Het is het enige technologische speeltje dat ik gewoon voor de pret heb gekocht. Mijn iPad gaat overal met me mee. Hij informeert me, houdt me bezig, amuseert me. Hij is mooi. En je kunt er allerlei leuke accessoires voor kopen, zoals vroeger voor Barbie. Geen enkel echt meisje (van 50- of 50+) kan daaraan weerstaan.
...

Het is het enige technologische speeltje dat ik gewoon voor de pret heb gekocht. Mijn iPad gaat overal met me mee. Hij informeert me, houdt me bezig, amuseert me. Hij is mooi. En je kunt er allerlei leuke accessoires voor kopen, zoals vroeger voor Barbie. Geen enkel echt meisje (van 50- of 50+) kan daaraan weerstaan. Begin maart, toen de iPad zijn eerste verjaardag nog moest vieren en pas bij het grote publiek begon door te dringen, stelde Steve Jobs, de charismatische topman van Apple, versie 2 aan de wereld voor. Resultaat: mijn onmisbare en nog maar enkele maanden oude iPad was opeens een stuk antiek. Nu laten de nieuwe functies mij eerlijk gezegd onverschillig. Wat zou mij dan naar de nieuwe versie kunnen doen verlangen? Wit... Echt waar, bestaat hij in het wit? Maar dat verandert alles! (Dit kan dus in minder dan drie seconden...) Enkele jaren geleden was ik stapschoenen aan het passen en had ik zorgvuldig alle anijsgroene modellen uitgekozen, toen ik de verkoper hoorde zuchten: "De kleur is niet echt een criterium, mevrouw". Ik was mijn tijd blijkbaar vooruit;-) Want vandaag is de kleur wel degelijk een criterium. Een bron van verlangen. Een marketing-argument. Een koelkast, een koffiezet, een broodrooster, een stofzuiger moeten vervangen is niet leuk... Behalve als ze geel zijn of oranje, roze, blauw... Want hun essentiële utilitaire aspect verstopt zich slim onder hun ludieke aanblik. Ze worden speelgoed voor volwassenen. We vervangen ze niet langer omdat ze stuk zijn, maar omdat we ze niet mooi meer vinden. Verouderd wegens foute kleur! Het zijn objecten die ons in staat stellen om de schilders van ons eigen universum te worden, onze persoonlijkheid uit te drukken, zonder woorden iets over onszelf te vertellen. Bij een groep te horen en toch uniek te zijn. Net als schilders hebben we onze perioden (blauw...) en kunnen we die in onze persoonlijke evolutie veranderen. Sinds een hele poos bekent alles kleur, van meubels tot elektrische toestellen, barbecues of auto's (vooral de kleine fun cars). Maar één sector bood nog weerstand tegen de levensvreugde: de kleding, met haar favoriete palet dat bij de bleke teint van ondervoede modellen past. Tot vandaag. Zwart, grijs en beige zijn niet dood, maar dit seizoen waagt de mode zich aan méér dan kleurtinten. We kunnen naar hartenlust grote vlakken fluo-, zuurtjes- en sterke kleuren combineren en alle regels in de wind slaan. Er gaat natuurlijk geen seizoen voorbij zonder dat de comeback van de ene of ander kleur wordt aangekondigd. Maar meestal eindigt die in de koopjesrekken. Al jaren proberen ze ons geel te doen dragen. Al jaren zeggen we nee. Maar deze keer is de kans groot dat we ons eindelijk door het plezier van de kleur laten mee-slepen, dat we ons niet meer verzetten tegen het vuurwerk dat de kleerkast zal doen stralen. Waarom? Omdat het historisch altijd zo geweest is. Sombere tijden: vrolijke kleuren. Michel Pastoureau, de Franse kleuren-specialist, wees er laatst nog op: in de middeleeuwen, na de grote pestepidemie en de klimaatcrisis en de politieke onrust die ermee samenvielen, begon de adel zich uitzinnig excentriek en vaak heel kleurig te kleden. Om de terugkeer van het leven te vieren. En om niet te vergeten dat het leven nu wordt geleefd. Daar gaan we helemaal voor! Anne Vanderdonckt, Hoofdredacteur