eeuwse gevels. Holmes en Watson wandelen hier graag om te genieten van "de altijd wisselende kaleidoscoop van het leven". Een van hun vaste restaurants is Simpson's, een elegante, statige zaak die nog altijd gespecialiseerd is in de tradionele Britse keuken. Maar in de eetzaal is er geen Holmes te bespeuren. Terwijl we van een cappucino proeven, steekt de eerste twijfel de kop op. Is Holmes dan toch niet meer dan een fictieve held, uitgevonden door Conan Doyle? En was de auteur het literaire succes van zijn personage uiteindelijk zo beu dat hij hem in Het laatste raadsel zelf om het leven bracht? Sherlock Holmes stierf immers in Zwitserland, toen hij samen met zijn aartsvijand, professor Moriarty, in de watervallen van Reichenbach verdween. Pas na tien jaar en onder heel veel druk van het publiek keerde Holmes levend en wel terug om nieuwe avonturen te beleven. Hoe zit dat eigenlijk met die spectaculaire wedergeboorte? We willen zekerheid. Dus spreken we af met de echte kenners, in de Sherlock Holmes Pub, vlakbij het station van Charing Cross. De Sherlock Holmes Pub, annex restaurant staat op de plaats van het vroegere Northumberland Hotel, waar Sir Henry Baskerville logeerde toen hij Holmes kwam raadplegen in verband met de monsterlijke hond die de streek van Dartmoor terroriseerde. Deze pub is helemaal aan de detective gewijd. Elk gerecht draagt de naam van een personage of een 'zaak'. Als u Een schandaal in Bohemen bestelt, krijgt u eendenfilet met bessensaus voorgeschoteld, en een Moriarty's bestaat uit gestoofde champignons met cheddar en aardappelen. Aan tafel treffen we drie leden van de Londense Sherlock Holmes Society. "Natuurlijk bestaat Sherlock Holmes!", zegt MC Black, een vijftiger die aan de universiteit werkt. "Je moet trouwens in Holmes geloven om lid te worden van de vereniging." Heather Owen, in het dagelijkse leven medisch secretaresse, valt hem bij: "Holmes lost nog altijd zaken op maar nu gebruikt hij vanzelfsprekend computers, het internet en DNA-analyses." Zoals het echte Britten past, weten onze gesprekspartners ernst en humor behendig te vermengen. "De avonturen van Holmes kunnen onwaarschijnlijk lijken", zeggen MC Black, Heather Owen en Kitty Winter, "maar daarom zijn wij er, om uitleg te geven." Alleen al in Londen hebben een duizendtal mensen het leven van de detective als passie. Wereldwijd zijn er ongeveer negenhonderd Holmes Societies. Zij weten alles over de vier romans en zesenveertig verhalen die samen de canon van Holmes vormen. Maar als ze het over hun favoriete detective hebben, zullen ze het woord fictie nooit gebruiken. Zelfs de realiteit van het moderne Londen houdt een heerlijk mysterieuze twijfel in leven. Zo schonk de heel officiële Koninklijke Vereniging voor Chemie in oktober 2002 een medaille aan Holmes, voor "zijn bijdrage aan wat later de forensische geneeskunde zou worden". Dat gebeurde voor zijn standbeeld in het metrostation van Baker Street. Geloof het of niet: de (echte) professor die de medaille uitreikte, heette... John Watson. Elementair, my dear... n A Jean-François Le Texier